JESÚS RAFAEL SOTO

Jesús Rafael Soto (Ciudad Bolívar, 5 juni 1923 – Parijs, 14 januari 2005) was de oudste van vier kinderen van Emma Soto en Luis Garcia Parra, een violist. Al op jonge leeftijd wilde hij geld verdienen om ter helpen het gezin financieel te steunen, maar hij zocht het wel uitdrukkelijk in de artistieke richting. In het begin speelde hij gitaar als straatartiest, daarna begon hij beroemde kunstwerken die hij in verschillende boeken, tijdschriften en almanakken vond na te schilderen. Op zestienjarige leeftijd kreeg hij een baantje bij de bioscopen in Ciudad Bolivar, waarvoor hij posters ging schilderen. Hij zei hierover later: ‘Op die leeftijd waren de enige kunstenaars die ik kende de letterschilders. Mijn familie was heel gelukkig. Ik kon wat geld verdienen, letters schilderen tot het einde van mijn dagen. Niemand keek verder dan dat…’ In 1938 sloot Soto zich aan bij een studentengroep die de ideeën van het surrealisme promootte en publiceerde hij in het plaatselijke tijdschrift enkele gedichten waarin hij de samenleving op de hak nam. In de groep leerde Soto over schrijven en maken van houtskooltekeningen. De portretten die hij maakte leidde ertoe dat hij in 1942 een studiebeurs kreeg die het hem mogelijk maakte in de hoofdstad Caracas een kunst- en onderwijsopleiding aan de Escuela de Artes Plásticas y Artes Aplicadas te volgen. Tot zijn medeleerlingen behoorden ook de schilder-kunstenaar Alejandro Otero (1921-1990) en Carlos Cruz-Diez, die een bekend kinetisch en op-art kunstenaar zou worden. Vooral Cruz-Diez raakte snel in de ban van de geometrische abstractie, waarin rechte lijnen de hoofdrol speelden. Hij werd duidelijk geïnspireerd door Piet Mondriaan en De Stijl. In 1947 haalde Soto aan zijn opleiding zijn onderwijsbevoegdheid en had daarna drie jaar lang de leiding aan de kleine Escuela de Artes Plásticas in Maracaibo. Toen hij daar les gaf, ontving hij een overheidssubsidie om naar Frankrijk te reizen en zich in Parijs te vestigen. In 1950 vertrok hij naar Parijs, waar hij werd opgewacht door zijn vrienden Otero en Cruz-Diez en andere kunstenaars uit Venezuela. Die brachten hem in contact met groeperingen van abstracte kunstenaars. In 1951 bezocht Soto met enkele vrienden Nederland, waar hij het Kröller-Müller Museum en het Stedelijk Museum Amsterdam bezocht, vooral om het werk van Piet Mondriaan te zien.

JJesus Rafael Soto 2esús Rafael Soto ging vanaf 1951 systematisch vormen herhalen, om in 1953 door het gebruik van plexiglas een belangrijke stap te zetten naar de kinetische kunst. In 1963 ontstaan dan de ‘Extensions’, ‘Pénétrables’ en ‘Progressions’, die hij verder zal ontwikkelen in reeksen. In de laatste reeks vervaardigde hij bijvoorbeeld in 1969 Double Progression Vert et Blanc ter gelegenheid van de tiende Middelheimbiënnale. In twee betonnen platen waren betonijzers van verschillende lengte gestoken, telkens van klein naar groot. Er ontstonden op die manier  twee ‘bossen van staal’ van staal in het wit en het groen. Door het materiaal te beschilderen werd dat materiaal ‘gedematerialiseerd’ en ontstond een optische vibratie die toe- of afneemt als de toeschouwer zich verplaatst. Soto is vooral bekend van dit soort kunstwerken, waarvan hier enkele voorbeelden, die op de  aan hem gewijde jesus-soto.com meer voorbeelden geeft, maar tevens aandacht heeft voor zijn schilderijen en tekeningen. Dat doet ook de Belgische online-galerie Composition Gallery, de Galerie Wagner in de mondaine badplaats Touquet-Paris-Plage, Ascaso Gallery in Miami en Gallerie Perrotin in Parijs.

In 1954 werd Soto’s werk opgemerkt door Galerie Denise René en kwam hij in contact met kunstenaars als Victor Vasarely, Yaacov Agam, Jean Tinguely en Pol Bury die aan deze galerie verbonden waren. Het werd voor Soto het begin van zijn carrière als kinetisch kunstenaar. Hij werd vooral bekend door zijn open, interactieve sculpturen/installaties, bestaande uit dunne, hangende buizen waar de toeschouwer doorheen kan wandelen. De toeschouwer maakt aldus deel uit van het object en veroorzaakt verandering en beweging. Vanaf 1970 is het werk van Soto opgenomen in een groot aantal gerenommeerde musea. In 1973 opende de Fondación de Arte Moderne Jesús Soto een museum in zijn geboortestad Ciudad Bolívar met een collectie van zijn bekende werken. Een groot gedeelte van de tentoongestelde objecten kan bewegen door middel van elektriciteit. De Venezolaanse architect Carlos Raúl Villanueva ontwierp het museumgebouw. Jesús Rafael Soto stierf in 2005 in Parijs en werd begraven op het Cimetière du Montparnasse.
.
Jesus Rafael Soto 3 Jesus Rafael Soto 5 Jesus Rafael Soto 6
.Jesus Rafael Soto 4
.

Dit item was geplaatst door Muis.