RUDOLF KLAUDUS

Rudolf Klaudus87e HINK-STAP-SPRONG DOOR DE TIJD

Rudolf Klaudus (Nebersdorf, 19 oktober 1895 – Eisenstadt, 26 maart 1979) werd in een Kroatische boerenfamilie in Burgenland geboren. In Wenen bezocht hij de Höhere Graphische Bundes-Lehr- und Versuchsanstalt en aansluitend was hij in Zagreb leerling aan de Akademie der Bildenden Künste. Terug in Burgenland in 1926 werd hij in Deutschkreutz docent aan een middelbare school. In deze plaats richtte hij met Aflfred Pahr en Franz Erntl ook een kunstenaarsgroep op. Pahr was een leraar tekenen en handenarbeid aan een evangelische school in Oberschützen. Erntl was docent aan een middelbare school in Neufeld an der Leitha. Het drietal zette zich met hun vereniging af tegen gevestigde namen in de artistieke wereld in Burgenland, zoals Albert Kollmann en Franz Elek-Eiweck. Klaudus werd ook lid van de Burgenländischen Kunstverein en nam deel aan de tentoonstellingen die de vereniging met regelmaat organiseerde. Hij schreef ook regelmatig artikelen voor de Kroatische krant Hrvatske Novine en spande zich er voor in dat voor de Kroatische jeugd op school lesboeken in de eigen taal beschikbaar waren.

In 1933 werd hij lid van het Vaterländischen Front, een eenheidsbeweging die op 20 juni 1933 door bondskanselier Engelbert Dollfuss was opgericht. Dollfuss hoopte zo het oprukkende nationaalsocialisme in Oostenrijk wind uit de zeilen te nemen. Het Front moest de Oostenrijkse bevolking mobiliseren in een corporatieve staat volgens een politiek-economische model dat een middenweg zou zijn tussen het marxisme en neo-liberalisme. In het corporatisme zouden niet langer groepen om de macht strijden, maar zouden verscheidene onverkozen lichamen beslissend zijn in het besluitvormingsproces om klassenconflicten te voorkomen. Het corporatisme was in Italië het belangrijkste principe van het fascistische regime van Mussolini. Dollfuss was in 1931 minister van Landbouw geworden, werd in mei 1932 ook  minister-president en minister van Binnenlandse Zaken in een kabinet dat bestond uit de Christelijk-Sociale Partij, de (semifascistische) Heimwehr en de Landbouwpartij. Vanaf 1933 ging hij met volmachten regeren Eduard Sauerzopf - Rudolf Klaudusen ontwikkelde zich tot een dictator, die met hulp van Italië probeerde de deplorabele economische en financiële toestand van Oostenrijk te verbeteren. Nadat in Duitsland de nazi’s aan de macht waren gekomen, bond hij op advies van Mussolini de strijd aan met zijn politieke tegenstanders, de nationaalsocialisten en sociaaldemocraten. Zijn Vaterländischen Front verzette zich tegen de dreiging van aansluiting met Duitsland en streed voor een ‘sociaal, christelijk en Duits karakter van Oostenrijk. Het symbool van het Front was een rood krukkenkruis, wat behoorlijke associaties opriep met de swastika van de gevreesde noorderburen. Interessante wereld trouwens, die wereld van de kruizen.

In februari 1934 vielen het Oostenrijkse leger, de Heimwehr en andere paramilitaire groepen Weense arbeiderswijk aan om de socialisten en communisten te verslaan. De korte, hevige burgeroorlog die daarop volgde had tot gevolg dat veel socialistische en cRudolf Klaudus - zelfpotrtretommunistische leiders naar het buitenland vluchtten, onderdoken of gevangen werden gezet. Datzelfde gebeurden daarna met nationaalsocialisten, nadat ook hier door het leger en de ondersteunende groeperingen aanvallen waren ingezet. Op 1 mei 1934 voerde Dollfuss een corporatieve grondwet in, die op 25 juli 1934 leidde tot een staatsgreep door de nazi’s onder leiding van Anton Rintelen. De staatsgreep mislukte, maar Dollfuss kwam erbij om het leven. Hij werd als premier opgevolgd door Kurt von Schuschnigg, die met dezelfde dictatoriale volmachten doorregeerde. In mei 1935 werd het Vaterländische Front de enige toegestane partij, die vanaf de dood van Dollfuss onder de leiding stond van Ernst Rüdiger von Starhemberg (1899-1957). Na de Anschluss in maart 1938 werd het Front door de Duitse bezetter verboden.

In 1936 werd Rudolf Klaudus perschef en hoofd van de afdeling Propaganda van de Frontmiliz, een coalitie van verschillende militaire verenigingen. Het was eerst onderdeel van het Vaterländischen Front. Schuschnigg wilde met de Frontmiliz de invloed van vijandige militaire verenigingen, vooral de Heimwehr, uitschakelen. De nieuwe paramilitaire formatie moest daartoe ondergeschikt worden gemaakt aan het federale leger. Op 17 oktober 1935 werden als eerste stap door Ernst Rüdiger Starhemberg, de minister van Veiligheid en leider van het Vaterländischen Front, alle aan de regering loyale militaire verenigingen samengevoegd tot de Freiwillige Miliz-Österreichischer Heimatschutz, die een apolitiek karakter moest hebben en onder leiding kwam te staan van vicekanselier Eduard Baar-Baarenfels. De Frontmiliz voerde hetzelfde rode krukkenkruis als het Vaterländischen Front. Op 14 juli 1937 werd de Frontmiliz organisatorisch geïntegreerd in de Oostenrijkse strijdkrachten. Na de Anschluss werd de Frontmiliz ontbonden.

Rudolf Klaudus - Haus mit Bäumen in PinkafeldIn 1936 werd Klaudus ook schoolinspecteur voor de Kroatische schoolorganisatie in Burgenland. Vanwege zijn actieve lidmaatschappen aan het Vaterländischen Front en de Frontmiliz stond Klaudus toch al in het verdachtenbankje bij de nationaalsocialisten. Zijn streven de Kroatische taal te bevorderen strookten ook niet met de politiek van dec nationaalsocialisten, waarbij alles wat niet Duitssprekend als minderwaardig werd beschouwd en bestreden moest worden. Na de Anschluss werd Rudolf Klaudus door de nazi’s gearresteerd, ontslagen als leraar en werd het hem verboden nog langer te schilderen want zijn impressionistische werken vielen onder de categorie ‘Entarte Kunst’.

Na de oorlog kon hij weer schoolinspecteur voor het Kroatisch onderwijs worden, aanvankelijk slechts voor de regio Oberpullendorf, maar vanaf 1950 voor geheel Burgenland. In de periode 1947-1949 was hij uitgever van het Kroatisch-talige tijdschrift Naše selo (Ons Dorp) en vanaf 1953 werkte hij mee aan de jeugdkrant Mladost (De Jeugd). Als sterk maatschappelijk geëngageerd schilder richtte hij de door de nazi’s verboden Burgenländischen Kunstverein weer op. Hij werd er in 1955 de opvolger van Alfred Kollmann, drie decennia eerder zijn artistieke tegenstander. Hij trad echter alweer snel af vanwege onophoudelijke artistieke geschillen binnen de gelederen. Hij en de geestverwanten Rudolf Kedl, Karl Prantl, Wolfgang Bambinger en Feri Zotter verlieten hun woonplaats Eisenstadt en vertrokken naar Wenen en richtten er in 1956 de Künstlergruppe Burgenland op. Eerst hield die alleen in de hoofdstad tentoonstellingen, maar vanaf 1959 ook in Burgenland. In 1975 ontving hij in zijn Burgenland de Kulturpreis des Landes Burgenland. Hij overleed op 26 maart 1979 in Eisenstadt, waar hij zich weer had gevestigd. In het plaatsje Kleinwarasdorf (gemeente Grosswarasdorf) bevindt zich een Rudolf-Klaudus-Gasse.

Rudolf Klaudus - Mali Boristof Rudolf Klaudus - Landschap in Burgenland

Dit item was geplaatst door Muis.