LEWIS GOMPERTZ – Dierenrechten (1824)

gompertzIn 2002 ging er een golf van verbazing door de Nederlandse maatschappij toen de Partij voor de Dieren werd opgericht, met als hoofddoel te zorgen voor een dier- en milieuvriendelijker beleid. Toen de PvdD in 2006 een zetel in de Tweede Kamer wist te veroveren, waarmee Nederland het eerste land ter wereld werd waarin een partij met dit hoofdthema in het parlement was vertegenwoordigd, waren de schimpscheuten helemaal schering en inslag. De wereld leek gek geworden, te beginnen in Nederland. Vreemd, omdat het idee dat ook dieren rechten hebben toen al ruim 180 jaar oud was. De oorsprong van het idee is eigenlijk nog ouder. De Griekse wijsgeer Pythagoras (ca 570 – ca 495 v.Ch.) verlangde al respect voor de dieren en er zijn oude geloven zoals het jaïnisme die elk geweld tegen welk dier dan ook verbieden. Het besef dat de mensen bepaalde ethische en zelfs juridische verplichtingen heeft ten opzichte van de dieren is er eigenlijk al sinds de domesticatie van wilde dieren. Het besef daarvan is één ding, ernaar leven is een compleet andere zaak. De manier van omgang met dieren bleef eeuwenlang erbarmelijk. De situatie is momenteel verbeterd ten opzichte van pakweg tweehonderd jaar geleden, maar de hoeveelheid dierenleed is nog steeds hemeltergend.

Lewis Gompertz (1783-1861) was een Britse advocaat die als een van de allereerste opkwam voor de rechten van de dieren. In 1824 schreef hij het boek ‘Moral Inquiries on the Situation of Man and of Brutes’, waarin hij betoogde dat dieren net zoals mensen recht op vrijheid en bescherming hadden. Gompertz beschreef erin zijn fundamentele bezwaren tegen het doden of schaden van elk levend wezen voor welk doel dan ook, dus inclusief voor voedsel, kleding, werk, onderzoek of entertainment.Hij zwakte dat een klein beetje af door te verklaren dat dieren die een natuurlijke dood waren gestorven mochten worden geconsumeerd en dat hun huid voor kleding en schoeisel mocht worden gebruikt. Hij erkende tegelijkertijd dat het zeer lastig was om dat principe volledig na te leven. Enerzijds vanwege de sociale etiquette waarin ook hij maar moeilijk kon ontsnappen, anderzijds vanwege het ontbreken van goede alternatieven. Veganistisch kleden, werken en eten in het Londen anno 1824 moet inderdaad een onmogelijkheid zijn geweest en is het bijna nog steeds.

In hetzelfde jaar was hij een van de oprichters van de English Society for the Prevention of Cruelty to Animals. Ook Gompertz had zo zijn voorbeelden. Zo werd in 1636 in Ierland als een soort dierenbeschermingswet ingevoerd, maar de strekking daarvan was eigenlijk slechts de ergste uitwassen van omgaan met dieren te beteugelen. In het Verenigd Koninkrijk werd in 1822 de Cruel Treatment of Cattle Act ingevoerd, ook wel bekend als Martin’s Act als verwijzing naar de Ierse indiener van de wet, Richard Martin (1754-1834), om wreedheid tegen koeien, ossen, stieren, schapen en ander vee te bestrijden. Gompertz bouwde dat idee uit naar een concept met onvervreemdbare dierenrechten.  Deze Richard Martin was een van de mede-oprichters van de ESPCA. Een andere medeoprichters was William Wilberforce, een politicus wiens naam onverbrekelijk verbonden is aan de afschaffing van de slavernij. Dat ‘English’ in de naam werd later gewijzigd in ‘Royal’, de stichting staat vooral bekend als de RSPCA. Het is nog steeds een van de grootste liefdadigheidsinstellingen in Engeland, met vele mondiale contacten. De RSPCA inspireerde al snel anderen tot de oprichting van organisaties met dezelfde doelstelling: Ulster (1836), Schotland (1839), Ierland (1840), Verenigde Staten (1866), Nieuw-Zeeland (1882) en Hong dierenrechtenKong (1903-1907). In Nederland werd in 1867 de  Koningin Sophia-Vereeniging tot Bescherming van Dieren opgericht, vernoemd maar de echtgenote van koning Willem III en daartoe geïnspireerd door haar lijfarts, dokter Hendriksz. Deze dierenwelzijns-organisatie werd weliswaar opgericht om Nederland in de pas te laten lopen met de initiatieven in het buitenland op het gebied van de dierenberscherming, waarbij de centrale gedachte was dat het ‘onbeschaafde volk’ moest worden opgevoed worden. ‘Veredeling van den mensch’ was dan ook een belangrijk doel. Een overal regende het spotprenten om het ‘belachelijke idee van het toekennen van rechten aan dieren’ eens lekker op de korrel te nemen.

Gompertz was vanaf de oprichting tot zijn terugtreden in 1833 de tweede secretaris van de ESPCA. De bestuursleden bestond voor een belangrijk deel uit personen die totaal afkerig waren van de veganistische leefwijze van Gompertz. Dat was misschien niet eens zozeer omdat het hen persoonlijk tegen de borst stuitte, maar meer omdat de beweging met haar standpunten over de dierenrechten toch al tegen de maatschappelijke stroom in moest zwemmen en een mogelijk verwijt dat de heimelijke doelstelling een veganistische wereld was, door hen voorkomen wilde worden. Ze wilde daarom Gompertz lozen en kozen daarvoor een zeer dubieuze maatregel. Ze besloten in 1833 dat het lidmaatschap van de ESPCA slechts toegankelijk zou zijn voor christenen. Omdat Gompertz joods was, moest hij zijn ontslag indienen. Hij ging daarna verder door de  Animals’ Friend Society for the Prevention of Cruelty to Animals (AFSPCA) op te richten, die een nog fermer standpunt innam. De club was tegen elke gebruik van dieren om te voorzien in menselijke behoeften.

lewiscompertz1821De rest van zijn tijd besteedde Gompertz aan het doen van uitvindingen., met een groot scala aan onderwerpen waarmee hij zich bezighield maar die toch wel als gemeenschappelijke deler hadden dat ze moesten bijdragen aan het verbeteren van de levensomstandigheden van dieren. Een daarvan was het ontwerpen van een fiets, die nog steeds in de boekjes voorkomt als een ‘Lewis Gompertz’. De fiets was op dat moment net in opkomst, waarbij het basisontwerp was dat de fiets geen pedalen of remmen had en de fietsers zich voortbewoog door zich steeds met zijn voeten op de grond af te zetten. Gompertz, die de fiets zag als een goed alternatief voor het paard (in zijn ogen het meest misbruikte dier), voegde aan die loopfiets een aandrijfmechanisme op het voorwiel toe zodat men zich voortbewoog op armkracht. In een oude tijdschrift over fietsen: ‘Aan het draaibare voorwiel bevond zich ter linkerzijde een ingekerfde ring waarover een beugel met tanden streek. Die beugel werd met de beide handen in beweging gebracht, waardoor het vehikel naar voren rolde. Een flink kussen, een sterke steun voor de borst, nodig voor het met kracht naar zich toe trekken van de beugel vervolmaakten het geheel dat van hout was vervaardigd met ijzeren hoepels om de wielen’.

De AFSPCA en het blad dat de organisatie uitgaf, bleef tot 1846 bestaan. Op dat moment werd prinses Victoria beschermvrouwe van de ESPCA, die zich vanaf dat moment omdoopte in RSPCA en Gompertz nieuwe beweging snel geheel overvleugelde. Vanaf 1847 was hij nog wel actief binnen de Vegetarian Society. Gompertz stierf 0- 2 december 1861 op 78-jarige leeftijd aan bronchitis in Kensington, Londen.

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: