UITGEVER J.H. SCHAEFER

Aan het begin van de twintigste eeuw werd het versturen van ansichtkaarten een ware rage. Tegenwoordig is het een zeldzaamheid geworden, beperkt tot de kerstdagen en in nog verder beperkte mate rond Valentijnsdag. Nog niet eens zo erg lang geleden was het nog erg gebruikelijk om vanaf het vakantieadres een hele stapel ansichtkaarten vanuit het buitenland te versturen. Niet zelden was de vakantieganger al weer thuis toen de uit het buitenland de ansichtkaarten bij vrienden en familie op de mat viel. Het digitale tijdperk en de sociale media hebben het sturen van ansichtkaarten bijna helemaal weggedrukt.

Een belangrijke producent in de begintijd van de Nederlandse ansicht was uitgever J.H. Schaefer in Amsterdam. Hermann Joseph Schaefer werd op 6 december 1853 in Euskirchen geboren als zoon van Josephus Schaefer en Catharina Huboy. Hij overleed op 9 mei 1949 te Soest. In 1894 huwde Hermann Joseph in Amsterdam met Wilhelmina Maria van der Heul (1861–1917). Het echtpaar kreeg twee dochters: Antonia Albertina Cornelia en Catharina Wilhelmina Walburga. Beiden huwden in 1918: Antonia met de handelsreiziger Bernard Obbink en Catharina met Johannes Jacobus Ros, die in de trouwakte al aangeduid wordt als ‘uitgever’ en later het bedrijf van zijn schoonvader zou voortzetten. Bij het huwelijk van Antonia wordt Hermann Joseph in de trouwakte aangeduid als ‘fabrikant’, bij het huwelijk van Catharina als ‘uitgever van prentbriefkaarten’. Op zijn gezinskaart wordt Hermann Joseph ‘uitgever’ genoemd. Hij had de volgende Amsterdamse woonadressen: Nieuwe Leliestraat 77 (1894–1895), Nieuwendijk 67 (1895–1900), Nieuwendijk 69-I (1900–1901), Gasthuismolensteeg 12 (1901–1916), Oudezijds Voorburgwal 163hs. (1916–1921) en Keizersgracht 181hs. (1921–1926). In 1926 verhuisde hij naar Soest. Hij ging in hetzelfde jaar ook failliet, maar dat betekende zeker niet het einde van het bedrijf.

Hermann Joseph deed echter geen zaken onder zijn naam H. J. Schaefer, maar als J.H. Schaefer. Waarschijnlijk kwam dat door het Duitse gebruik om de tweede voornaam als roepnaam te nemen en was hij onbekend met het feit dat dit in Nederland ongebruikelijk was. Wellicht vond Schaefer, roepnaam Joseph, het praktischer om in Nederland als ‘J.H.’ door het leven te gaan. Het kan natuurlijk ook zijn dat er bij de registratie van Schaefers bedrijf in de toenmalige handelsregisters domweg een fout gemaakt is en dat Schaefer dat maar zo gelaten heeft. Hij opende als startend ondernemer in 1896 een ‘Grand Bazar Américain met ‘galanterieën’ op de Nieuwendijk. Tegelijkertijd begon hij met de uitgave van ansichtkaarten. In de meer dan veertig jaar dat hij als zodanig actief was, gaf hij duizenden ansichten uit van steden en dorpen in heel Nederland. Naast topografische kaarten bracht hij kaarten met thema’s (bijvoorbeeld klederdrachten), actualiteiten (zoals het koninklijk huwelijk in 1901), kaarten met kunstreproducties, humoristisch bedoelde scènes en fantasiekaarten op de markt. Ze vielen overigens niet altijd bij iedereen in de smaak. De serie reproducties die hij in het Rembrandtjaar 1906 liet verschijnen, bracht een redacteur van de Nieuwe Rotterdamsche Courant tot grote boosheid: ‘De ergerlijkste Rembrandt-“vereering” is de door J.H. Schaefer te Amsterdam uitgegeven serie van acht reproducties naar Rembrandts in Rijksmuseum en Mauritshuis. Ze zijn alle met dezelfde saus op de pers gekleurd, ’t Joodsche Bruidje in een lichtgeel pakje met lichtblauwe mouwen! En de Staalmeesters! Het schitterend roodgouden tafelkleed, waarvan de roem gaat zoover als de wereld beschaafd heet, dat roodgouden tafelkleed is hier effen met groen! Dat lapt ons nu een uitgever die in dezelfde stad woont, waar het origineel hangt!’ Wie de ansichtkaarten van de hyacintvelden in de Bollenstreek ziet kan zich iets voorstellen bij de ergernis van de journalist. Hij gaf trouwens ook en mooie serie uit van gravures van Rembrandt.

Schaefer zal zich er weinig van aangetrokken hebben. Hij was een zakenman, die zijn kaarten met gevoel voor marketing uitventte. Hij maakte gewag van prestigieuze bekroningen voor zijn kaarten in mondaine oorden, bedacht fraai klinkende synoniemen (‘Artochrom’, ‘Artocolor’, ‘Kunstchromo’) voor een en dezelfde druktechniek, bracht kaarten uit in genummerde series, voelde zich niet te goed om een foto wat spannender te maken door er een vliegtuigje in te monteren en maakte uitgaven in luxere en dus duurdere uitvoeringen. Die bestaan uit een (soms al eerder uitgegeven) topografische afbeelding in zwartwit waaraan een decoratieve omlijsting in kleur en vaak ook in reliëf is toegevoegd. Schaefer is goed vertegenwoordigd in de collectie-Putman, de circa 10.000 stuks tellende verzameling prentbriefkaarten van Amsterdam die de antiquaar Louis Putman (1923–2013) kort voor zijn overlijden schonk aan het Allard Pierson.

(Grotendeels overgenomen uit: Klaas van der Hoek, Wie was ansichtkaartenuitgever J.H. Schaefer?, website Allard Pierson Museum, 9 november 2016


Dit item was geplaatst door Muis.