ELVIRA / WILLY DE BRUYN

Elvira De Bruyn (Erembodegem, 4 augustus 1914 – Antwerpen, 13 augustus 1989) werd geboren ‘in een primitief nestje’ met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen. Na een korte afweging besloten de ouders haar bij de burgerlijke stand als van het vrouwelijk geslacht in te schrijven. Ze ging eerst naar een school bij kloosterzusters, waar bleek dat ze vrij makkelijk leerde. Wat wel opviel was dat ze een gloeiende hekel had aan handwerken, naaien en breien, maar zich helemaal in haar element voelde bij de zeldzame gymnastieklessen die er werden gegeven. Ze werd door haar ouders op achtjarige leeftijd naar een kostschool in de buurt van Aalst gestuurd. Daar haalden haar ouders haar echter snel weg, omdat ze ondervoed raakte. Het dagelijkse menu voor meisjes was niet genoeg voor haar. Bovendien gedroeg zij zich veel woester dan de andere meisjes. Elvira was al jong een stuk groter en sterker dan andere kinderen, zeker ten opzichte van de meisjes maar ook de meeste jongens reikten nauwelijks tot aan haar schouders. Met hardlopen, fietsen en vechten was ze alle jongens in haar dorp de baas.

Vanaf haar veertiende ging ze niet meer naar school, want iedereen ging beseffen dat Elvira niet als alle andere meisjes was. De fysieke veranderingen en verschillende gedragspatronen werden duidelijk, maar , zoals ze later verklaarde, ‘ik wist nog niet welke stormen er boven mijn hoofd loskwamen’. Waarschijnlijk heeft ze op school of in het dorp van verschillende kinderen of ouderen al opmerkingen gehoord. Zelf veronderstelde ze een tijdje dat er misschien bij de inschrijving bij de burgerlijke stand een fout was gemaakt. Daarna begon ze te vermoeden dat er wellicht wat anders aan de hand was, maar het was niet bepaald een onderwerp waar je al veertienjarige makkelijk met anderen over praat. Zeker niet een eeuw geleden. Ze zonderde zich steeds meer af van haar jeugdvriendjes en voelde zich diep ongelukkig. Ze liep ’s nachts rond in de bossen en velden, terwijl ze allerlei wilde fantasieën had en vreesde dat ze niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk geheel anders dan de rest was. Ze overwoog zelfs zelfmoord te plegen, maar door haar geloof werd ze daarvan weerhouden. Vanaf 1928 ging ze niet meer naar school en werkte ze eerst een jaartje in een sigarettenfabriek in Brussel. Daar stond ze acht uur per dag aan de machine, bracht ze ladingen sigaretten weg en stak ze banderollen in de machine. Ze hield dat werk ‘aan de ketting’ een jaar vol en hielp daarna haar ouders die in Erembodegem bij een sportclub een café hadden.

willy de bruyn 1Ze sloot zich ’s nachts op in haar kamer zodat haar ouders er niet achter zouden komen dat ze in de geschriften van de Duitse seksuoloog Magnus Hirschfeld (1868-1935) en uit antropologische en mythologische lectuur probeerde te achterhalen wat er met haar aan de hand kon zijn. Ze zocht in verhalen over de ‘zeden en gewoonten van verre en primitieve volkeren’ en ontdekte dat bij Sjamanen of toverstammen in het Noord-Siberië het geslacht van opperhoofden onduidelijk zou zijn. Ook bestudeerde ze boeken over amazones en las ze allerlei verhalen over personen die zich verkleedden als iemand van het andere geslacht. Toen ze een afbeelding zag van het beeld van de hermafrodiet in Parijs was ze ervan overtuigd zelf een hermafrodiet te zijn. Maar het bleef voor haar nog steeds een raadsel hoe ze zichzelf beter kon begrijpen.

Elvira zocht tegelijkertijd wel naar een beroep waarin ze met haar gestalte en mannelijke eigenschappen goed zou kunnen functioneren. Ze wist dat ze goed in sport was en vanwege de aanwezigheid van de sportclub in het café van haar ouders was de keuze voor de wielersport geen lastige. Toen ze vijftien jaar was reed ze haar  eerste wedstrijd, een kermiskoersje voor meisjes in haar woonplaats Erembodegem. Ze zette haar vier tegenstanders op zeven minuten. Haar moeder was eerst fel tegenstander van haar deelname, maar de overwinningen leverde geld op en ook mooie publiciteit voor het sportcafé. In 1931 schreef de zeventienjarige Elvira zich in voor het seizoen dameskoersen. In haar eerste wedstrijd in oktober 1931 in Zelzate, dertig ronden over een totale afstand van 75 kilometer, klopte ze in de sprint de toenmalige wielerkampioene Rosa Calluy. Bij het Europees Kampioenschap op de weg op 19 juni 1932 in Hoboken versloeg ze Calluy opnieuw, nu met één lengte voorsprong. In 1932 werd ze voor de eerste maal Nationaal kampioene op de weg, een titel die ze ook in 1933, 1934 en 1935 veroverde. De Bruyn verscheen in deze periode zeventien keer aan de start en ging er negen keer met de eerste prijs vandoor; de andere keren eindigde ze in de top vijf. In Gilly reed ze samen met een junior wielrenner mee in een gemengde ploegenkoers. Toen de jongeman viel en de volgende aflossing niet kon plaatsvinden, reed Elvira dan maar alleen verder en eindigde met niet minder dan drie ronden voorsprong op de andere ploegen. Dat was natuurlijk onvoorstelbaar. Elvira vroeg zich af of haar prestaties én die van andere uitstekende sportvrouwen niet toe te schrijven waren aan een afwijkende lichaamsbouw. Die gedachte was natuurlijk ook bij anderen opgekomen. willy de bruyn 4Onder het publiek werd gefluisterd, geïnsinueerd en zelfs gegrinnikt. Na afloop van de koers trof ze haar moeder wenend aan, zogezegd uit vreugde maar in werkelijkheid vanwege allerlei opmerkingen van toeschouwers om haar heen. Elvira schreeuwde dat ze wel wist hoe over haar gedacht werd. Het luchtte haar op en ze besloot zichzelf te helpen: ‘Ik wist wat ik wist sedert mijn eigen prestaties in het wielrennen. Weinig anderen wisten het.’

Op 5 september 1934 werd in Blankenberge eerst het Europees Kampioenschap op de weg. Er waren de hele dag al zware regenbuien overgetrokken, maar de wedstrijd ging gewoon door met duizenden toeschouwers. Elvira de Bruyn won de wedstrijd met overmacht. Op 16 september 1934 werd in het Josaphatpark in Schaarbeek gestreden voor het wereldkampioenschap op de weg, met deelneemsters uit België, Nederland, Engeland, Frankrijk, Spanje en Italië. Naar schatting waren honderdduizend uitzinnige toeschouwers getuige van de overwinning van De Bruyn die de sprint won van toenmalige cracks als de Nederlandsen Mien Van Bree en Rie Van Algen, de Française Eliane Robin en de Duitse Anna Ludwig. Ze werkte de negentig kilometer af in 2.41.33 (33,33 km/uur gemiddeld). De Nederlandse Mien van Bree werd tot haar teleurstelling pas achtste, maar zou in 1938 en 1939 de titel veroveren. De Bruyn werd in 1934 officieus wereldkampioen bij de vrouwen, want pas in 1958 werd het eerste officiële wereldkampioenschap voor vrouwen door de UCI georganiseerd. Na haar nationale titel in 1935 wilde ze niet langer winnen. Ze voelde zich man en wilde geen wedstrijd voor vrouwen winnen. Ze ging zich verdiepen in de wetenschap over seksespecifieke anatomie en interseksualiteit. Ze verdiepte zich bijvoorbeeld in het verhaal van de Tsjecho-Slowaakse atleet Zdeněk Koubek, die in 1936 een geslachtsaanpassende operatie onderging. De Bruyn ging tijdelijk in Brussel wonen, vervalste haar identiteitskaart door zich Willy de Bruyn te noemen en werkte onder die naam als bordenwasser in een hotel, bij een bakker, in een houtzaak en als liftjongen in een groot warenhuis. Allemaal beroepen die alleen voor mannen bestemd waren, maar ze kreeg steeds problemen met de pensioenkaart, waarna ontslag volgde. Ze had daarom dringend geld nodig en verdiende af en toe wat geld met wielrennen. In april 1936 won ze nog een wegrit in Moustier en later dat jaar werd ze voor de tweede keer wereldkampioen bij de dames. Haar trainingsmaatje Mien van Bree werd toen tweede.

Begin 1937 kreeg Willy de Bruyn een dokterscertificaat dat verklaarde dat hij een man was. De rechtbank vond dit niet voldoende voor een wijziging in de burgerlijke stand. Er werd een tweede doktersverklaring afgegeven, plus werd een advocaat in de arm genomen. De juridische procedure en geneeskundige behandelingen duurden een jaar en kostte het De Bruyn al het geld dat hij met wielrennen had willy de bruyn 3verdiend. Op 4 maart 1937 kon Willy de Bruyn zich als 22-jarige in Oudenaarde bij de burgerlijke stand laten inschrijven als Willem Maurits De Bruyn, roepnaam Willy. In april 1937 publiceerde het dagblad De Dag een uitgebreid interview met De Bruyn en zijn ouders, dat gericht was op zijn jeugd en zijn beslissing om zijn naam en geslacht te wijzigen. Hij werd er een ‘Vlaamse Koebskowa’ genoemd, verwijzend naar de geslachtsverandering van Zdeněk Koubek.

De Bruyn wilde wielrenner blijven en meedoen aan de wedstrijden voor de mannen. Hij kreeg na zijn transitie enkele contracten aangeboden, maar eindigde meestal in de buik van het peloton. Na het overlijden van zijn ouders opende De Bruyn in Brussel het Café Denderleeuw, waar hij zijn wielerreputatie inzette dor zich te presenteren als ‘Willy De Bruyn, ex-kampioen Elvire De Bruyn”. In het najaar van 1938 trouwde hij met Clementine Juchters, een kapster die ook aan wielrennen had gedaan. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verhuisden het echtpaar in september 1940 naar Zellik. De Bruyn en zijn vrouw hebben een bordeel en meerdere cafés gehad, gingen een tijd met een kraampje langs de Belgische markten en zouden ook een tijdje in de Verenigde Staten hebben gewoond. In 1965 was hij in New York aanwezig in het ‘Belgische Dorp’ tijdens de Wereldtentoonstelling 1964, waar hij echte Erembodegemse ‘smoutbollen’ aan de bezoekers presenteerde. Willy De Bruyn overleed op 13 augustus 1989 in Antwerpen, een jaar na zijn vrouw. Hij werd begraven op kosten van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW), wat aansluit bij het zwervend bestaan dat het echtpaar vanaf 1940 had geleid. In juli 2019 werd in Brussel de Willy De Bruynstraat naar de vergeten wielerlegende gepresenteerd, de eerste transgender waarnaar in Brussel een straat is vernoemd.

Dit item was geplaatst door Muis.