GABRIELLE WEIDNER – 24

Gabrielle Weidner (Brussel, 17 augustus 1914 – Königsberg in der Neumark, 17 februari 1945) was een Nederlands verzetsstrijdster, actief in het Franse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze werd geboren in Brussel als dochter van Nederlandse ouders, maar groeide op in Zwitserland, dicht tegen de Franse grens bij Collonges-sous-Salève – een plaats in het Franse departement Haute-Savoie, waar haar vader Johan Hendrik Weidner sr. Latijn en Grieks doceerde aan het Kerkgenootschap der Zevendedagsadventisten. Als gevolg van haar multiculturele achtergrond en haar middelbare school in Londen sprak ze verschillende talen. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog woonde ze in Parijs, waar ze als vroom meisje werk deed voor de Kerkgenootschap der Zevendedagsadventisten. Met de daarop volgende bezetting van Frankrijk door Duitsland vluchtte ze met haar broer Jean Weidner en anderen naar Lyon in het onbezette deel van Frankrijk. Toen in 22 juni 1940 de Duitse bezetter de Vichy-regering installeerde, keerde ze terug naar Parijs. Jean Weidner bleef in Lyon en richtte er het ondergronds netwerk Dutch-Paris op. In Parijs hervatte ze haar werk voor het kerkgenootschap, van waaruit ze in het geheim met hulp van andere vrijwilligers ontsnappingen voor Dutch-Paris hielp te coördineren. Bekend als Dutch-Paris zou deze ondergrondse organisatie uitgroeien tot een van de belangrijkste verzetsnetwerken met ontsnappingsroutes via Brussel en Parijs naar Spanje en Zwitserland. Vanuit Parijs was Gabrielle Weidner bij dit verzetswerk betrokken, al is nooit vastgesteld welke rol ze precies gespeeld heeft. Ze zou koerierswerk tussen het bezette en onbezette deel van Frankrijk verricht hebben, pakketjes hebben geregeld voor Joden in kampen en in Parijs onderdak hebben verleend aan vluchtelingen op doorreis. Verder zou zij tussenpersoon zijn geweest van agenten op de route voor het doorgeven van boodschappen en informatie op microfilms. Als belangrijk lid van de résistance is ze mede-verantwoordelijk geweest voor de redding van meer dan 1.080 mensen, waaronder 800 Nederlandse Joden en meer dan 112 neergehaalde geallieerde piloten.

In februari 1944 werd bij toeval een jonge vrouwelijke koerier door de Franse politie opgepakt en uitgeleverd aan de Gestapo. Tegen alle regels in had ze een kladblok bij zich met namen en adressen van Dutch-Paris leden. Ze werd op brute wijze ondervraagd, waarbij een bewaker haar hoofd onder koud water hield totdat ze bijna verdronk. Onder marteling onthulde ze vele namen van belangrijke leden van het ondergronds netwerk. Als gevolg hiervan werden ten minste 150 leden van het netwerk opgepakt; Gabrielle Weidners arrestatie volgde op 26 februari, tijdens een sabbatdienst in de Parijse kerk van de Zevendedagsadventisten. Zij werd door de Gestapo opgepakt en gevangen in de gevangenis van Fresnes, Parijs. Daar werd ze redelijk goed behandeld, waarbij de Duitsers hoopten dat haar kameraden zouden proberen haar te bevrijden.Ze werd gevangen gehouden in de Fresnes-gevangenis in Parijs, als lokaas voor haar broer Jean die bovenaan de Gestapolijst van gezochte personen stond. Hij kon zich aangeven in een poging zijn zus te redden of het reddingswerk van Dutch-Paris voortzetten, en koos uiteindelijk voor het laatste, grotere belang. Na een detentie van bijna een half jaar zag het er half augustus 1944 naar uit dat Gabrielle Weidner de bevrijding van Parijs zou halen. Met het kanonvuur op gehoorsafstand begonnen de nazi’s met het executeren van gevangenen. De overigen werden per trein naar concentratiekampen in Duitsland afgevoerd. Gabrielle werd eerst overgebracht naar het beruchte Fort de Romainville en daarna in een goederenwagon afgevoerd naar het vrouwenkamp Ravensbrück, waar ze op 21 augustus 1944 aankwam. Op haar kampkleding kreeg ze geen paarse driehoek opgenaaid, gebruikelijk voor adventisten of Jehovagetuigen, maar een rode driehoek met de letter F. Ze werd beschouwd als een Franse politieke gevangene. Vanaf Ravensbrück werd ze overgeplaatst naar een subkamp van Buchenwald bij Torgau in Saksen. Ze werkte in een grote munitiefabriek, waar de dwangarbeiders blootgesteld stonden aan zuren en dampen die vrijkwamen bij het vullen van granaten. Eind oktober 1944 volgde tewerkstelling in een subkamp van Ravensbrück, bij het tachtig kilometer oostelijker gelegen stadje Königsberg in der Neumark (het huidige Chojna in Polen). Hier moest Weidner meewerken aan de uitbreiding van een Luftwaffe-basis, onder meer door het aanleggen van nieuwe landingsbanen. Het zware werk in barre winterse omstandigheden, de onverwarmde barakken en gebrekkige voeding – in combinatie met het strenge regime – waren funest voor haar gezondheid. Ze belandde in de ziekenboeg, waar ze volgens getuigen onverminderd kracht en hoop putte uit haar geloof en steun bood aan anderen. Haar sterfdag is niet helemaal bekend, maar algemen word 15 februari 1945 aangehouden, tien dagen na de bevrijding door de Russen, stierf ze in Königsberg-Neumark aan de gevolgen van ondervoeding. Sommige houden echter 6 februari 1945 aan dag van overlijden aan. Ze werd begraven in Köningsberg, het huidige Poolse Cholna.

Voor haar inspanningen in de oorlog kreeg Gabrielle Weidner op 24 mei 1950 postuum het Verzetskruis toegekend. Haar naam staat op een verzetsgedenkplaat op het Nederlands ereveld Orry-la-Ville, net ten noorden van Parijs.

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: