SÃO TOMÉ (1641-1648) – 007

Tot de komst van de Portugezen in januari 1471 waren Sao Tomé en Principe twee onbewoonde eilandjes in de Golf van Guinee. In de directe omgeving bevonden zich nog een aantal kleine eilandjes, niet meer dan wat kale rotspunten in de oceaan. Ze bevinden zich op ruim tweehonderd kilometer voor de huidige hoofdstad Libreville van Gabon. De Portugezen besloten na hun verkenning dat hier wel een goede handelspost kon worden gevestigd. Het grootste eiland noemde ze Sao Tomé, naar de apostel Tomas. In 1493 bouwde ze er hun eerste nederzetting. Enkele jaren later werd ook een nederzetting gesticht op het ander eilandje dat ze Principe noemde naar prins Johan III van Portugal. Het ligt ongeveer 150 kilometer ten noorden van Sao Tomé. Hert bleek echter zeer moeilijk mensen bereid te vinden zich op het nieuwe Portugese territorium te vestigen. Aanvankelijk kwamen alleen groepen die in Portugal niet erg gewenst waren, zoals Joden. Eind 15e eeuw werden ongeveer tweeduizend Joodse kinderen naar Sao Tomé verscheept en onder de paar Portugese kolonisten verdeeld. Na een paar jaar waren er nog slechts zestig van hen in leven; de rest was bezweken aan de tropische ziekten.

De kolonisten die zich er hadden gevestigd merkten al snel dat de vulkanische grond goed geschikt voor landbouw waren. Vooral het verbouwen van suikerriet verliep er voorspoedig, maar dat was wel een arbeidsintensief proces. Rond 1550 waren de eilanden dan ook de grootste Afrikaanse suikerexporteur, mede dankzij de slaven die de Portugese van het Afrikaanse platteland overbrachten. Nadat er steeds meer concurrentie kwam van de goedkopere suiker van de Zuid-Amerikaanse plantages nam de productie hier af. In plaats daarvan werden Sao Tomé en Principe belangrijke doorvoerhavens voor de slavenhandel naar Latijns-Amerika.

San ThoméDe bewindvoerders van de Nederlandse West-Indië Compagnie hadden de strategische positie van beide eilanden ook ontdekt en gaven Cornelis Jol opdracht de eilanden op de Portugezen te veroveren. Medio oktober 1641 wist Jol de Portugezen te verslaan en de eilanden tot tweede Afrikaanse steunpunt voor de Hollandse slavenhandel uit te roepen. Tegen een hoge prijs, want de helft van de Braziliaanse indianen die Jol had meegebracht, kwam bij de aanval om het leven of stierf kort daarna. Jol zelf zou kort na deze overwinning op 31 oktober 1841 op Sao Tomé aan malaria overlijden en eregens op het eiland begraven worden. Voor de West-Indische Compagnie bleek het tropische klimaat een taaie tegenstander. Binnen een jaar was bijna de helft van de oorspronkelijke Hollandse soldaten en de aanvullingen daarop gestorven. De Europese compagniesoldaten waren zo verzwakt dat ze amper in staat de net veroverde stad te verdedigen. Eigenlijk lukte dat alleen omdat de malaria en andere ziekten onder de Portugese rangen net zo hard toesloegen. Dat lag niet alleen aan hert kwaad, maar ook aan het feit dat de West-Indische Compagnie de soldaten erg karige rantsoenen gaf. De krenterige compagnie weigerde echter de benodigde, doch peperdure medicijnen te sturen en adviseerden de kolonisten van San Thomé, de verovering door JolSâo Tomé op het eiland zelf naar geneeskrachtige kruiden uit te kijken. De Compagnie had erop gerekend vanuit de nieuwe slavenkolonies Luanda en Sao Tomé ongeveer 15.000 slaven naar Brazilië te kunnen sturen en uit Angola ook veel ivoor, koper en verfhout te kunnen betrekken. In werkelijkheid zouden tot 1648 maar 14.00o slaven naar de overkant van de oceaan worden gestuurd. Daar stonden hoge kosten voor hert bewaken van beide forten tegenover waar permanent honderden soldaten moesten worden geleverd. Toen de handel na 1645 stagneerde en er bovendien in Brazilië slavenopstanden uitbraken werd de Compagnie snel van haar suikerproducerende kolonies beroofd, stevende de WIC snel af op een faillissement. De Nederlandse aanwezigheid zou slechts tot 1648 duren. Op 11 augustus 1648 veroverde de Portugezen zonder slag of stoot Luanda, waarna ook de resterende troepen op Sao Tomé vertrokken. Na zeven jaar vertrok men alweer van de eilanden toen de Portugezen steeds meer verloren gegane gebied heroverden. Toen die zich bij de eilanden meldden was het moreel van de soldaten inmiddels zo laag dat de capitulatie niet lang op zich liet wachten.

Ook de Portugezen vertrokken vanaf 1650 langzaam van de eilanden. Bijna twee eeuwen lang hadden de eilanden Sao Tomé en Principe bijna geheel zelfbestuur. Niemand vond het gebied nog langer interessant. Dat veranderde toen op de vruchtbare vulkanische grond werd begonnen met de verbouw van koffie en cacao, twee opkomende gewassen. In de periode 1880-1885 leidde dat tot een Portugese herkolonisatie. Alle goede landbouwgronden werden bezit van grote Portugese plantages. Vanaf 1908 werd Sao Tomé en Principe de grootste exporteur van cacao ter wereld en nog steeds is dit het belangrijkste gewas in het land. Tegenwoordig zijn de meeste voormalige Portugese plantages weer bedekt met tropisch regenwoud. Portugal had officieel weliswaar in 1876 de slavernij afgeschaft, maar de Portugese plantagehouders dwongen de Afrikaanse arbeiders tot bijna gratis werken. In 1953 brak op de eilanden een opstand uit, waarbij bij het Bloedbad van Batepá honderden arbeiders om het leven kwamen. Sinds 1975 is Sao Tomé en Principe een onafhankelijke republiek met iets minder dan 200.000 inwoners die vooral mulatten zijn, personen met zowel Afrikaanse als Portugese voorouders. Van het kortstondige verblijf van de Nederlanders is niets terug te vinden. Her land richt zich vanwege de mooie stranden en onberoerde regenwoud op het toerisme en maakt mooie sier met de beschrijving het middelpunt van de wereld te zijn, want de Golf van Guinee is immers de plaats waar de evenaar (0° graden breedtegraad) en de meridiaan van Greenwich (0° graden lengtegraad) elkaar kruisen.

Sao-Tomé-Principe

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: