IWAN DEMJANJUK 6

Op 12 mei 2011 veroordeelde de rechtbank in München de inmiddels 91-jarige Iwan Demjanjuk tot vijf jaar celstraf voor medeplichtigheid aan moord op zeker 28.000 Joden. In vier afleveringen wordt een korte biografie gegeven van één van de laatste nazi-beulen die voor de rechter werd gebracht.
Bij het proces werden mede-aanklagers gehoord, waaronder Rob Fransman, Paul Hellmann en Marco de Groot, die over het proces of naar aanleiding daarvan hun levensverhaal opschreven.
Verder schreef de journalist Wim Boevink voor Trouw columns over het proces, die onder de titel “Dienstausweis 1393” werden gepubliceerd. In de afleveringen vijf t/m acht worden de recensies op die boeken gegeven.
.
.
Aflevering 6
.
Dienstausweis 1393. Demjanjuk en het laatste grote naziproces
Van november 2009 tot mei 2011 stond in München Ivan Damjanjuk terecht op beschuldiging van medeplichtigheid aan de moord op de Joden die in zijn diensttijd in Sobibor tussen 26 maart 1943 en 1 oktober 1943 om het leven waren gebracht. Het ging om tenminste 28.060 mannen, vrouwen en kinderen. Hieronder bevond zich een Pools transport en de vijftien treinen die tussen 30 maart 1943 en 20 juli 1943 vanuit Westerbork met Nederlandse en Duitse Joden aankwamen. In totaal kwamen ruim 27.000 Joden vanuit Westerbork met die vijftien treinen in Sobibor aan. Slechts vijf daarvan wisten het kamp te overleven, waaronder Selma Wijnberg waarover vorig jaar het boek “Selma, de vrouw die Sobibor overleefde” verscheen, en Jules Schelvis die een standaardwerk over het vernietigingskamp Sobibor schreef. Op 12 mei 2011 werd Demjanjuk veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. Bij het proces waren meer dan twintig medeaanklagers aanwezig. Jules Schelvis was één van hen. Een andere Nebenkläger, Rob Fransman, werd door de Wereldomroep gevraagd van zijn ervaringen verslag te doen. De zesenveertig korte verslagen die dat opleverde werden gebundeld in het boek “Het Demjanjuk Proces”. Ook aanwezig was verslaggever Wim Boevink die namens dagblad Trouw op alle procesdagen present was. Zijn honderddertig artikelen voor het dagblad zijn nu ook uitgegeven, evenals het boek van Fransman, in de onvolprezen Holocaust-serie van uitgeverij Verbum.

Als binnen een tijdsbestek van vier dagen twee boeken bij dezelfde uitgeverij verschijnen over hetzelfde onderwerp en met een zelfde opzet, namelijk een bundeling van korte verslagen van de zittingsdagen, is het onvermijdelijk dat men gaat vergelijken. Wat zegt de ene over een bepaalde zittingsdag en hoe heeft de ander dezelfde dag ervaren? Zijn er dan opvallende verschillen in hetgeen men observeert en/of hoe men dat dan interpreteert? Zijn er grote verschillen in de manier waarop beide überhaupt naar het proces kijken en naar de zwijgende oude reus met zijn blauwe baseballcap? Het is in elk geval duidelijk dat u niet bij beide schrijvers terecht moet zijn als u een doorwrocht wetenschappelijk boek wilt lezen over Sobibor, Demjanjuk en de rechtsgang, voorzien van vele documenten en archiefmateriaal ter nadere onderbouwing. De beide boeken van uitgeverij Verbum geven aan de hand van korte artikelen een chronologisch verslag van de rechtszaak. Het ene boek vanuit het perspectief van een mede-aanklager, het andere met de blik van een journalist. Het zijn beide getuigenissen van een belangrijk historisch proces, het laatste grote naziproces dat werd gevoerd.

De onderlinge vergelijking valt nog niet mee. In februari 2011 schrijft Rob Fransman drie artikelen (7, 11 en 23 februari) en in dezelfde maand schrijft Boevink zeven artikelen (3, 4, 8, 9, 10, 11 en 23 februari). Boevink kan van elke zittingsdag verslag doen van hetgeen aan de orde is geweest is en doet dat met grote nauwkeurigheid. Fransman heeft minder tekstruimte toebedeeld gekregen van zijn opdrachtgever en moet daardoor noodgedwongen de uitkomst van een aantal zittingdagen bundelen in één artikel. Dat levert onherroepelijk verlies aan detaillering op. Een verlies dat overigens weer in ruime mate wordt gecompenseerd doordat Fransman ook vertelt over zijn familiegeschiedenis, over zijn reizen naar München en weer terug, over een uitstapje aan de Russische ambassade en over een bezoek aan kamp Flossenbürg. Bij Boevink ontbreken dergelijke nevenactiviteiten volledig. Hij beperkt zich volledig tot het karakteriseren en duiden van hetgeen binnen de rechtszaak heeft plaatsgevonden. Juist door die focus en door het grote aantal artikelen dat hij kon schrijven, wordt een beter inzicht gegeven in de rechtszaak. Getuigen en deskundigen die bij Fransman wat onderbelicht blijven, kunnen bij Boevink wat uitgebreider aan de orde komen. Eigenlijk vullen de beide boeken elkaar heel mooi aan. De journalistieke en wat nuchtere insteek van Boevink wordt mooi aangevuld door de beschrijvingen van Fransman die meer emoties toeliet, maar gelukkig ook weer niet overvloedig.

Boevink weet in duidelijke taal de essentiële vragen bij het proces weer te geven. Wat zeer gewenst is. Het voeren van een proces tegen een eenennegentigjarige voor misdrijven die hij bijna zeventig jaar geleden zou hebben begaan, roept immers onherroepelijk bij brede lagen van de bevolking de vraag op of dat nu nog wel nodig is. Zoals ook de vraag komt bovendrijven of een kleine vis als Demjanjuk, de laagste in de rangorde binnen de kampbewaking, na al die jaren nog steeds voor het gerecht moet komen. In dit proces werd bovendien het principe aangehangen dat van de verdachte niet de individuele misdrijven aangetoond hoefden te worden, maar werd gewerkt aan de hand van een rechterlijk novum: de aanwezigheid van de verdachte in de diverse kampen betekende automatisch dat hij een schakel was in de vernietigingsmachine. En dus schuldig was aan massamoord. Boevink weet ook duidelijk te maken waar het eindeloze gesteggel tussen rechtbank en verdediging steeds over ging. Waarbij de echtheid van documenten en de betrouwbaarheid van sommige al overleden getuigen van cruciaal belang was. Een voor een komen ze langs: de deskundigen, veelal uit de Verenigde Staten en Duitsland, en de postume getuigenissen uit Oost-Europa, vaak van oud collega’s met hetzelfde sinistere beroep als Demjanjuk in de oorlogsjaren. Van elk wordt door Boevink aangetoond welk belang hun getuigenis heeft. Tijdens de rechtszaak was het belangrijk dat elk miniem detail ten aanzien van Dienstausweis 1393, Demjanjuks officiële SS-papieren als Wachmann, werd bekeken en dat het document onweerlegbaar als betrouwbaar kon worden bewezen. Dat leverde dodelijk saaie rechtszittingen op, die zelfs voor ingewijden amper nog te volgen waren. Boevink weet ze steeds weer in simpele bewoordingen te schetsen. Het maakt zijn boek belangrijk om de inhoud en de noodzaak van dit proces goed te kunnen begrijpen.

Wim Boevink
Dienstausweis 1393. Demjanjuk en het laatste grote naziproces
Uitgeverij Verbum, 2011, 272 pag, ISBN: 978-90-74274-57-9

– op 3 juli aflevering 7 –

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

2 thoughts on “IWAN DEMJANJUK 6

  1. Pingback: IWAN DEMJANJUK 7 | MUIZENEST

  2. Pingback: IWAN DEMJANJUK 8 | MUIZENEST

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: