11 AUGUSTUS – ROBERT LEHNHOFF

Robert Wilhelm Lehnhoff (Elze, 11 augustus 1906 – Groningen, 24 juli 1950), was een Duitse SD’er en oorlogsmisdadiger die opereerde vanuit het gevreesde Scholtenhuis in Groningen. Het Scholtenhuis was een statig herenhuis aan de Grote Markt in Groningen. Het enorme gebouw in eclectische stijl was eigendom van de rijke industrieel W.A. Scholten (1819-1892), die het pand tussen 1879 en 1881 liet bouwen. Architect was J. Maris, het interieur werd verzorgd door zijn collega P.M.A. Huurman. Met zijn echtgenote betrok hij het linkerdeel, zijn zoon Jan Evert (1849-1918) bewoonde het rechterdeel. Scholten was directeur van bijna 24 fabrieken, die onder andere aardappelmeel, suiker, strokarton en turfstrooisel produceerden en bezat ook boerderijen en veengebieden. Ook na het overlijden van de industrieel en zijn zoon bleven andere leden van de familie Scholten er wonen. Een maand na de Duitse inval in 1940 werden de weduwe van Jan Evert Scholten en haar zoon echter zonder pardon op straat gezet. Vanaf dat moment werd het Scholtenhuis het noordelijke hoofdkantoor van de Sicherheitspolizei (SIPO) en de Sicherheitsdienst (SD). Vooral vanaf september 1944 werd vanuit het Scholtenhuis een waar schrikbewind gevoerd. Het kreeg in die periode de naam Het voorportaal van de hel werd genoemd en was na de oorlog het meest gehate gebouw in de stad. Bij de bevrijding in 1945 werd het Scholtenhuis kapot geschoten door de Canadezen en in brand gestoken door de Duitsers. Ook als dat niet was gebeurd, had het gebouw er zeker niet meer gestaan, want de Groningers zouden het maar wat graag eigenhandig tot de laatste steen hebben afgebroken. Er is nu wel een virtuele wandeling door het Scholtenhuis mogelijk, om de herinnering aan de gruwelijkheden die er plaats vonden levendig te houden. Daarin een fragment van de beruchte Robert Lehnhoff tijdens het verhoor van een jonge vrouw. Eerst rookt hij nog een sigaret met haar, allengs wordt het verhoor bruut. Als de vrouw blijft zwijgen, opent Lehnhoff een kast waarin de studente en verzetsvrouw Anda Kerkhoven zit opgesloten. Kerkhoven, die later wordt omgebracht, is geslagen, gebeten en ondergedompeld. Maar is slechts te horen via de commentaarstem, want om de site niet te schokkend te maken voor kinderen, worden geen gruwelijkheden getoond. Bij uitgeverij Profiel zijn enkele interessante boeken over het Scholtenhuis verschenen.

Robert Lehnhoff was de bekendste en beruchtste man van het Scholtenhuis; hij had de bijnamen ‘De schrik van Groningen en ‘De beul van Groningen’. Lehnhof bleek onder meer opdracht te hebben gegeven tot moordpartijen in Bakkeveen en Anloo.Hij was er zeker niet de baas, in rang bekleedde hij slechts de veertiende plaats. Hij was van oorsprong geen SS’er maar politieman, die in maart 1941 vanuit zijn eerste standplaats Den Haag overkwam naar Groningen. Hij werd er Referatleiter van de afdeling rechts georiënteerd verzet. Een van zijn medewerkers was de later eveneens ter dood gebrachte Nederlandse verrader Pieter Johan Faber. In het Scholtenhuis werden gearresteerde Nederlanders ondervraagd en gemarteld door Lehnhoff en consorten. Lehnhof stond bekend als sadist. In de eerste oorlogsjaren zette hij zich met hart en ziel in voor de vervolging van joden. Toen vrijwel alle joden in Groningen gedeporteerd waren, begon Lehnhof zijn aandacht te vestigen op het verzet. Lehnhoff had een hekel aan gereformeerde verzetsmensen en maakte fanatiek jacht op hen. Nieuwe gevangenen werden onder zijn leiding en soms ook door hemzelf wekenlang gemarteld. Zijn specialiteit was de zogenaamde V1, waarbij hij met een gummiknuppel een geboeide gevangene in de maagstreek stootte. Sommigen kwamen bij de martelingen om het leven of pleegden zelfmoord door uit het raam te springen. Anderen raakten invalide voor het leven. Hij was erg driftig en maagpatiënt. Zijn mannen liet hij vaak uitslapen, maar hij kon hen ook tot een etmaal actie dwingen. Ze vreesden hun baas, die hen soms impulsieve bevelen gaf tot het ‘omleggen’ van collega’s. Over Lehnhoff doen veel lugubere verhalen de ronde. Dr. L. de Jong noemt Lehnhoff in zijn standaardwerk over de Tweede Wereldoorlog als voorbeeld van een slechte SD’er; anderen omschreven hem als iemand die niemand spaarde en er alles aan deed om zijn eigen hachje te redden. 

Bij het naderen van de Canadezen in april 1945 verdedigden de SD’ers verdedigden het Scholtenhuis fel tegen de oprukkende Canadese bevrijders van Groningen, maar op 15 april 1945 vlucchtte het hele gezelschap, inclusief de Nederlandse  collaborateurs via Zoutkamp naar Schiermon-nikoog. De commandant van het Duitse marinedetache-ment was niet blij met hun komst en bracht ze onder op geruime afstand van het dorp, in de Eendenkooi, waar ze zich in primitieve onderkomens moesten zien te redden. Zes weken later werd de hele groep teruggebracht naar Zoutkamp en vandaar naar het huis van bewaring in Groningen. Lehnhoff verloor na zijn arrestatie snel zijn waardigheid. Hij gaf aan zijn ondervragers grif alle namen van zijn informanten door. Op 16 en 17 mei 1949 werd de strafzaak tegen Lehnhof behandeld door de tweede kamer Groningen van het Bijzonder Gerechtshof te Leeuwarden. Het proces zou onder grote belangstelling van de pers en de bevolking plaatsvinden. Gedurende twee dagen werden vele getuigen gehoord. Lehnhof probeerde zijn wreedheden in de schoenen te schuiven van zijn chef Haase. Maar meerdere getuigen en ook SD’ers verklaarden echter dat Lehnhof bewust zijn meerdere buiten acties gehouden had, zodat hij zelf op de achtergrond de touwtjes in handen kon houden. De advocaat-fiscaal eiste de doodstraf, die door het Gerechtshof op 30 mei 1949 tegen Lehnhof werd uitgesproken. Tijdens zijn verblijf in de cel van mei 1945 tot juli 1950 beklaagde Lehnhof zich continu over de omstandigheden van zijn gevangenschap. Zo mocht hij het eerste jaar niet corresponderen met zijn vrouw en klaagde hij regelmatig over het eten en zijn stinkende cel. Op 21 maart 1950 werd het doodvonnis bekrachtigd door de Bijzondere Raad van Cassatie. Op 25 juli 1950 wees Koningin Juliana zijn gratieverzoek af en twee dagen later werd Lehnhof om kwart over vier in de ochtend gefusilleerd op de schietbaan van de voormalige kazerne, gelegen naast de RK-begraafplaats aan de Hereweg. Vlak voor zijn dood zei hij: ‘Mach es schnell, Jedenfalls tut es weniger Weh als Beim Zahnartzt’. Zijn aansluitende laatste woorden waren :’Schweinhunde”. Direct na zijn executie werd hij ongekist begraven op de naastgelegen begraafplaats.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: