WOLFSTIJD

Harald Jähner (1953) studeerde literatuur, geschiedenis en kunstgeschiedenis aan de universiteit van Freiburg en Berlijn, die hij afsloot met een promotie op het beroemde boek Berlin Alexanderplatz van Alfred Döblin. Na zijn afstuderen werkte hij eerst een tijdlang als freelance journalist. Van 1889 tot 1997 was hij hoofd van de afdeling communicatie van het Haus der Kulturen der Welt in Berlijn, het nationale expositiecentrum voor moderne niet-Europese kunst. Tegelijkertijd was hij literair criticus voor de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Van 2009 tot 2015 was hij hoofdredacteur van de Berliner Zeitung. Sinds 2011 is hij bijzonder hoogleraar Culturele Journalistiek aan de Universität der Künste in Berlijn. In 2019 debuteerde hij met het boek Wolfszeit. Deutschland und die Deutschen, 1945-1955, waarover hij datzelfde jaar de Leipziger Buchmesse Preis ontving. Het boek is inmiddels in diverse vertalingen verschenen en een internationale bestseller.

Wolfstijd is een mentaliteitsgeschiedenis van de eerste naoorlogse jaren in Duitsland. Op het moment dat de Tweede Wereldoorlog werd beëindigd, bevond de helft van de mensen in Duitsland zich niet op de plaats waar ze thuishoorden of wilden zijn. Er waren negen miljoen evacués en daklozen na de jarenlange bombardementen op de grote steden. Er waren verder veertien miljoen vluchtelingen en verdrevenen, tien miljoen vrijgelaten dwangarbeiders en gevangenen en van lieverlee keerden miljoenen Duitse krijgsgevangenen weer terug. Dit hele samenraapsel van mensen moest samen met de andere helft van de bevolking op het resterende Duitse grondgebied een nieuwe onderlinge samenhang zien te vinden. Aanvankelijk sprak men over de eerste naoorlogse jaren over de ‘niemandstijd’ of de ‘wolfstijd’, namelijk de tijd waarin ‘de mens de mens tot wolf’ was geworden. Iedereen moest alleen voor zichzelf of de paar personen uit zijn roedel zorgen.

Het begint in de steden met het opruimen van de gigantische puinhopen van gebombardeerde gebouwen. Wereldberoemd werden de zogenaamde Trümmerfrauen, die van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat de steenmassa’s opruimden, waarbij sprake was van een mengeling van bittere werkelijkheid en uitgekiende propaganda. En snel was de boel weer zo opgeruimd binnen de chaos van brokstukken weer wat orde werd geschept. In de puinwoestijnen ontstonden olifantenpaadjes zodat men zich weer makkelijk kon verplaatsen. De schrijver verwijst naar de foto op de omslag van het boek van de man die moederziel alleen door de opgeruimde hel loopt. Keurig gekleed in zijn rijbroek en kniehoge laarzen, met een rieten mand losjes aan de arm, een en al uitstraling van optimisme en vastberadenheid, wandelend frauenalsof hij boodschappen gaat doen, terwijl hij in wekelijkheid wanhopig op zoek is naar wat eetbaars. Anderen zien dat de geruïneerde steden ook best wat fotogenieks hebben. De barokke ruïnes leveren vooral vanuit en vogelperspectief iconische beelden op. Hier en daar worden fotoclubs opgericht om in groepsverband de ontzielde steden te vereeuwigen.

Met een wonderbaarlijk gemak volgde nog te midden van de puinhopen, honger en vertwijfeling een ongekende uitbarsting van vreugde dat men überhaupt de oorlog had overleefd. De cafés en danstenten verrezen als paddenstoelen uit de grond. Terwijl de ene helft nog in lompen door de straten liep, genoot de andere heft op de terrasjes alweer van een heerlijke kop koffie of pilsje. Behalve de danswoede was er ook een enorme dorst naar liefde. Naar seks eigenlijk en wel vooral bij de vrouwen die echter weinig te verwachten hadden van de opgebrande mannen die uitgeblust en apathisch terugkeerden van de verschillende Europese fronten. Gelukkig waren er veel geallieerde mannen in de buurt, wat weer andere problemen met zich meebracht. De militaire leiding moest de manschappen continue waarschuwen voor de gezondheidsproblemen die de aangename omgang met Fraulein Veronika Dankeschön (een naam die is geïnspireerd op de afkorting VD van veneral disease) met zich mee kon brengen. Het is de tijd dat vrouwen, die bij afwezigheid van hun mannen jarenlang zelf de touwtjes in handen hadden, zich gaan emanciperen. Het is ook de tijd dat Beate Uhse haar beroemde imperium van seksshops en erotische toebehoren opstart.

In de eerste jaren werd de economie trouwens gedomineerd door de begrippen roof, rantsoenering en zwarte markt. Iedereen was erop geconcentreerd te roven en te plunderen. De Duitsers waren een volk geworden van kruimeldieven, ritselaars en sjacheraars, die leefde aan de hand van bonkaarten. De zwarte markt was jarenlang in feite de enige economische markt van betekenis. Dat veranderde pas nadat in 1948 door Ludwig Erhardt de algehele geldhervorming werd gevoerd. Elke Duitser ontving 40 D-Mark, waarvoor ze op zondag 20 juni 1948 60 oude rijksmark op een distributiekantoor moesten inwisselen. Een maand later kon men nog eens 20 D-Mark krijgen, maar nu tegen 20 rijksmark. Alle andere rijksmarken waren op slag zo goed als waardeloos geworden. Bijna 93% van de voorraad rijksmarken werd zonder vervanging vernietigd. Bij deze ‘historische onteigeningsactie zonder weerga’ hielden spaarders slechts een armzalige Brandenburger Tor Berlijn65% van hun vermogen over. Waar het einde van de oorlog gold als eerste Stunde-Null, was deze operatie voor iedereen het tweede eerste uur. Maar geld had nu weer waarde, waardoor de zwarthandel ineenkromp en het beroemde Duitse Wirtschaftswunder kon beginnen. De schrijver haalt daarbij de Volkswagen-fabrieken in Wolfsburg aan als illustratief voorbeeld.

De geallieerden wisten natuurlijk ook dondersgoed dat niet dezelfde fout moest worden gemaakt als na de beëindiging van de vorige wereldoorlog. Dat betekende dat tegelijkertijd de oorlogsmisdadigers moesten worden bestraft en zoveel mogelijk van hun handlangers binnen de ambtenarij, justitie en bedrijfsleven op hun post mocht blijven om de boel draaiende te houden. Elementair was om bij de Duitsers een andere mentaliteit aan te meten. Wat verrassend goed ging, want de gevreesde naoorlogse Weerwolf-mentaliteit bleef compleet achterzijde en als bij toverslag was iedereen ineens democraat. Eigenlijk was niemand ooit volgeling van Hitler geweest. Die had iedereen bedrogen; eigenlijk waren alle Duitsers ook slachtoffer van Hitlers kliek. Pas in de zestiger jaren zou, tamelijk gewelddadig, een nieuwe generatie hun ouders en voorouders om rekenschap vragen en kon worden begonnen met de verwerking van de enorme morele schuld die het Duitse volk op zich had geladen. Zover was men vlak na de oorlog nog niet en de geallieerden waren er ook niet op uit om dat af te dwingen. In plaats daarvan werden enorme bedragen in Duitsland geïnvesteerd om een ander soort Duitsers te krijgen. Allerlei kranten en tijdschriften konden verschijnen en vooral de moderne kunst mocht floreren.

Wolfstijd is een indringend en meeslepend verhaal over een bevolking die de wanhoop nabij was, maar wonderbaarlijk snel de draad weer wist op te pakken. Vanuit de enorme chaos in 1945 ontwikkelde ze binnen enkele decennia een moderne samenleving en de grootste economie van Europa. Een boek dat terecht bejubeld en bekroond is.
.Harald Jähner - Wolfstijd
.
.
.
.
.
.
.
.
.

Harald Jähner
Wolfstijd. Duitsland en de Duitsers, 1945-1955
Uitgeverij Arbeiderspers, 2020
ISBN 978.90.295.4112.1

Advertentie
Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: