ENRICO CASTELLANI
Enrico Castellani (Castelmassa, 4 augustus 1930 – Rome, 1 december 2017) studeerde van 1952 tot 1956 schilder- en beeldhouwkunst aan de École nationale supérieure des arts visuels (ENSAV), gevestigd in de Abdij Ter Kameren bij Brussel. In kunstkringen is ze bekend als “ter Kameren” of “La Cambre”. Deze school was in 1926 opgericht door Henry Van de Velde (Antwerpen, 3 april 1863 – Zürich, 15 oktober 1957), een kunstschilder, ontwerper, vormgever en architect. Die was in België samen met Victor Horta de belangrijkste vertegenwoordigers van de art nouveau (ook Jugendstil genoemd). Na afronding van zijn studie in 1956 keerde Castellani terug naar Italië en vestigde zich in Milaan. Daar werkte hij tot 1963 voor architect Franco Buzzi, maar begon ook te experimenteren met zijn schilderkunst. In 1959 presenteerde hij zijn eerste reliëfwerken, de Superficie nera (zwarte oppervlakte). Castellani spanden hiervoor een monochroom canvas over een ondergrond waarin hij spijkers had geslagen om zo ruimtelijke diepte en lichteffecten te laten ontstaan. Deze werken worden nu gezien als een belangrijke voorloper van de latere minimal-art-beweging.
In 1958 leerde hij Lucio Montana en Piero Manzoni kennen, met wie hij ging samenwerken en bevriend bleef. Het drietal werd lid van de kunstenaarsbeweging Movimento Arte Nucleare en kwamen in contact met de Nederlandse Nul-beweging, de Duitse beweging Zero en de Franse Nouveau réalisme. In 1959 verlieten Castellani en Manzoni de groep en startten in Milaan een eigen galerie, de Galleria Azimut en hun eigen blad Azimuth, dat tot 1963 bleef bestaan. Vanuit die naam werd de Italiaanse tak van de Nul-beweging de Azimuth-groep genoemd. Castellani werd vanwege zijn innovatieve werk een gerespecteerd en internationaal gevierd kunstenaar. Zo vertegenwoordigde hij Italië enige malen tijdens de Biënnale van Venetië, nam hij deel aan de 4.documenta in Kassel en had hij over de gehele wereld tentoonstellingen. Onveranderd steeds met zijn minimalistische, monochrome werken. Een Engels tijdschrift verwoordde dat als volgt: ‘Enrico Castellani is op zijn minst consistent. Hij heeft schijnbaar zonder afwijking het pad gevolgd dat hij in 1959 insloeg met zijn eerste Superficie nera (Zwart Oppervlak). Hij heeft er onwrikbaar naar gestreefd om een ongedifferentieerd, ongekleurd monochromatisch (of achromatisch) doek iets van de ruimtelijke rijkdom en helderheid van traditionele schilderkunst te verlenen, puur door de fysieke manipulatie van het doek zelf – doorgaans door spijkers onder het oppervlak te plaatsen, waardoor het uitsteekt en terugtrekt in complexe patronen.’






