RICHARD SCHEIBE

93e HINK-STAP-SPRONG DOOR DE TIJD

Richard Scheibe (Chemnitz, 19 april 1879 – Berlijn, 6 oktober 1964) was een Duitse beeldhouwer en medailleur die zowel tijdens het nazitijdperk als in het naoorlogse Duitsland carrière maakte. Hij was de zoon van de Saksische officier Albert Bruno Scheibe (1846-1933) en zijn vrouw Isidora Rau (1853-1924). Zijn oudere broer was de latere schrijver Albert Scheibe (1877-1945). In Dresden ging hij tot 1896 naar het Vitzthum-gymnasium, waar zijn grootvader tot 1869 directeur was geweest. Van 1896 tot 1899 studeerde hij schilderkunst aan de Kunstacademie van Dresden en later in München, maar daarna richtte hij zich op beeldhouwkunst. In 1914 werd hij lid van de Berliner Secession, die ook zijn werk exposeerde. Op voorstel van Peter Behrens, destijds architect bij IG Farbenindustrie AG in Frankfurt am Main, ontwierp hij in 1924 het monument voor de tijdens de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde medewerkers van het bedrijf.

Van 1925 tot 1933 was Scheibe hoogleraar aan de Städelschule in Frankfurt am Main. Vanwege de dood in 1925 van president Friedrich Ebert, van 1913 tot 1919 de voorzitter van de Sozialdemokratischen Partei Deutschlands (SPD) en van 1919 tot zijn dood de eerste rijkspresident van de Weimar Republiek, kreeg Scheibe van de stad Frankfurt de opdracht een gedenkteken te maken. Het enorme bronzen beeld van een naakte jongeling werd in 1926 op een zandstenen console geplaatst aan de buitenmuur aan de noordzijde van de Paulskirche in Frankfurt. De sociaaldemocraat Ebert had zich altijd zeer beijvert om de parlementaire democratie in Duitsland te behouden, waardoor hij een tegenstander was van allerlei rechts-extremistische partijen en groeperingen. Nadat in 1933 de NSDAP aan de macht was gekomen, werd het Ebert-monument op 12 april 1933 in opdracht van NSDAP-Gauleiter Jacob Sprenger (24 juli 1884 – 7 mei 1945) verwijderd. Scheibe zelf had het monument het liefst laten omsmelten, omdat hij het destijds in slechts zeven dagen had moeten vervaardigen vanwege de naderende verkiezingen voor de Rijksdag en niet erg tevreden was over het werkstuk. Het werk werd echter opgeslagen en maakt nu deel uit van de permanente tentoonstelling van het Historisch Museum van Frankfurt. Ter gelegenheid van de 25e sterfdag van Friedrich Ebert in 1950 werd een nieuwe versie vervaardigd, die op de oude plek bij de Paulskirche werd geplaatst en daar nog steeds staat. Links van de console werd op de muur een tekst geplaatst.

Kort nadat de nationaalsocialisten in 1933 aan de macht kwamen, verloor Scheibe zijn aanstelling als docent aan de Städelschule. Scheibe koos dan eieren voor zijn geld en ging zijn werk aanpassen aan de nieuwe tijdgeest. In 1934 werd hem een nieuwe baan aangeboden aan de Academie voor Schone Kunsten in Berlijn. In 1936 werd Scheibe lid van de Pruisische Academie voor Beeldende Kunsten en in hetzelfde jaar plaatste IG Farben van hem het beeld Befreiung bij het bedrijf, dit naar aanleiding was de herintegratie van het Saarland bij Duitsland na het referendum van 13 januari 1935. Een beeld dat qua stijl zeer veel gelijkenis heeft met de werken van Arno Breker (Elberfeld, 19 juli 1900 – Düsseldorf, 13 februari 1991), de Duitse beeldhouwer die min of meer het rolmodel werd voor alle zogenaamde Arische Kunst ofwel nationaalsocialistische kunst tijdens het Derde Rijk. Wat betreft waardering voor zijn werk, maakte dat alles voor Scheibe weinig uit. Zijn conventionele, realistische stijl was even populair in de Weimarrepubliek, tijdens het nazitijdperk en in het naoorlogse Duitsland/

In 1937 werd op de Wörthspitze, een park in Frankfurt op het punt waar de rivieren de Nidda en de Main samenkomen, een gedenkteken geplaatst met een figuur van Scheibe voor de gevallen soldaten uit de Frankfurter stadsdelen Höchst en Nied tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het beeldde een enorme, knielende, naakte krijger af met een stalen helm en leunend op een zwaard. Vanaf 1965 bestaat het beeld niet meer. Met dat beeld in gedachten is het niet verwonderlijk dat Scheibe in de periode 1947-1944 regelmatig aanwezig was op de nazipropagandatentoonstellingen Großer Deutsches Kunstexposition, het uithangbord wat de politieke leiding onder nationaalsocialistische kunst verstond.  Scheibe vond tijdens deze tentoonstellingen prominente kopers voor zijn werken. In 1938 verwierf Adolf Hitler zijn beeldhouwwerk Denker. Joseph Goebbels kocht in 1941 de tekening Avond op de Main en in 1943 het standbeeld Flora, de nazi-burgemeester van Würzburg Theo Memmel kocht in 1941 het schilderij Frankische Boerenjongen. Tijdens het nazitijdperk ontving hij diverse onderscheidingen. In 1937 werd hij benoemd tot hoogleraar en in 1944 kreeg hij de Goethe-Medaille für Kunst und Wissenschaft. In de laatste fase van de oorlog nam Hitler hem in augustus 1944 op in de Gottbegnadeten-Liste, de lijst van kunstenaars die werden vrijgesteld van militaire dienst, zelfs aan het thuisfront.

Na de oorlog kon Scheibe zijn carrière gewoon voortzetten. In 1953 werd zijn monument in aanwezigheid van de Berlijnse burgemeester Ernst Reuter onthuld ter nagedachtenis van de slachtoffers van de mislukte aanslag op Hitler op 20 juli 1944, door Claus von Stauffenberg en onder diens medestanders onder meer de broers Hans-Bernd en Werner von Haeften. Het monument staat in het Gedenkstätte Deutscher Widerstand in het Bendlerblock in Berlijn. Het is behoorlijk wrang dat de kunstenaar die in het Derde Rijk zo gevierd was, nu het monument mag ontwerpen voor de aanslagplegers van 20 juli 1944 en dan een monument maakt dat geheel de geest van de Arische Kunst uitstraalt.  In een commentaar op de ‘onterechte heldenstatus’ van Stauffenberg en zijn drie medestanders die in de nacht van 21 juli werden terechtgesteld, citeert de auteur Arndt Beck een brief van 20 augustus 1953 van Richard Scheibe over de toekenning van de opdracht: ‘Omdat een modern ontwerp van het monument waarschijnlijk tot ergernis zou hebben geleid bij de nabestaanden van de slachtoffers, voornamelijk oud-officieren en ambtenaren, moesten ze zich opnieuw tot mij wenden, en zo kreeg ik zeer gewaardeerde goedkeuring voor mijn oplossing van het probleem, zelfs van de Berlijnse senatoren. Het is niet zo dat ik alleen sta in mijn artistieke opvattingen.’ In een volgend blog wordt nader ingegaan op de ‘onterechte heldenstatus’.

In 1954 werd hem het Grootkruis van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland toegekend en in datzelfde jaar ontving hij de Goethe-Plaquette van de stad Frankfurt am Main. Hij was de enige die niet alleen deze medaille ontving, maar ook Hitlers Goethe-medaille (1944). Op zijn 80ste verjaardag werd hij benoemd tot ere-senator van de Berlijnse Academie van Beeldende Kunsten ( West ). Al tijdens de nazitijd was hij senator van de Pruisische Kunstacademie . Na zijn dood in 1964 werd Richard Scheibe begraven op de begraafplaats van Schmargendorf. Sinds 1978 is zijn graf een eregraf van de stad Berlijn.

Dit item was geplaatst door Muis.