WILLEM MULDER / COR VAN RIJN

Door de nauwe onderlinge banden met de leiding van de Ordedienst ging de Schimmelpenninck-groep geruisloos in de Ordedienst op. Joan Schimmelpenninck zou in september 1941 na de arrestatie van Pierre Versteegh, die Johan Westerveld was opgevolgd als commandant, de leiding over de Ordedienst op zich nemen. Het zou van korte duur zijn, want Schimmelpenninck werd op 13 november 1941 thuis gearresteerd. Datzelfde lot was veel andere leden van zijn groep beschoren. Zestien van hen stonden net als Schimmelpenninck terecht bij de Tweede OD-proces, werden toen ter dood veroordeeld en werden op 29 juli 1943 op de Leusderheide bij Amersfoort geëxecuteerd. Twee van de zeventien terechtgestelden waren:

Willem Mulder (Amsterdam, 20 december 1888), was een leraar scheikunde te Amsterdam, maar op de slachtofferlijst van Kamp Amersfoort wordt ‘kantoorbediende’ als beroep opgegeven. Er is slechts een jeugdfotootje van hem beschikbaar, want hij moet in de oorlogsjaren eind vijftig zijn geweest. Er is verder alleen nog maar van hem overgeleverd dat hij waarschijnlijk betrokken was bij Vrij Nederland en verspreiding van illegale bladen. Dat ‘waarschijnlijk’ is veelzeggend. Er moet een relatie zijn geweest met de groep-Schimmelpenninck en Ordedienst, maar meer dan dat hij onderdak heeft geboden aan Cor van Rijn is niet te achterhalen. Samen met deze Cor van Rijn werd hij op 16 april 1942 opgepakt. Hij heeft dus in elk geval een tijd doorgebracht in kamp Amersfoort en is van daaruit vervoerd naar kamp Haaren. Hij was een van de leden van de Ordedienst die op 27 april 1943 in kamp Haaren ter dood werden veroordeeld en op 3 mei 1943 op de Leusderheide werd geëxecuteerd. Deze fusilladeplaats van het kamp lag op een paar honderd meter afstand van begraafplaats Rusthof te Amersfoort. Veel geëxecuteerden zijn later herbegraven op deze begraafplaats, waaronder de 17 geëxecuteerden van het Tweede OD-proces. Er liggen verder 150 slachtoffers uit Kamp Amersfoort begraven, waaronder verzetsstrijders,politieke gevangenen, gijzelaars en onderduikers. Ook Willen Mulder heeft waarschijnlijk hier zijn laatste rustplaats.

Antonius Cornelis Theodorus ‘Cor’ van Rijn (Utrecht, 2 april 1913) was dienstplichtig sergeant der infanterie en oorspronkelijk groentehandelaar van beroep te Utrecht. Net als bij Willem Mulder is Van Rijn een totaal vergeten verzetsheld, waarover niets meer bekend is dan onder het ‘biografietje’ van Mulder al is gezegd. Hij ligt begraven op de Algemene Begraafplaats Rusthof te Amersfoort (vak 12, rij c, nummer 142.

Op 18 mei 2021 schreef ik bovenstaand korte blog over twee onbekende verzetshelden, Willem Mulder en Cor van Rijn. Hierop kreeg enkele maanden een reactie, waarop ik met wat vertraging wil terugkomen: ‘Mijn vader (Anne Willem van der Steeg) zat net als Mulder en Van Rijn in de OD. Mijn vader was leerling van Mulder en hij is gearresteerd toen hij bij Mulder aanbelde op het moment dat daar net een inval door de Duisters had plaatsgevonden. Mijn vader zat in het Oranjehotel in cel 723. Naast mijn vader in cel 722 zat Cor Rueck, voor ons altijd oom Cor gebleven. Beide zijn in november ’42 vrijgelaten door gebrek aan bewijs. ….  Wat wij in de familie niet weten is de relatie met Kars Lucas Kamp. Zat ook vast in het Oranjehotel (groep van Hattem). Zowel een broer van mij is vernoemd naar Lucas en een dochter Cor ook, dus dat moet een diepere betekenis hebben. Enig idee?’

mulder 2In elk geval werd gewezen op een toegevoegde foto van de dan 44-jarige Willem Mulder uit 1932 op de site van de Oorlogsgravenstichting, wat beter past dan het jeugdfotootje dat tot dan van hem bekend was. Daarbij ook de korte vermelding ‘Beroepsmilitair, later pacifist en socialist’ over Mulder, die ondanks zijn pacifisme blijkbaar in contact was gebleven met beroepsmilitairen van de groep-Schimmelpenninck en de Ordedienst. Hij en Cor van Rijn hoorde tot de groep van zeventien leden van de Schimmelpenninck-groep die op 29 juli 1943 op de Leusderheide werden geëxecuteerd. In mijn eerdere bericht stond de foute datum ‘3 mei 1943’, in het bericht uit het Algemeen Handelsblad van 19 november 1945 over de herbegrafenis twee dagen later wordt als foute datum ‘4 augustus 1945’ gegeven. Van Cor van Rijn een mooie tekening die in juli 1943 door ene J. Brouwers gemaakt in de Kriegswehrmachtsgefängnis in Utrecht, maar helaas verder niets nieuws kunnen vinden.

De relatie met Kars Lucas Kamp (Valparaíso, 15 december 1912 – Leusden, 20 juli 1943) blijft onduidelijk. Kamp had gestudeerd aan de Technische Hoogeschool Delft, waar hij lid was van de Delftsche Studenten Schaak Club Paris. Als voorzitter van die club was hij in 1935 getuige van de schaakpartij tussen Max Euwe en Aleksandr Aljechin in het kader van het wereldkampioenschap schaken, die werd gespeeld in gebouw Phoenix, de thuisbasis van zijn vereniging. In mei 1941 voltooide hij zijn studie als civiel ingenieur. Datzelfde jaar werd hij via de Delftse ingenieur Johan van Hattem betrokken bij een verzetvan rijnsgroep (de groep-Van Hattem) die inlichtingen verzamelde voor de Engelse geheime dienst. Johan van Hattem (Surabaya, 7 mei 1914 – Leusden, 20 juli 1943) was in augustus 1940 de opvolger geworden van de opgepakte en later gefusilleerde Lodo van Hamel als hoofd van een spionageorganisatie. Deze groep fabriceerde zenders in het pand Dirklangenstraat 9 te Delft, verzamelde gegevens voor de geallieerden en seinde deze over naar Engeland. Van Hattem werd op 6 maart 1942 in Den Haag op Station Staatsspoor gearresteerd door de Sicherheitsdienst (SD). In de loop van die maand werden ook andere leden van de groep opgepakt, waaronder de jongere broer Willem van Hattem (Surabaya, 6 augustus 1916 – Leusden 20 juli 1943). Kars Lucas Kamp, die een maand eerder was getrouwd met Janneke Caroline Roosenburg, dacht dat hij onder de radar was gebleven, maar werd opgepakt toen hij nog snel koerierslijnen wilde opzetten om inlichtingenrapporten naar Engeland te sturen. De opgepakte verzetsleden werden achtereenvolgens overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen, de Polizeigefängnis te Haaren en Wehrmachtsgefängnis in de Gansstraat te Utrecht. Op 20 juli 1943 werd hij met anderen van zijn groep op de Leusderheide gefusilleerd. Ook Willem Mulder en Cor van Rijn hoorde tot de groep die deze dag werd geëxecuteerd en op 21 november 1945 werd herbegraven op de Amersfoortse begraafplaats Rusthof te Leusden. In 1950 werd Kamp postuum het Bronzen Kruis verleend

AnAnne Willem van der Steegne Willem van der Steeg (Amsterdam, 6 januari 1923 – Amsterdam, 10 september 1997) was een chemicus, die lid was van de Ordedienst en de verzetsgroep Six. De Ordedienst had in de beginjaren van de oorlog enkele behoorlijke tegenslagen te verwerken gehad. Na het Eerste OD-proces waren op 3 mei 1942 58 leden van de Ordedienst en 14 verzetsstrijders van de groep-Schoemaker en de groep-Mekel in het concentratiekamp Sachsenhausen geëxecuteerd. Op 27 April 1943 werden tijdens het Tweede OD-proces 21 man van de groep-Schimmelpenninck ter dood veroordeeld, waarvan er 17 werden geëxecuteerd. Degenen die ‘gratie’ kregen, werden met de andere Todeskandidaten naar een van de Duitse concentratiekampen gestuurd, waarvan slechts veertig man overleefden. Ook was er de Stijkel-groep, waarvan vele leden in Berlijn-Tegel werden geëxecuteerd of in Duitse strafkampen om het leven kwamen. Verder werden in mei 1942 bij de registratie van beroepsofficieren nog eens 2.000 voormalige officieren krijgsgevangen genomen. De Ordedienst kampte dus met een gigantische leegloop, maar wist zich te herpakken. Als nieuwe chef-staf van de landelijke organisatie werd reserve ritmeester jhr. Pieter Jacob Six (1894-1986) benoemd, die zorgde voor een reorganisatie. Er werd nu afgezien van sabotage-activiteiten en hulp aan onderduikers en in plaats daarvan richtte de organisatie op haar deelname aan de strijd in de laatste fase van de oorlog. In het voorjaar van 1943 werd het Algemeen Hoofdkwartier van de Ordedienst overgebracht naar de Koepelkerk aan de Stadhouderskade in Amsterdam. De kernstaf van tien personen vergaderde daar in consistoriekamer, terwijl andere stafsecties elders in de stad vergaderden. Anne Willem van der Steeg moet bemoeienis hebben gehad met de werkzaamheden van de Ordedienst in de Koepelkerk, misschien als één van de tien leden van de kernstaf. Hij was op 29 mei 1942 gearresteerd toen hij aankwam bij het huis van een vriend uit het verzet. Een dag later werd hij overgebracht naar het Oranjehotel in Scheveningen, waar hij cel 721 had. Op 4 augustus 1942 kreeg hij als buurman de Hagenees Cor Rueck, waarvan in het Gastenboek van het Oranjehotel geen geboortedatum, geen beroep en geen reden van arrestatie is vermeld. Anne Willem werd een dag later, op 5 november 1942, door de Duitsers vanwege onvoldoende bewijs voor strafvervolging vrijgelaten. Veel contact zal er tussen beide mannen niet zijn geweest. Cor Rueck mocht op 16 november weer huiswaarts keren.

Kars Lucas Kamp verbleef van 10 juni 1942 tot 16 november 1942 in cel 730 van het Oranjehotel. Hij kwam dus op dezelfde dag vrij als Cor Rueck. Waarschijnlijk heeft Kamp vanaf juni 1942 goed contact gehad met Anne Willem van der Steeg en in november 1942 met Rueck in de twee weken dat hij daar verbleef. Het lijkt niet waarschijnlijk dat Kamp en Van der Steeg deel hebben uitgemaakt van dezelfde verzetsgroep en Rueck was waarschijnlijk vanwege een kleinigheid (een mislukte grap of een belediging) opgepakt en veertien dagen vastgehouden. Er moet op ‘hun’ gang in de gevangenis een redelijk intensief contact zijn geweest. Het lijkt erop dat Kars Lucas Kamp een behoorlijk charismatische persoonlijkheid is geweest en indruk op de beide anderen heeft gemaakt. Het bericht dat hun celgenoot in juli 1943 werd geëxecuteerd moet op beiden een grote indruk hebben achtergelaten. Waarschijnlijk de reden een van hun latere kinderen naar hem te vernoemen.

oranjehotel met Kars Kamp

Dit item was geplaatst door Muis.