15 APRIL – JAKOB VAN DOMSELAER

Jakob van Domselaer, de oorspronkelijke naam was trouwens Jacob van Domselaar, (Nijkerk, 15 april 1890 – Bergen, Noord-Holland, 5 januari 1960) was een Nederlands componist van eigentijdse klassieke muziek. De zoon van een manufacturier volgde piano- en orgellessen bij Johan Enderlé en Willem Petri. Daarna kreeg hij in Utrecht les in compositie en piano van Johan Wagenaar. Op diens aanraden ging Van Domselaer in 1911 naar Berlijn om les te krijgen van Frédéric Lamond. Daar kwam hij in aanraking met het werk van Busoni en Schönberg. Hij was de eerste die in Nederland werk van beide componisten uitvoerde (in 1914).

Na zijn studie in Berlijn componeerde Jakob van Domselaer in de jaren twintig zeer extreme muziek. Schönberg was nog aan het zoeken naar zijn twaalftoonssysteem en Stravinsky was nog niet tot bloei gekomen toen Jakob van Domselaer in 1913 reeds zijn stijloefeningen componeerde: abstracte klankclusters waar de tijd gestold lijkt. Hij noemde het dan ook klankstollingen. Het theoretisch kader voor zijn klankexperimenten ontstond vanuit de contacten met Piet Mondriaan en de Stijlbeweging. In 1912 ontmoette Van Domselaer tijdens een reis naar Parijs de Nederlandse non-figuratieve schilder Piet Mondriaan, op aanraden van Catharine Hannaert, met wie beiden bevriend waren. Er ontstond een vriendschap en Van Domselaer legde zich erop toe de ideeën die Mondriaan had verwezenlijkt in de schilderkunst, ook te realiseren in de muziek. ‘Ik ben een begin; de bloei zal me niet gegeven worden. Dat zou te veel zijn voor één leven’, aldus Jakob van Domselaar over zijn eigen experimenteerdrang. Aan het begin van zijn loopbaan deelde hij zijn extreme visies met prominente kunstenaars als Piet Mondriaan en Theo van Doesburg. In deze tijd ontstond onder meer de Proeven van Stijlkunst, negen composities geschreven tussen 1913 en 1916 die zijn opgebouwd uit statische klankblokken. Het zijn de enige muziekstukken die zijn verwezenlijkt volgens de naar muziek vertaalde, op abstractie gerichte principes van De Stijl, de kunstbeweging die Mondriaan samen met andere kunstenaars als Theo van Doesburg en Bart van der Leck had opgericht in 1917. Nelly van Doesburg, de vrouw van Van Doesburg, speelde – als een van de weinige pianisten – de Proeven van Stijlkunst op de door haar georganiseerde Dada-avonden. Overigens voerde de componist de werken ook wel zelf uit, zoals tijdens een optreden in de concertzaal van Duwaer & Naessens aan de Stadhouderskade in Amsterdam.

In 1918 was Van Domselaer uitgekeken op de ideeën van De Stijl. Hij sloeg een andere weg in. Toch gaf hij in 1919 nog een concert in de kleine zaal van het Concertgebouw, waarbij hij drie van zijn eerste pianosonates uit 1918 en 1919 uitvoerde. Hij verhuisde van Laren naar het rustieke Bergen. Zijn nieuwste werken waren geen ‘composities’ meer, maar ‘geluidsstukken’. Een sprekend voorbeeld is zijn Sonate No. 9 uit 1924. Ook uit die periode is zijn Eerste symfonie (1921), die pas in 2002 voor het eerst ten gehore werd gebracht door het Noord-Nederlands Orkest. De symfonie is zeer opmerkelijk. De thematiek van dit werk ademt de Teutoonse geest van Mahler, Strauß en Cornelis Dopper. Het schokkende van de symfonie schuilt eerder in de compacte stofzuigerklanken waarmee deze ietwat oubollige woudromantiek wordt ondersteund. Pianist Kees Wieringa vond verschillende versies van deze symfonie terug in het Haags Gemeentemuseum. Van deze varianten werd een speelbare versie samengesteld, die te beluisteren is in een uitvoering onder leiding van Alexander Vedernikov. De cd bevat ook de beide pianoconcerten, waarin Kees Wieringa als solist optreedt. De Eerste Symphonie (1921) is volkomen uniek in zijn soort en is ondanks verwantschap met Mahler en Sjostakovitsj toch geheel eigen in stijl en vorm. De Pianoconcerten no. 1 en no. 2 (1924 en 1926) zijn minstens zo expressief. Ook klinkt er veel meer geschiedenis in door dan in de Symphonie. Soms klinken kathedralen van welluidendheid. Tevens zijn er laatromantische kenmerken als gebroken akkoorden, warm pedaal, romantische crescendos: je hoort bovenal de bewonderaar van de negentiende-eeuwse pianoschool in de traditie van Liszt en Busoni.

Vanaf 1930 schreef hij vrijwel alleen suites en variaties, maar zijn werk bleef onbekend bij het publiek. Toch bleef hij componeren. Uiteindelijk had hij 39 sonates, suites en variaties op zijn naam staan. Van Domselaer gaf ook compositieles en heeft in beperkte mate school gemaakt. Tot zijn leerlingen behoorde aan het eind van de jaren veertig zijn plaatsgenoot Simeon ten Holt. Van Domselaer overleed op 69-jarige leeftijd in Bergen.
.

.

.

 

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: