OBERPULLENDORF 2
86e HINK-STAP-SPRONG DOOR DE TIJD
Roma in Oberpullendorf
Volgens de volkstelling in 1936 woonde er 802 Roma in het district Oberpullendorf, waarvan het na de districten Oberwart (3.912 Roma) en Jennersdorf (1.059 Roma) de derde grootste zigeunerpopulatie in Burgenland had. Daarvan wonden slecht 60 Roma in het dorp Oberpullendorf. Met de annexatie in 1938 stonden racisme, rassenhygiëne en ‘preventieve misdaadbestrijding’ hoog op de politieke agenda van dr. Tobias Portschy, de zelfbenoemde gouverneur van Burgenland. Hij beschreef alle joden en zigeuners als ‘ondraaglijk’ en riep in zijn pamflet ‘Oplossing van de zigeunerkwestie’ onder meer op tot sterilisatie en deportatie naar werkkampen. Joodse en Roma-kinderen werden tijdens het naziregime het recht ontzegd om naar school te gaan, een van de eerste stappen in jet kader van de ‘Endlösung’ ofwel de definitieve uitroeiing van joden en zigeuners. Vanaf 1939 mochten de Roma hun woonplaats niet meer verlaten en moesten ze worden ondergebracht ‘in speciale verzamelkampen totdat ze uiteindelijk werden weggevoerd’. Het plan was de Roma naar het bezette Polen te deporteren. Op 5 juli 1939 gaf het ‘Reichskriminalpolizeiamt’ de opdracht om drieduizend Roma uit Burgenland naar concentratiekampen te sturen. Omdat dit op dat moment niet mogelijk was, werden als tussenoplossing ‘zigeunerkampen’ opgericht, een tijdelijke oplossing voor de onvermijdelijke deportaties. In november 1940 werd het zigeunergevangeniskamp Lackenbach gebouwd, waar de 200 tot 900 gevangenen dwangarbeid moesten verrichten in bosbouwbedrijven, landbouwgronden, boerderijen, een steenfabriek of in de wegenbouw. Baron György Rohonczy wist een groot aantal Roma uit dit kamp te bevrijden en hun leven te redden. Slechts een paar honderd Roma werden in april 1945 door Sovjettroepen bevrijd. Op bevel van Reichsführer Heinrich Himmler werden op 1 oktober 1941 5.000 Roma vanuit Oostenrijk naar Łódź gedeporteerd. Zij werden hoofdzakelijk geselecteerd op basis van het selectiecriterium ‘arbeidsvermogen’. Vanuit zigeunergevangeniskamp Lackenbach werden 2.000 Roma getransporteerd naar Polen.
Zeker is dat vijf mensen uit Oberpullendorf omkwamen in de werk- of vernietigingskampen, wat weinig is gezien de zestig Roma in Oberpullendorf in 1936. Twee van hen, Michael en Rosa Horwath werden vermoord in Auschwitz-Birkenau; Rosa was een baby van acht maanden. Franz Karall, geboren op 2 december 1880, stierf op 24 december 1941 in het detentiekamp Lackenbach. Michael Berger werd vermoord in Buchenwald. Van Aloisia Berger kon de plaats van overlijden kon niet worden achterhaald. Veel gedeporteerden werden echter niet geregistreerd, zodat er niets bekend is over het lot van veel Roma. Vermoedelijk maakte de overige 54 mensen uit het dorp deel uit van het massatransport naar Łódź en heeft geen van hen dit overleefd.
Joodse bevolking van Oberpullendorf
In Burgenland woonde volgens de volkstelling van 1934 in totaal 3.632 Joden, met Deutschkreutz en Lackenbach als grootste Joodse gemeenschappen. In het district Oberpullendorf woonden verschillende kleine Joodse gemeenschappen in, maar in de plaats Oberpullendorf zelf woonden slechts enkele Joodse gezinnen. Die bezochten op hoogdagen de synagogen in de omliggende dorpen, voornamelijk in Lackenbach. Op 11 maart 1938 namen de nationaalsocialisten de macht over in Oostenrijk, een dag later viel de Duitse Wehrmacht binnen. De eerste arrestaties van onder meer Joodse mannen vonden plaats in de nacht van 12 maart, gevolgd door de eerste rellen tegen de Joodse bevolking en de plundering van hun huizen en winkels. Die werden uitgevoerd door de lokale afdelingen van de NSDAP, SA en Gestapo. Maar een paar gezinnen werden vooraf gewaarschuwd door niet-Joodse buren. Burgenland was de eerste regio van het Duitse rijk waaruit de gehele Joodse bevolking werd verdreven. Veel gezinnen vluchtten eerst naar Wenen of andere grotere steden en vervolgens naar het buitenland. Voor velen werd het echter onmogelijk om aan de nationaalsocialisten te ontsnappen, omdat veel landen na het aan de macht komen van de nazi’s hun grenzen sloten voor vluchtelingen en een visumplicht invoerden.
Uit Oberpullendorf is met zekerheid bekend dat twee Joodse inwoners tijdens de Holocaust werden vermoord. Greta Hochberg, in 1905 in het dorp geboren, woonde tijdens de oorlog al in Wenen en werd van daaruit overgebracht naar een van de Duitse vernietigingskampen. Anna Preis, geboren in Neunkirchen, woonden met haar man Eduart Lakenbacher al voor de oorlog in Oberpullendorf. Ze kwam om het leven in het concentratiekamp Schabatz ( nu Šabac in Servië). Haar textielwinkel werd geariseerd en kwam in handen van een nazi uit Steinberg. In 1949 werd de gerechtelijke procedure over deze arisering en oneigenlijke verwerving van goederen uit Joodse winkels gestaakt.
De politiek vervolgden in Oberpullendorf
Burgenland was de eerste Oostenrijkse deelstaat waar de nationaalsocialisten de macht overnamen. De eerste arrestaties van politieke
tegenstanders van de nazi’s vonden plaats in Oberpullendorf in de nacht van 11 op 12 maart 1938. In maart werd 10% van de politieke arrestaties in Burgenland geregistreerd in het district Oberpullendorf. Tot die eerste groep hoorde de boswachter Alexander Simonis, die van 12 maart tot 23 maart 1938 in voorlopige hechtenis zat. Zijn collega en districtsboswachter Johann Fahrer zat eveneens een paar weken in voorlopige hechtenis, van 17 maart tot 4 april 1938. Ernstiger was de situatie voor de kunstenaar Rudolf Klaudus, geboren in Nebersdorf in 1885, die op 15 mei 1938 werd opgepakt. Hij was op dat moment schoolinspecteur in het district, maar ook onderwijzer op een middelbare school in Deutschkreutz. De reden van zijn arrestatie was zijn lidmaatschap van het Vaderlandfront en functie van perschef-propagandadirecteur van de Frontmilitie. Ook zinde het de nazi’s niet dat Klaudus zich inzette voor het behoud van Kroatische scholen. Hij werd direct ontslagen op school en kreeg een verbod op het beoefenen van kunst. Hij bleef tot 29 juni 1938 in hechtenis en mocht pas na het einde van de oorlog weer schoolinspectietaken op zich nemen en zijn artistieke werk weer oppakken.
De Hongaarse en Kroatische minderheden in het district Oberpullendorf werden niet vervolgd, maar hun minderheidsrechten werden beperkt. Dat gold in hert bijzonder de Hongaarse en Kroatische scholen. Confessionele Hongaarse scholen werden afgeschaft en moesten het Duits als voertaal invoeren. Verder was er per week maximaal twee uur ‘optionele Magyaarse les’ toegestaan. De Hongaarssprekende kinderen hadden moeite mee met het Duits en daarom werd er in Mitterpullendorf, een deel van Oberpullendorf, een aparte Hongaarse klasje ingericht.
Krijgsgevangenen in Oberpullendorf
Tot 1938 passeerde er dagelijks een passagierstrein het station Oberpullendorf, dat op de route Wenen Ost – Parndorf – Wulkaprodersdorf – Sopron – Köszeg lag. Na de Anschluss werd dit passagiersverkeer door de nazi’s echter beperkt. Wel werd begonnen met de bouw van sleepspoor naar de steengroeve in Fenvös Ried. Tijdens de oorlog werd dit tot een gewone spoorlijn uitgebreid door Oost-Europese, Franse en Russische krijgsgevangenen. Het materiaal uit de steengroeve werd gebruikt voor de aanleg van de Reichsautobahn.
Het eind van de oorlog in Oberpullendorf
Het einde van de Tweede Wereldoorlog werd op het station duidelijk toen op 28 maart 1945 een speciale trein arriveerde met de Hongaarse premier Ferenc Szálasi, die al op de vlucht was voor de Sovjets. Maar aangezien de route richting Sopron geblokkeerd was door treinen met oorlogsmateriaal, zette hij zijn ontsnapping vanaf het treinstation van Oberpullendorf in een auto voort naar het westen. Szálasi was de voorzitter van de rabiaat antisemitische en fascistische partij Pijlkruisers, die pas in oktober 1944 in Hongarije aan de macht was gekomen. Het was toen al duidelijk dat Duitsland de oorlog had verloren, maar het verhinderde hem er niet van om te zorgen dat vele Joden, zigeuners en andere minderheden nog snel naar de concentratiekampen werden gedeporteerd. Na zijn vlucht werd hij door de Amerikanen krijgsgevangen gemaakt, aan Hongarije uitgeleverd, daar ter dood veroordeeld en op 12 maart 1946 geëxecuteerd.
Op 29 maart 1945, een dag na het passeren van Szálasi, werd in Oberpullenburg de kleine stroombrug bij het treinstation opgeblazen. In de nacht van 30 maart 1945 reed een andere trein met soldaten van een Duits infanterieregiment het station binnen, maar kon niet verder rijden omdat de brug was opgeblazen. De Duitse soldaten kregen de taak de Ostwall te bezetten, waar echter het Rode Leger al een positie had ingenomen op de oude rijksweg tussen Dörfl en Oberpullendorf, parallel aan het treinstation. Binnen het stationsgebied vonden nu heftige gevechten plaats tussen Duitse en Russische militairen. De Russische militaire begraafplaats in de hoek Bahngasse – Neugasse herinnert aan de laatste dagen van de oorlog in Oberpullendorf. In 2015 is het monument op de Russische Begraafplaats volledig gerenoveerd. Ooit werden hier soldaten van het Rode Leger, maar ook dwangarbeiders en krijgsgevangenen begraven. Er wordt aangenomen dat minstens 164 mensen op deze plek zijn begraven.
Op zaterdag 21 september 2020 werd in Oberpullendorf een monument geplaatst ter herinnering van de slachtoffers van het nationaalsocialisme geplaatst: ‘Zum Gedenken an die Frauen, Männer und Kinder aus Oberpullendorf, die von 1938 bis 1945 Opfer des Nationalsozialismus wurden. Das waren Romnija und Roma, Jüdinnen und Juden, Menschen die aus politischen oder religiösen Gründen Widerstand leisteten und Menschen, denen auf Grund von Erkrankungen und Behinderungen das Lebensrecht abgesprochen wurde und die der NS-Medizin zum Opfer fielen.‘

