DE BEVRIJDING VAN NEDERLAND EN BELGIË 5

8 mei 1945, Reims

Op 4 mei 1945 tekende Von Friedeburg dus ten overstaan van Montgomery de overgave van de Duitse strijdkrachten in Noord-Duitsland, Nederland, Denemarken en Noorwegen (zie: Bevrijding van Nederland en België 1), die op 5 mei 1945 zou ingaan en waarvoor nog wat practische uitwerkingen moesten worden afgeproken tussen beide partijen (zie: Bevrijding van Nederland en België 2). Daarna zijn er echter nog genoeg gebieden waar de Duitsers nog steeds niet hebben gecapituleerd.

Direct na de ondertekening op 4 mei werd de Duitse delegatie van de Lüneburger Heide overgebracht naar het geallieerde hoofdkwartier in de Franse stad Reims, waar de besprekingen begonnen over een algemene capitulatie. Kolonel-generaal Alfred Jodl voegde zich een dag later bij de Duitse delegatie in een ultieme poging om enkel voor de westerse mogendheden te capituleren. Toen dat niet lukte en de geallieerden dreigden alle Duitsers tegen te houden die voor de Russen op de vlucht waren, gaf Dönitz via de radio toestemming om de geallieerde eis in te willigen. In de vroege ochtend van 7 mei 1945 ondertekende Jodl in Reims een akkoord over de onvoorwaardelijke overgave van alle Duitse strijdkrachten, die de dag daarop zou ingaan. Voor België geldt sindsdien 8 mei 1945 als de dag van bevrijding. België werd vooral bevrijd door het Tweede Britse Leger en het Eerste Amerikaanse Leger, bijgestaan door Britse, Amerikaanse, Canadese en Poolse legeronderdelen, plus de Belgische troepen van de Brigade Piron. België werd hoofdzakelijk bezet door het 15de Duitse Leger, dat zich in versneld tempo terugtrok en slechts één strategisch doel overhield: het blokkeren van de Westerschelde en de toegang tot de haven van Antwerpen.

De bevrijding van België in 1944 verliep chronologisch als volgt: Op 2 september bereikten de geallieerden de Belgische zuidergrens in de provincie Henegouwen en bevrijde Bergen en Doornik. Op 3 september staan de troepen aan voor Brussel en ’s middags reden de eerste pantserwagens over de Tervurenlaan de stad binnen. Dezelfde dag werden ook Aat, La Louvière, Ronse en Aalst ingenomen. Op 4 september trokken de geallieerde troepen in een overwinningsparade door de Belgische hoofdstad, met vooraan de Belgen van de Brigade Piron. Op dezelfde dag werden Antwerpen, Leuven, Mechelen, Lier en Kortrijk bevrijd. Ook werd het concentratiekamp Breendonk bevrijd en onmiddellijk in gebruik genomen als interneringscentrum voor opgepakte collaborateurs. Op 6 september werden Luik en Ieper werden bevrijd; de dag daarop konden Verviers en de provincie Luxemburg hun bevrijding vieren. Op 8 september staken de Britse en Amerikaanse troepen het Albertkanaal over en werden de steden Roeselare, Hooglede, Tielt, Ruiselede en Aalter op de Duitsers heroverd. Op 9 september werd de haven van Zeebrugge tot aan de zeesluizen door de geallieerden ingenomen, maar ze slagen er niet in het laatste hoekje van Noordwest Vlaanderen in te nemen. De Duitsers verdedigen met alle macht dat gedeeltelijk waarmee ze controle houden over de Schelde en dus de toegang tot de gaven van Antwerpen. Daarna werd in sneltreinvaart de rest van West-België verder bevrijd. Eerst werd op 11 september de legerbasis van Leopoldsburg (met 900 gevangenen) bevrijd (de daarop nog gevolgd door een ernstige oorlogsmisdaad van wegtrekkende SS’ers, de zgn. Fusillade van Leopoldsburg) en daarna Brugge (12 september) en Gent (13 september). Vervolgens is op 24 september Turnhout voorlopig de laatste stad die feest maag vieren. Vanaf die dag staan de legers even stil, zodat een hoekje in Noordwest België een maandje op de definitieve bevrijding moet wachten. Tot slot werden Knokke en Westkapelle (1 november), Heist en Ramskapelle (2 november), Knokke (3 novem-ber) en Zeebrugge-Dorp (7 november) veroverd, waardoor het hele Belgische grondgebied bevrijd was.

V-2 aanslag op 24 november 1944 te Antwerpen

Begin november is het hele land bevrijd, reden voor grote feestvreugde was er niet. Antwerpen (tot 29 maart 1945) en Luik (tot 8 april) lagen op afstand onder vuur liggen van de Duitse raketwapens V-1 en V-2. In Antwerpen vielen in de periode van 7 oktober 1944 tot en met 30 maart 1945 2.448 V1’s met vele duizenden slachtoffers tot gevolg. De beruchtste aanval was op 16 december 1944 (de eerste dag van het Ardennenoffensief), toen om 15:17 uur vanuit het Nederlandse Hellendoorn een V2-raket afgevuurd. De raket belandde vijf minuten later op het dak van Cinema Rex, tijdens een voorstelling van The Plainsman, een Amerikaanse western over Buffalo Bill. Op dat moment waren naar schatting een duizend personen aanwezig in de bioscoop. De ontploffing doodde 567 personen, onder wie 296 geallieerde militairen (voornamelijk Britten), zeker 64 vrouwen en 74 kinderen. Elf gebouwen in de omgeving werden totaal verwoest. Men had bijna een week nodig om alle lichamen uit het puin te halen. Het gaat om de dodelijkste enkelvoudige bominslag tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door het Ardennenoffensief was er in december 1944 – januari 1945 een kortstondige tweede en gedeeltelijke bezetting, ook met veel dodelijk geweld. Eind januari 1945 was het Belgische grondgebied definitief en volledig bevrijd, maar het oorlogsgeweld bleef dus tot begin april duren.

De Sovjet-Unie maakte bezwaar tegen enkele bepalingen van de overeenkomst van 7 mei te Reims. Daarom werd in de nacht van 8 op 9 mei 1945, met aanwezigheid van de Amerikanen, Britten en Fransen, in het hoofdkwartier van generaal Georgi Zjoekov in Berlijn een nieuw capitulatiedocument ondertekend door generaal-veldmaarschalk Keitel (Opperbevel), kolonel-generaal Stumpff (Luftwaffe) en admiraal Von Friedeburg. Het echte moment van de bevrijding in Europa komt dus pas op 9 mei 1945, als de laatste acte van de algehele capitulatie is ondertekend.

Dit item was geplaatst door Muis.
<span>%d</span> bloggers liken dit: