FIETSEN DOOR EEN VERWOEST GEWEST

Het IJzerfrontIn de periode 18-31 oktober 1914 werd de Slag om de IJzer gevoerd. Het werd snel duidelijk dat de Belgen en hun geallieerde bondgenoten het laatste strookje vrij België niet langer in handen konden houden, tenzij rigoureuze maatregelen werden genomen. Dat hield in dat het gebied tussen de IJzer en de spoorwegbedding van de spoorlijn Nieuwpoort-Diksmuide onder water moest worden gezet om een verdere Duitse opmars te voorkomen en tegelijkertijd een veilige barrière te hebben voor de eigen manschappen. Een centrale rol bij de inundatie was weggelegd voor de Ganzepoot van Nieuwpoort, het sluizencomplex aan de rand van de stad waar zes waterlopen samenkwamen: drie bevaarbare kanalen (waaronder de gekanaliseerde IJzer) en drie afvloeiingskanalen. Bij eb kon hier worden geregeld dat overtollig water uit de polder kon wegstromen, bij vloed werd er voorkomen dat het zeewater de polder zou binnendringen. Voor de inundatie moest uiteraard precies het tegenovergestelde worden gedaan.

Op 26 oktober 1914 werd een eerste inundatiepoging ondernomen door de Spaanse sluis op de Oude Veurnevaart (ook Oud-Veurnesas of Kattesas genoemd) open te zetten. Dat was onvoldoende om de Duitsers tegen te houden. Er moest een tweede sluis worden geopend om het gewenste resultaat te krijgen. Die maakte het echter ook noodzakelijk dat eerst alle openingen in de spoorwegberm moesten worden dichtgemaakt, een karwei dat enkele dagen en nachten vergde. In de nacht van 29 op 30 oktober 1914 wist een detachement van de Belgische genie, geholpen door schipper Hendrik Geeraert, de uitlaatsluizen van Veurne-Ambacht te openen en zo het complete terrein ten zuidwesten van de IJzer onder water te zetten. Honderdduizenden kubieke meters zeewater stroomde langzaam maar onherroepelijk de polder in. Op 31 oktober 1914 was het hele gebied tussen IJzer en de spoorwegberm, van Nieuwpoort tot Diksmuide, één grote binnenzee geworden. Het Duitse leger kwam in de modder vast te zitten en werd gedwongen zich tot aan de IJzer terug te trekken. Nog vier jaar lang hebben ze zich er echter niet bij neergelegd dat het een definitieve positie was geworden.

IJZERVanaf dat moment was Nieuwpoort vier jaar lang de eerste stad aan het westelijk front, dat van de Noordzee tot de Zwitserse Alpen liep. De stad was ook het weinig benijdenswaardige beginpunt van een wirwar aan loopgraven, die op hun hoogtepunt een lengte van wel 40.000 km hadden. Nieuwpoort was de verst vooruitgeschoven verdedigingspost geworden in die heikele verdedigingslinie. De twee steden die aan het begin- en eindpunt lagen van de spoorlijn, de cruciale grens tussen geïnundeerd gebied en terrein van de geallieerde verdedigers, zouden jarenlang zwaar door Duitse kanonnen werden bestookt. Ze schoten Nieuwpoort en Diksmuide helemaal in puin, maar haalden in al die jaren geen meter terreinwinst. Toen in november 1918 de oorlog eindelijk was afgelopen, was in beide plaatsen zo goed als geen enkel gebouw gespaard gebleven.

Het hele gebied tussen Diksmuide en Nieuwpoort was in november 1918 compleet verwoest, het gewest leek ten dode opgeschreven. Complete dorpen waren weggevaagd, de grote plaatsen lagen in puin, het landschap lag vol nu overbodig geworden loopgraven en het gebied was vergeven van achtergebleven oorlogstuig. Honderd jaar verder zijn beide steden weer helemaal opgebouwd. De oude middeleeuwse gebouwen, die in 1918 echt compleet tegen de vlakte lagen, zijn in oude glorie herrezen. Alsof nooit een orkaan van oorlogsgeweld is langskomen. Sommige gebouwen staan zelfs op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Veel gebouwen die een rol speelden in de Slag om de IJzer zijn aan de monumentenlijst toegevoegd en daarnaast waren er natuurlijke de talloze internationale begraafplaatsen, herinneringsmonumenten en gedenkzuilen. Dat geldt niet alleen voor Nieuwpoort en Diksmuide, de twee grote plaatsen aan het begin en eind van het geïnundeerde gebied, maar ook voor alle dorpen en gehuchten die pal achter de verdedigingslinie lagen en ook vier jaar lang in de vuurlinie lagen: Tervate, Ramskappelle, Perwijze, Kaaskerke, Vicogne, Schildersbrug, Stuivekenskerke, Schoorbakke. Elk hebben ze hun eigen oorlogsgeschiedenis. De bekendste zijn bij Kaaskerke de Petroleumtanks en de Dodengang, het loopgravencomplex waar Duitsers en Belgen elkaar bijna in de ogen konden kijken.

Op veel plaatsen ging het er compleet anders uitzien, op sommige plaatsen is nog nauwelijks een spoor te vinden van wat zich hier ooit heeft afgespeeld. Honderd jaar later zijn bijna alle littekens verdwenen. Alleen wie wat scherper kijkt, ziet meer dan de overal zichtbare begraafplaatsen en monumenten. Patrick Lagrou schreef een handige gids om mensen te helpen de plaatsen te ontdekken, te achterhalen hoe het ooit is geweest. Hij beschrijft dertien locaties en laat zien hoe het eens was, hoe het er in de jaren 1914-1918 bij lag en hoe het daarna is geworden. Hij heeft een mooie route uitgezet om alle beschreven plaatsen langs te kunnen gaan. Het is uitdrukkelijk een fotoboek waarin verleden en heden naast elkaar worden gezet, voorzien van summiere toelichting om te verduidelijken wat we zien. Het boek is vooral een reisgids, een rondleiding van ruim veertig kilometer per fiets of per auto langs alle plaatsen aan het IJzerfront die er toe doen. Uitstekend gedocumenteerd met historisch materiaal en actuele plattegronden.

Patrick Lagrou
Het IJzerfront 1914-1918
Van Diksmuide tot Nieuwpoort, vroeger en nu
2014, Uitgeverij De Lantaarn, Ede, 122 pag.
ISBN 978-94-6097-199-0, nur 689
Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: