KONRAD MORGEN: EEN RECHTER IN AUSCHWITZ

Valentin Georg Konrad Morgen werd geboren op 8 juni 1909 in Frankfurt am Main. Zijn vader was treinmachinist. In 1929 behaalde Konrad zijn examen aan de Oberrealschule. Daarna studeerde hij rechten aan de universiteiten van Frankfurt am Main, Rome en Berlijn. Tevens was hij student aan de Academie voor Internationaal Recht in Den Haag en het Instituut voor Wereldeconomie en Scheepvaart in Kiel. Na succesvolle afronding van zijn studies mocht hij zich doctor in de rechten noemen en als specialist in het internationale recht stond hem een mooie carrière te wachten in het “nieuwe” Duitsland. Hitler bood jonge academici als hij immers volop carrièremogelijkheden, mits ze zich gedienstig opstelden ten opzichte van het nationaalsocialisme en zich aansloten bij de partij of een daaraan gelieerde organisatie.

Ook Morgen bewandelde dat pad. Na de oorlog beweerde hij dat hij voordat Hitler aan de macht kwam weinig enthousiast was over het nationaalsocialisme en zichzelf eigenlijk beschouwde als een “nationaal-liberaal”. Niettemin sloot hij zich direct na de benoeming van Hitler tot rijkskanselier in januari 1933 aan bij de gelederen van de nationaalsocialisten. Op 1 maart 1933 werd hij lid van de Allgemeine-SS, de civiele tak van de SS, en een maand later werd Morgen lid van de NSDAP. Na de oorlog noemde hij zijn lidmaatschap noodzakelijk voor de voortzetting van studie (hij zat in zijn zesde semester) en in het geheel niet aan het partijleven deelgenomen te hebben. Wel was hij lid van de Nationalsozialistischer Deutscher Studentenbund (NSDStB, nazi-studentenvereniging) en de NS-Rechtswahrerbund (de nazi-advocatenbond). Hij lijkt één van de vele opportunisten die zich pas bij de partij aansloten nadat deze aan de macht was gekomen.

In 1936 publiceerde Morgen een boek met als titel Kriegspropaganda und Kriegsverhütung (Oorlogspropaganda en het voorkomen van oorlog), waarin hij zich fel afzette tegen de ‘antimilitaristische-pacifistische propaganda’, die hij verweet precies dezelfde methoden als de eigenlijke oorlogspropaganda te gebruiken, en sprak positief over het nationaalsocialisme. De strijd die het nationaalsocialisme volgens hem moest voeren, was er één zonder wapens en bestond uit noeste arbeid. De jonge Konrad Morgen liep dus keurig in de nationaalsocialistische pas, op weg naar een mooie carrière in Hitlers heilstaat.

Vlak voor het uitbreken van de oorlog werkte Morgen als advocaat en rechter bij het Landgericht van Stettin. In april 1939 kwam hij er echter over een pietluttigheid in conflict met de voorzitter van de rechtbank, waarna hij in april 1939 om disciplinaire redenen zou worden ontslagen. Het zou de eerste keer zijn dat Morgen in conflict met meerderen zou komen vanwege hoogstaande principes, waarvan hij heen millimeter wenste af te wijken, en bepaalde karaktertrekken waarvoor men voorheen de fraaie term ‘dienstklopper’ had. Na de oorlog voerde hij het incident op als een bewijs van een vroegtijdige kritische opstelling tegenover het regime, maar het had helemaal niks te maken met bezwaren tegen de nationaalsocialistische politiek, maar alles met zijn principes en overdreven plichtsvervulling van zijn ambt.

Hij vond dan ook zeer snel een nieuwe baan bij een nationaalsocialistische organisatie. In Pommeren ging hij werken als rechtsadviseur voor het Deutsche Arbeitsfront (DAF, de gelijkgeschakelde nationaalsocialistische vakbond). Hij stond onder andere arbeiders bij als advocaat in rechtszaken. Na het uitbreken van de oorlog trad Konrad Morgen in dienst van het Hauptamt SS-Gericht. Zijn carrière binnen deze juridische dienst van de SS begon met een oriëntatieperiode in München, waarna hij in januari 1941 als hulprechter overgeplaatst werd naar de SS- en politierechtbank in Krakau, de hoofdstad van het Generalgouvernement. Op 1 maart 1941 werd hij benoemd tot SS-Untersturmführer.

Een paar maanden na zijn aanstelling in Krakau ontrafelde hij een corruptieschandaal binnen een voorraadopslagplaats van de SS. Hij liet de leider van de opslagplaats, SS-Hauptsturmführer dr. Georg von Sauberzweig, en zijn staf van veertig man arresteren op verdenking van ernstige vermogensdelicten. Von Sauberzweig had bezittingen die in beslag genomen waren van Polen verkocht en de inkomsten gedeeld met enkele ondergeschikte handlangers. Ondanks zijn staat van dienst als oudgediende van de nazipartij werd hij door de SS- en politierechtbank in Warschau op 18 augustus 1941 veroordeeld tot de doodstraf door een vuurpeloton. Op 9 maart 1942 werd de uitspraak bevestigd door de Führer en op 9 april 1942 werd de executie voltrokken.

De zaak tegen Von Sauberzweig bracht Morgen op het spoor van een andere corrupte SS-officier: Hermann Fegelein, een gunsteling van Reichsführer-SS Heinrich Himmler en na zijn huwelijk in juni 1944 met Eva Brauns zus Grethe de zwager van Adolf Hitler. Toen Morgen een onderzoek opende naar het mogelijke corruptienetwerk rond Fegelein werd hij plotsklaps door Himmler van de zaak gehaald, ongetwijfeld omdat Himmler het niet kon hebben dat een corruptieschandaal rond één van zijn favoriete officieren een ernstige smet op de reputatie van de SS zou werpen. De kwestie werd in de doofpot gestopt. Kort daarna zouden ook andere onderzoeken van Morgen worden gedwarsboomd door Himmler of andere hooggeplaatste officieren in de SS-hiërarchie. Dat betrof onder meer een onderzoek tegen SS-Obersturmführer dr. Oskar Dirlewanger, een om zijn wreedheid beruchte commandant die het bevel voerde over een eenheid die bestond uit veroordeelde stropers, moordenaars en verkrachters. Het gaf aan dat Himmler de macht had om eigenmachtig op elk door hem gewenst moment een gerechtelijk onderzoek kon beëindigen. Het toont ook aan dat er binnen de SS geen sprake was van een onafhankelijke rechtspraak.

In oktober 1939 had Hitler besloten zowel de politie als de SS onder Sondergerichtsbarkeit (speciale jurisdictie) te plaatsen, dit om te voorkomen dat burgerrechtbanken en militaire tribunalen van de Wehrmacht zich zouden gaan bezighouden met het vervolgen van leden van de SS. De SS zou de vervolging van haar leden volledig in eigen hand nemen. Himmler had daarbij zeer hoge idealistische verwachtingen van deze SS’ers. Zo verklaarde hij in oktober 1943 in Poznan: ‘We (= de SS-manschappen) hebben de plicht ten opzichte van ons volk om dit volk (de Joden) – dat ons wil ombrengen – om te brengen. We hebben echter niet het recht om ons ook maar met slechts één pels, met één mark, met één sigaret, met één horloge, of wat dan ook te verrijken. Dat hebben we niet.’

Alle aan de Joden geroofde bezittingen dienden te vervallen aan de Duitse staat en daarmee ten goede te komen aan het Duitse volk. Deze idealen stemden volledig overeen met de principes van Konrad Morgen. Ze stonden echter op zeer gespannen voet met de dagelijkse praktijk, want in werkelijkheid was het systeem van de SS verdorven en gecorrumpeerd. Binnen alle geledingen maakten SS’ers zich schuldig aan corruptie, zelfverrijking en het eigenhandig en zonder goedkeuring van superieuren mishandelen en vermoorden van gevangenen. En Konrad Morgen was de eigentijdse Don Quichotte, die probeerde daar tegen op te treden. Het blijft een vreemde gewaarwording dat een Duitse onderzoeksrechter die in dienst was van de SS en die ook zowel voor de oorlog als nog lang na de oorlog liet blijken een overtuigd nationaalsocialist te zijn, zich jarenlang bezighield met het voor de rechtbank brengen van mensen voor misdaden die sinds 1945 automatisch gekoppeld worden aan nazi-Duitsland en aan de SS: moord, doodslag, mishandeling, beroving, plundering. Keer op keer tracht Morgen SS’ers, wiens dagelijks werk het is een volkerenmoord tot uitvoering te brengen, voor de rechtbank te brengen voor plundering, zelfverrijking, ernstige mishandeling en illegale moord. Vaak wordt hij gedwarsboomd en wordt de zaak door de hoogste man in Berlijn (Himmler) geseponeerd, vooral als het hooggeplaatsten zijn, maar vooral bij de lageren in rang leidde de inspanningen van Morgen vaak tot gevangenisstraf, overplaatsing en soms tot executie. De zaak waarmee Morgen het meeste opzien baarde was die tegen Karl Otto Koch, van 1937 tot 1941 de kampcommandant van Buchenwald, en enkele handlangers, waaronder zijn vrouw Ilse Koch. Uiteindelijk sprak een rechtbank van de SS de doodstraf tegen hem uit. Nog op 5 april 1945, terwijl de Amerikanen het kamp naderden, werd Koch in Buchenwald ter dood gebracht door een executiepeloton van de SS.

Een enkele keer leidde het werk voor Morgen zelf tot degradatie en overplaatsing, maar toch werd hij weer geregeld teruggeroepen om een nieuwe corruptiezaak te onderzoeken. Het heeft er alle schijn van dat Himmler naar gelang zijn behoeften Morgen inzette of aan de kant schoof. Morgen bleef namelijk onverstoord op de principiële nationaalsocialistische lijn zitten: alle bezittingen van vermoorde Joden, alle geroofde spullen, van kostbare kunstschatten tot simpele tweedehands spulletjes, behoorde toe aan de staat en daar dienden individuele personen simpelweg met hun tengels vanaf te blijven. Verder had hij geen scrupules met het feit dat miljoenen mensen mishandeld en gedood werden, mist het maar conform de vastgesteld ambtelijke richtlijnen gebeurde. Er moest een bevel van hogerhand zijn gegeven alvorens men gerechtigd was tot uitvoering over te gaan. Volgens deze ijzeren logica was een kampcommandant die een order vanuit Berlijn kreeg om de gehele bevolking van een bepaalde plaats om te brengen en op basis daarvan minutieus vijftigduizend man vermoordde een gewaardeerd medewerker, maar kon dezelfde kampcommandant door Morgen voor berechting worden voorgedragen zodra hij zonder zo’n order één man liet ombrengen en/of diens spullen achteroverdrukte. Het boek ‘Een rechter in Auschwitz’ staat vol met voorbeelden van kampcommandanten zoals Karl Koch, Rudolf Höss en Amon Göth die door Morgen, met wisselend succes, onderzocht werden. Speciale door Konrad Morgen gecoördineerde onderzoekscommissies van SS-rechters reisden af naar onder meer de concentratiekampen Auschchwitz, Majdanek, Dachau, Sachsenhausen, Vught, Krakau, Plaszów en Warschau om daar bewijzen te verzamelen. Terwijl de grootse massamoord in de wereldgeschiedenis met medeweten van de voltallige nazi-top werd uitgevoerd, onderzocht Morgen of sommige kampcommandanten en – bewakers geen ‘illegale moorden’ hadden gepleegd.

Konrad Morgen beweerde zelf 800 zaken (die vaak meerdere personen behelsden) in behandeling genomen te hebben, waarvan er uiteindelijk 200 leidden tot een bestraffing door de rechtbank. Waarbij nogmaals bleek hoezeer Morgens inzet gestuurd werd, want veelal werd hem pas toegestaan in actie te komen nadat bepaalde commandanten in ongenade waren gevallen, vanwege gebleken incompetentie of niet langer te tolereren overdadige zelfverrijking. Morgen zelf was principieel van karakter, maar zijn onderzoeken waren voornamelijk een politiek instrument in handen van mensen als Himmler en Oswald Pohl, een ander centraal figuur in de Endlösung.

Na de jaarwisseling van 1944-1945 leken Morgens onderzoeken in de concentratiekampen leken beëindigd te zijn. In de herfst van 1944 was Morgen benoemd tot SS-chefrechter in Krakau. Hij hield zich enkel nog bezig met juridische routinezaken en voelde zich “aan de kant gezet”. Op 19 januari 1945 werd Krakau ingenomen door het Rode Leger. Morgen was inmiddels overgeplaatst naar Breslau, het tegenwoordige Wroclaw. Rond het einde van de oorlog verbleef Morgen korte tijd in Sovjet- en Tsjechische krijgsgevangenschap. Hij meldde zich na zijn vrijlating uit eigen beweging bij de westerse geallieerden, nadat hij vernomen had dat hij gezocht werd vanwege zijn “kennis van concentratiekampen”. Op 22 september 1945 arriveerde hij vanuit het Beierse Prien bij het hoofdkwartier van het Amerikaanse Counterintelligence Corps van het 7th Army in Mannheim. Dit was het begin van Morgens rol als getuige in meerdere processen tegen oorlogsmisdadigers, die gedurende de daarop volgende jaren plaatsvonden. Behalve getuige was hij zelf echter, vanwege zijn positie in de SS, ook een verdachte. Als snel werd hij echter van Hauptschuldige (hoofdschuldige), de zwaarste van de vijf categorieën waarmee men bepaald hoe groot iemands rol was geweest in de naziregime, bestempelt tot Mitläufer (meeloper), de vierde categorie, ofwel de groep onbetekenende partijleden die aan de cruciale zaken niet hadden deelgenomen. Het lijkt er op dat Morgen daarbij iets meer werd ‘gedegradeerd’ dan hij verdiende.

Morgens verklaring bij het Proces van Neurenberg kon niets in positieve zin betekenen voor de verdediging van de SS. De aanklagers vonden zijn relaas zelfs zo weinig overtuigend dat ze hem niet eens vragen wilden stellen. Desondanks werd hij ook bij andere processen weer opgeroepen te getuigen om de verdediging te ondersteunen bij hun pleidooi dat de omstandigheden in de concentratiekampen lang niet zo slecht waren als ze werden afgeschilderd . Zijn verhaal werd dan ook steeds sceptisch ontvangen. Het feit dat hij ook maar geen afstand nam van de nazi-ideologie stond ook in een vreemde relatie tot zijn claim vanaf het begin tegen het regime te zijn geweest en zich er intern tegen verzet te hebben.

In de vijftiger jaren pakte Morgen zijn vooroorlogse carrière weer op. Hij werd advocaat in Frankfurt am Main en van 16 mei 1951 tot 19 januari 1979 was hij hier lid van de Orde van Advocaten). In die periode stond hij drie keer als verdachte voor de rechtbank vanwege veronderstelde deelname aan oorlogsmisdaden. De rechtszaken stonden zijn carrière niet in de weg. Hij werd overigens telkens vrijgesproken. Van 10 december 1963 tot 10 augustus 1965 trad hij voor de laatste maal op als getuige, ditmaal in het Auschwitz-proces waarbij mede op basis van zijn getuigenis de kampbewaker Wilhelm Borger en Josef Klehr tot levenslange gevangenisstraf werden veroordeeld omdat ze zich op individuele basis schuldig hadden gemaakt aan meerdere moorden, ofwel ‘illegale moorden’ hadden gepleegd. Konrad Morgen overleed op 4 februari 1982 op 72-jarige leeftijd.

Kevin Prenger schreef een interessant boek over deze Konrad Morgen, met een schat aan informatie over de het Duitse rechtssysteem vanaf 1933, over de SS-organisatie en over de schizofrenie binnen de nationaalsocialistische maatschappij. Probleem blijft wel dat Prenger, net als bij zijn eerdere boek over een andere zelfverklaarde Duitse verzetsheld, SS-officier Kurt Gerstein, zijn boek niet eerst voorziet van een deugdelijke probleemstelling en dus ook niet echt kan afsluiten met een eindconclusie. Zo’n conclusie komt er wel en is voor iedereen die het boek heeft gelezen ook volledig te onderschrijven, maar het blijft nog steeds gissen binnen welk hoger doel de auteur eerst Kurt Gerstein, nu Konrad Morgen en Arthur Nebe in een binnenkort te verschijnen derde deel voor het voetlicht brengt. Maar ondanks het ontbreken van die probleemstelling, een zeer lezenswaardig en informatief boek.

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: