IN MEMORIAM AUGUST VAN GROENINGEN

In de Nieuwe Gids, jaargang 9, maart 1894 verscheen onderstaande In Memoriam van August van Groeningen, die op 12 februari 1894 in Rotterdam overleed, twee dagen voor zijn 28ste verjaardag. Vandaag 131 jaar geleden. Gezien de wat archaïsche bewoording zou het me niet verbazen dat het is geschreven door Arnold Aletrino. Het bericht verwoord ook perfect dat Van Groeningen altijd een buitenstaander is gebleven in het elitaire gezelschap der Tachtigers. Naar aanleiding van zijn tachtigste sterfdag in 1974 schreef zijn zus P. van Groeningen: ‘Vandaag is het juist 80 jaar geleden, dat August stierf. ’s Avonds om 7 uur. Mijn zusje en ik kwamen uit school (handwerkles) en, zoals kinderen zijn, kwamen we vrolijk aangelopen. Toen wij aanbelden vroeg August aan moeder: “Zijn de kleintjes er al?” “Dan wil ik naar de huiskamer.” Moeder hielp hem opstaan en met haar arm om hem heen geleidde ze hem. Ze hielp hem in z’n stoel, zo’n ouderwetse rieten leunstoel met kussens. Toen hij zat gaf hij de laatste snik. De “kleintjes” heeft hij niet meer kunnen zien.’  August van Groningen moest al op jonge leeftijd de kost verdienen voor hemzelf, zijn moeder en zijn zusjes, nadat zijn vader hert gezin in de steek had gelaten. Hij werd onderwijzer aan een kosteloze school in Rotterdam en schreef in zijn vrije tijd overwegend korte verhalen, meestal momentopnamen waarin een schrijnend stukje volksleven wordt vastgelegd, zoals een schaftuur van arbeiders of het lijden van een kind op de bewaarschool. Net als Arij Prins en Frans Netscher werd hij gerekend tot de ‘Zolaïsten’, hoewel hijzelf niet in het naturalistische vakje of enige ander vakje wilde worden gestopt. Zijn geestverwant Frans Netscher schreef na zijn overlijden: ‘Nu is het te laat, voor áltijd te laat om hem nog te zeggen, dat hij een artiest was, dat hij een groote, mooie toekomst zou gehad hebben en een eigen plaats in onze Kunst. En het eenige wat men nu nog voor hem doen kan, is zijn beide eenige boeken, die ooit van hem zullen achterblijven, ter hand te nemen. Maar niet alleen uit de egoïstische behoefte om voor zich zelf van wat moois te genieten, maar ook als een ongeziene hulde aan dezen artiest der somberheid en der zwijging’. Eerder verschenen van deze verteller over de toenmalige zelfkant in Rotterdam de twee verhalen Een dagje uit en Eene straat en eene gang.

In Memoriam

Van Groeningen, een eenzaam werker in de dof-groene schemering van een stekel-hard, een bitter maatschappelyk en een arm droef huiselyk leven, de harde mensch met zijn harde, maar innige gevoel van de pijnen der werkelykheid, pijnen die hij neerschreef in dat doffe, krijtsende, harde en drooge, maar echt menschelyk gevoelde boek ‘Martha de Bruin’, Van Groeningen is gestorven. Wij, die zoo anders zijn, wier grootheid juist het onstoffelyke leven is, dat de stemmingen en klare berustende bewustheden ook aan de pijnlykste werkelykheid weet in te geven, die gelukkiger leven, òmdat wij nu eenmaal zoo zijn, wijl hij zoo anders was, wij wenken hem devootlyk na en gelooven wèl, dat zijne Ziel, wat dat is weten wij niet, maar dat zij leeft in ons herdenken zoo-zeker, leeft door ons liefhebben, al is weggegaan dit lichaam, het gepijnigde en het òpstaande tegen het leven zooals de mènschen het hebben gemaakt met de nijgingen van armoede en vriendeloosheid, en al zullen anderszins ook de bladen van dit tijdschrift zijn naam niet onder die der eerste artiesten noemen van die schreven hun leven tusschen ’80 en ’90……. hij is een bitter lijdend mensch geweest, mensch afzonderlyk, en wat wij blijven voelen in zijne regels, die pijn doen zoo hard en zoo hard- en zoo dood-eenzaam gewild als de man zelf was die ze schreef, blijven voelen voor menschelyk wee, het zal zich samenwinden tot een kleine klimop krans om zijne gedachtenis, die deze zich niet zal verweigeren, en die boven het niet zòò durvend en niet zòò verbeten en niet zòò sterk deel van de gevoeligen onder het volk zal doorlichten, een flauwer licht in een sombere binnenkamer boodschapper van de Zon, als een blijk hoe groot is de genezende en verzoenende macht van het weergegeven gevoel, van het Woord, dat het ook dezen heeft mogen dragen van uit het kwijnende en gepijnigde deel des Volks over de grens heen van den dood, naar de toekomst, waar zijn naam met gemeende liefde zal genoemd worden en met droefheid om de lippen.

Dit item was geplaatst door Muis.