IWAN DEMJANJUK 2

Op 12 mei 2011 veroordeelde de rechtbank in München de inmiddels 91-jarige Iwan Demjanjuk tot vijf jaar celstraf voor medeplichtigheid aan moord op zeker 28.000 Joden. In vier afleveringen wordt een korte biografie gegeven van één van de laatste nazi-beulen die voor de rechter werd gebracht.
Bij het proces werden mede-aanklagers gehoord, waaronder Rob Fransman, Paul Hellmann en Marco de Groot, die over het proces of naar aanleiding daarvan hun levensverhaal opschreven.
Verder schreef de journalist Wim Boevink voor Trouw columns over het proces, die onder de titel “Dienstausweis 1393” werden gepubliceerd. In de afleveringen vijf t/m acht worden de recensies op die boeken gegeven.
.
.
Aflevering 2
.
Demjanjuk in Duitse dienst
Na zijn rekrutering werd Demjanjuk als Hilfswillige (Hiwi) naar het opleidingskamp Trawniki gestuurd, genoemd naar het gehucht in de omgeving van Sobibor waar dit kamp lag. Hij kwam er omstreeks 19 juli 1942 aan en doorliep de standaardprocedure: invullen van biografische gegevens, laten maken van een pasfoto, afgeven van vingerafdrukken, korte medische keuring, ondertekenen van Dienstverpflichtung en het afgeven van verklaringen dat men geen Joodse voorouders had, niet lid was geweest van de communistische partij of Komsomol (de jongerenorganisatie van de partij) en dat men zich voor de rest van de oorlog aan alle dienstvoorschriften zou onderwerpen. In de administratie van Trawniki kreeg Demjanjuk nummer 1393. De echtheid van zijn Dienstausweis 1393 zou later bij zijn proces in München een belangrijke rol spelen.

Een Hiwi was geen lid van de SS maar een ‘vrijwilliger’ die voor de SS werkte. Formeel hadden de Hiwi’s de rang van ‘Wachmann’, de laagste rang die er binnen de Trawniki-hiërarchie bestond. Demjanjuk en zijn collega’s werden gezien als ondergeschikten en onbeduidende collaborateurs. Zo werden ze ook behandeld. De medewerking van de Trawniki-bewakers was echter van essentieel belang om het grootschalige moordproces in de kampen te kunnen uitvoeren. In Sobibor werden tussen eind april 1942 en 14 oktober 1943, toen een massale opstand van de gevangenen een eind aan het gruwelijke oord maakte, omstreeks 170.000 Joden vermoord. Er wordt geschat dat gedurende de achttien maanden dat het kamp heeft bestaan in totaal zo’n 100 SS’ers en 200 Trawniki-bewakers in Sobibor hebben gewerkt. Er werd in rouleerdienst gewerkt met een beperkt aantal SS’ers en een wat groter deel Trawniki-bewakers, in een normale dienst in totaal een man of dertig.

Kamp Majdanek

De Hiwi’s mochten alleen dienstopdrachten in groepsverband onder het bevel van een SS’er uitvoeren. Ze mochten niet zomaar zonder opdracht in het kamp rondlopen. Misbruik van die regel werd streng bestraft. Bij het proces in München dook een document op dat niet alleen overtuigend bewijs was van de aanwezigheid van Demjanjuk in het kamp, maar ook veelzeggend was over de positie van de Wachmänner. In een handgeschreven verklaring rapporteert een SS-Oberscharführer dat twee Wachmänner het kamp op 16 januari 1943 ongeoorloofd hebben verlaten om daarbuiten “Salz und Zwiebel” te kopen. Een van de twee mannen is I. Demjanjuk met dienstnummer 1393. Op 20 januari 1943 werd besloten dat deze ongeoorloofde afwezigheid bestraft zou worden met vijfentwintig stokslagen, een straf die de volgende dag werd uitgevoerd. De uitgehongerde krijgsgevangenen waren inmiddels weldoorvoede kampbewaarders geworden, dus het lijkt bizar gedrag om voor wat zout en uien zo’n straf te riskeren. De omschrijving “Salz und Zwiebel” was echter een eufemisme voor streng verboden seks, een vergrijp waarop normaliter terugzending naar het krijgsgevangenenkamp stond en dus een zekere uithongering betekende. De onderofficier had de beiden een dienst bewezen zodat ze er met een milde straf van afkwamen.

Trawniki was dus de plaats waar voormalige krijgsgevangenen werden opgeleid tot kampbewakers. Het was overigens ook een reservoir van mankracht die werd ingezet om allerlei vuile klussen op te knappen in kleinere plaatsen die geen spoorwegverbindingen kenden. De Amerikaanse historicus Christopher Browning beschrijft in Ordinary Man. Reserve Police Bataillon 101 and the Final Solution in Poland de slachtpartij die op 17 augustus 1942 plaatsvond bij het dorpje Lomazy. Het uit Hamburg afkomstige bataljon Ordnungspolizei 101 leverde bij de moordpartij het merendeel van de mankracht, maar de Hiwis uit Trawniki namen de eigenlijke moorden voor hun rekening. Op die manier werd de psychologische last van het reservebataljon, dat bestond uit gewone Duitse mannen van middelbare leeftijd, verlicht. In Lomazy bestond de helft van de inwoners uit Joden, die niet in een ghetto woonden maar wel in een Joodse wijk geconcerteerd waren. De Ordnungpolizei verzamelde de 1.700 bewoners en lieten hen wachten tot de Oekraïners uit Trawniki kwamen, die vervolgens stomdronken met een wodkafles in de ene hand en een vuurwapen in de andere de Joden uitmoordden.

Kamp Majdanek

In dit Trawniki-kamp kreeg dus ook Demjanjuk zijn opleiding tot kampbewa-ker. Voor het theoretisch onderwijs was de voormalige suikerfabriek in het dorp ingericht als leslokaal en onderkomen voor de Hiwi’s. Ten behoeve van de training van de vaak analfabete Oekraïners waren stripboeken gemaakt. De opleiding bestond echter voor een belangrijk deel ook uit praktijkonderwijs. Daarvoor was het trainingskamp voorzien van een klein concentratiekamp, waar Demjanjuk en zijn collega’s konden ‘oefenen’. In dit oefenkamp kwamen in deze periode juni 1941 tot voorjaar 1944 meer dan 17.000 Joden om het leven. Trawniki viel direct onder de supervisie van SS-Obergruppenführer Odilo Globocnik, SS- und Polizeiführer in het district Lublin en een van de favorieten van SS-chef Heinrich Himmler. Trawniki was bovendien een bewaarplaats voor voedsel en bagage van op transport gestelde Joden. Hierdoor waren de omstandigheden waaronder Demjanjuk werd opgeleid relatief goed. Nadat Demjanjuk zijn opleiding in Trawniki had afgerond werd hij op 22 september 1942 als lid van de Wachmannschaften gedetacheerd naar het landgoed Okszow in de buurt van Chelm. Hier bevond zich een distilleerderij van alcohol. Vermoedelijk werkten er op dat moment Joodse vrouwelijke gevangenen die bewaakt moesten worden.

Vanaf 18 januari 1943 werd Demjanjuk in het concentratiekamp Majdanek gestationeerd. Majdanek was een erg primitief kamp, met weliswaar in elke barak van 30 meter bij 10 meter twee kachels, maar er heerste een chronisch gebrek aan drinkwater en voedsel. Mishandelingen waren aan de orde van de dag, maar de sterfte werd vooral veroorzaakt door honger en vlektyfus. De mogelijkheden voor Trawniki om zich in dit kamp te verrijken waren groot. Er werd driftig gehandeld waarbij kleding, horloges, sieraden en dekens uit het kamp werden verhandeld tegen sigaretten en levensmiddelen in de stad Lublin. Voor de leden van de kampstaf was het zelfs niet uitgesloten om vanuit Lublin gevogelte, vis, wodka en gebak te bestellen. In de periode dat Demjanjuk in dit kamp werkte veranderde het van karakter. Van een kamp dat overwegend door Joden werd bevolkt, werd het een kamp dat in toenemende mate door niet-Joodse Polen werd bevolkt. De bevolking nam er ook toe van iets meer dan 10.000 bewoners naar 12.000 bewoners op een terrein van 270 hectare. In juli 1944, vlak voor de liquidatie van het kamp zaten er overigens 45.00 tot 50.000 gevangenen. Het is onbekend wat daar zijn taken waren, maar het kan niet anders zijn dan dat hij minimaal op de hoogte was van de vergassingen met koolmonoxide en blauwzuurgas die toen in Majdanek plaatsvonden. Hier maakte Demjanjuk de al genoemde ongelukkige start door samen met een andere Wachmann “Salz und Zwiebel” te gaan kopen. Hij kwam er met vijfentwintig zweepslagen licht vanaf.

Op 26 maart 1943 werd Demjanjuk opgehaald uit Majdanek om opnieuw elders gedetacheerd te worden, dit keer in Sobibor. Op dezelfde dag begonnen ook 79 andere Trawniki-bewakers daar hun werk. In de periode van 27 maart 1943 tot 1 oktober 1943 was hij werkzaam in Sobibor. Het kamp was toen al in vol bedrijf. Volgens historicus en Sobibor-overlevende Jules Schelvis waren vanaf het voorjaar 1942 tot het eind van dat jaar in het kamp al 101.370 Joden vermoord. Waarschijnlijk heeft Demjanjuk in Sobibor meegeholpen met het ‘verwerken’ van de vijftien transporten die van maart tot oktober 1943 uit Nederland aankwamen. Van die transporten overleefde vrijwel niemand. Over de precieze werkzaamheden van Demjanjuk is ook hier geen duidelijkheid. Over het algemeen werkten de mannen uit Trawniki als helpers bij het uitladen van de treinen en het gedwongen ontkleden van de gevangenen, waarna ze de slachtoffers met zwepen en bajonetten naar de gaskamers dreven. Ze hadden zodoende een actieve rol in het vernietigingsproces. Demjanjuk had er zeker geen leidinggevende functie, daarvoor was zijn rang te laag. De reputatie van de Trawniki-mannen in Sobibor was slecht. ‘Naast hardheid werd hen ook, zo zover nodig, geweten- en genadeloosheid bijgebracht. Vaak overtroffen ze hun Duitse leermeesters in wreedheid,’ schrijft Jules Schelvis. Deze beschrijft ook dat de Oekraïners ijverige en fanatieke bewakers waren, die weinig bevelen nodig hadden, die hun zwepen en geweerkolven gebruikten om de naakte Joden van de uitkleedplaats naar de gaskamers te jagen: “Ze hadden in feite een actief aandeel in het vernietigingsproces.” Hermann Erich Bauer (1900-1980), de ‘Gasmeister” van Sobibor, verklaarde bij zijn proces in 1962 dat bij de gaskamers een Oekraïner met de naam Iwan, bijgenaamd de Verschrikkelijke, dienst heeft gedaan. Volgens Schelvis doelde hij daarbij op Iwan Demjanjuk, de voormalige “Traktorist” die zo goed met machines kon omgaan. Harde bewijzen zijn er echter niet en aangezien Schelvis zelf maar amper een half uur daadwerkelijk in het kamp geweest is, is het een wat boude bewering.

In oktober 1943 werd Demjanjuk met 139 andere Trawniki-bewakers overgeplaatst naar het concentratiekamp Flossenbürg, gelegen in Beieren aan de huidige Duits-Tsjechische grens en niet al te ver van Bayreuth. Op 8 oktober 1943 kreeg “Demianiuk”, zoals hij in het wapenregister van Flossenbürg vermeld staat, een geweer en een bajonet uitgereikt. Een jaar later was hij nog steeds in het kamp, want op 4 oktober 1944 kreeg hij, zijn naam is inmiddels verbasterd tot “Demenjuk 1393”, opdracht om met een geweer bewapend bewakingsdiensten te vervullen. Begin 1944 was hij toegetreden tot de ‘Totenkopfsturmbann Flossenbürg’. Formeel was hij nog steeds geen lid van de SS, maar “angegliedert”, wat betekende dat hij onderworpen was aan de voorschriften van de SS en haar specifieke rechtspraak. In de SS-hiërarchie hadden Demjanjuk en de andere Oekraïense bewakers die tot de Totenkopfsturmbann toetraden nu een vergelijkbare status als de “SS-Gefolge”, het Duitse vrouwelijke hulppersoneel van de SS. De strakkere binding aan de organisatie kwam ook tot uiting door de tatoeage met de bloedgroep die SS-leden onder hun linkerarm kregen. Demjanjuk heeft later verklaard dat hij deze tatoeage heeft gekregen in Graz, waar zich toen een bekend SS-trainingscentrum bevond. Het toetreden tot het “SS-Gefolge” was zeer waarschijnlijk geen ideologische keuze van Demjanjuk, vermoedelijk hadden de Trawniki’s geen keuze. Ze werden organisatorisch en masse ondergebracht bij het SS-Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt (SS-WVHA). Een tweede reden dat hij tot het elitekorps moest toetreden kwam waarschijnlijk omdat Flossenbürg een steeds groter tekort aan mankracht kreeg, terwijl er tegelijkertijd een enorme toestroom van gevangenen was uit ontruimde, meer oostelijk gelegen kampen. Bovendien zal in de derde plaats meegespeeld hebben dat Demjanjuk inmiddels had laten zien een bruikbare kracht te zijn. In de loop van 1944 liep het aantal gevangenen op van 10.000 naar 25.000 man (politieke gevangenen, bestrafte buitenlandse arbeiders, jonge Joden uit Polen en Hongarije, mensen uit het verzet, opstandelingen uit Warschau). Door de snelle groei ontstond aan alles gebrek en begon vanaf september 1944 de massale sterfte van de ondervoede gevangenen die loodzware arbeid moesten verrichten in de steengroeve. Het “Massensterben” eindigde pas met de bevrijding van het kamp in april 1945.

In dit kamp, waarvan de term “Vernichtung durch Arbeit” de levensomstandigheden goed weergaf, was Demjanjuk een van de bewakers. Hij moet uit de snelle toename van gevangenen uit Auschwitz en Gross-Rosen hebben begrepen dat de Sovjets in aantocht waren en dat het voor hem raadzaam was zich uit de voeten te maken . Een verzoek tot overplaatsing was onmogelijk voor Trawniki, die toch al scherp in de gaten werden gehouden omdat ze nooit volledig werden vertrouwd. Deserteren was dus moeilijk en ook gevaarlijk, het werd namelijk met executie bestraft. Medio december 1944 deed zich echter wel de gelegenheid voor om te ontsnappen. Vermoedelijk is hij toen uit Flossenbürg weggegaan om dienst te nemen in het zogenaamde Vlasovleger, bestaand uit twee divisies met Sovjet-krijgsgevangenen van allerlei afkomst. Het leger stond onder leiding van de gedeserteerde Sovjet-generaal Andrej Vlasov die na zeer lange aarzeling van de Reichsführer-SS toestemming had gekregen om in SS-verband te vechten tegen de oprukkende geallieerden. Het is zo goed als zeker dat Demjanjuk met toestemming van zijn superieuren van de Totenkopfsturmbann Flossenbürg, waar de omstandigheden inmiddels al behoorlijk catastrofaal waren geworden, zich heeft mogen melden bij de troepen van Vlasov. Voor de Trawniki gold dat ze in een lastig parket zaten. Vanuit Sovjet-perspectief waren ze in vreemde krijgsdienst getreden dus was het zaak uit hun handen te blijven. Vanuit geallieerd perspectief hadden ze gecollaboreerd met de vijand en zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden. Ze moesten dus zorgen ook uit hun handen te blijven. Deserteren uit SS-dienst maakten hen uit Duits perspectief verraders en dus kandidaten voor het vuurpeloton.

Op een onbekend tijdstip en onbekende lokatie is Demjanjuk door de Amerikanen krijgsgevangen gemaakt. Hij werd echter snel vrijgelaten en wist er voor te zorgen dat hij al snel als chauffeur in dienst van het Amerikaanse leger kwam. In een displaced persons kamp in Landshut, Baden Württemberg had hij in de eerste naoorlogse jaren zijn latere vrouw Vera ontmoet. In maart 1948 deed hij in Zuid-Duitsland een verzoek om als vluchteling te worden erkend door de International Refugee Organization, een voorwaarde om als thuisloze Europese vluchteling naar de Verenigde Staten te kunnen emigreren. Hij verklaarde van april 1937 tot januari 1943 te hebben gewerkt als chauffeur in “Sobibor, Chelm, Poland”, vervolgens tot oktober 1943 havenarbeider te zijn geweest in Pillau (het huidige Baltiesjk aan de Baltische kust, bij Kaliningrad in Rusland) en daarna tot mei 1945 als arbeider in München te hebben gewerkt. Op hetzelfde moment werkte de MGB, de voorloper van de KGB, aan de samenstelling van een zeer geheime lijst van honderd voormalige Trawniki-bewakers. De lijst werd in augustus 1948 voor opsporingsdoeleinden door de Sovjet-Unie verspreid. Demjanjuk was één van de personen op de lijst.

In oktober 1950 maakte Demjanjuk kenbaar dat hij naar de Verenigde Staten wilde emigreren. Nu verklaarde hij dat hij van 1936 tot september 1943 op een boerderij in Sobibor had gewerkt, daarna tot mei 1944 in de haven van Dantzig (tegenover het eerder door hem genoemde Pillau) en vervolgens tot het eind van de oorlog bij de spoorwegen in München. Natuurlijk verzweeg hij zijn opleiding in Trawniki, zijn werk in Majdanek, Sobibor en Flossenbürg en zijn dienst in het leger van Vlasov. Op 27 december 1951 vroeg hij zijn visum aan, nadat hij ten overstaan van de Amerikaanse vice-consul een eed had afgelegd en opnieuw zijn vorige werkzaamheden en verblijfplaatsen had bevestigd. Niemand die toen van het vernietigingskamp had gehoord en zich afvroeg wat deze man daar midden de oorlog te zoeken had. Demjanjuk, zijn vrouw en hun op 7 april 1950 geboren dochtertje Lydia kregen hun verlangde visum voor de Verenigde Staten, waar zij op 9 februari 1952 als immigrant in New York aankwamen.

– morgen aflevering 3 –

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: