DE BEVRIJDING VAN NEDERLAND EN BELGIË 6

8 mei 1945, Den Haag

De Prinses Irene Brigade, die in Nederland eerder al had deelgenomen aan Operatie Market Garden, betrokken was geweest bij zware gevechten in Zeeland en Hedel (Noord-Brabant) en op 25 oktober 1944had meegeholpen Tilburg te heroveren, was begin mei 1945 naar Wageningen vertrokken. Daar kreeg daar de opdracht om als eerste geallieerde eenheid Den Haag binnen te trekken. Op de weg daarnaar toe werd eerst Woerden op 7 mei bevrijd.

Op 8 mei 1945 trok de brigade Den Haag binnen. De stad had aan het eind van de oorlog flink geleden. Op 11 oktober 1944 was de gastoevoer in Den Haag gestopt en op 20 november hield ook de elektriciteitslevering op. Het majo-kachteltje, een zelfgemaakt allesbrandertje, werd bij de meeste Hagenaars het kooktoestel en de enige verwarming. In de winter 1944-1945 leidde de enorme brandstofschaarste ertoe dat een ware jacht begin op alles wat maar brandbaar was. Verkleumde Hagenaars roofden alle Haagse parken en plantsoenen. In het Haagse Bos en de Scheveningse Bosjes kapten mannen, vrouwen en kinderen illegaal bomen om te dienen als brandhout in de kachels. Leegstaande huizen in het voor de Atlantikwall geëvacueerde deel van de stad werden voor het hout gesloopt. Ongeveer 6.000 huizen werden onttakeld, waarvan zo’n 1.700 onherstelbaar. Vanwege de hongersnood en kou stierven alleen al in 1945 ongeveer 2100 mensen. Bij de lanceringen van V-2’s vanuit Den Haag op Londen ging vaak wat mis waardoor de afgevuurde raketten met hun vernietigende lading neerkwamen op Haagse woonwijken. Het gevolg was dat er vele doden te betreuren waren en veel huizen ernstige schade opliepen. In totaal waren vanaf Den Haag 1039 lanceringen, waarvan 87 mislukten. De geallieerden probeerden via precisiebombardementen de lanceringen te stoppen, maar die waren minder precies dan beoogd. Op 3 maart 1945 ging het helemaal mis, toen Engelse bommenwerpers het Bezuidenhout en het Korte Voorhout raakte. In totaal werd 67.000 kilo aan brisantbommen uitgeworpen boven de Haagse wijk. Meer dan 500 mensen werden gedood, ruim 250 mensen raakten zwaargewond. Duizenden mensen werden dakloos en velen huizen, winkels, bedrijven, scholen en kerkgebouwen lagen in puin.

De Duitse capitulatie op zaterdag 5 mei 1945 was voor de Hagenaars nog lang geen bevrijdingsdag. Op die dag gingen de eerste Hagenaars al voorzichtig de straat op, versierd met oranje en rood-wit-blauw, om dit fantastische nieuws te vieren. Bij paleis Noordeinde was het al gauw een drukte van belang en werd het Wilhelmus gezongen. Toch stuurde de politie de mensen naar huis, omdat het bericht van de bevrijding nog niet officieel was bevestigd en ook waren de bevrijders nog niet in de stad. De Duitse politie en militairen bleven gewapend patrouilleren, omdat ze voor orde en rust moesten zorgen en maakten daardoor op het publiek niet de indruk dat zij zich hadden overgegeven. Het was daardoor wachten op de eerste geallieerde troepen. Ondertussen werd er geplunderd in NSB-gebouwen. Pas zondag 6 mei 1945 werd het voor de Hagenaars een beetje bevrijdingsdag. Tijdens kerkdiensten werd een boodschap van de in Den Haag teruggekeerde burgemeester Salomon De Monchy voorgelezen, waarin hij aankondigde om twaalf uur bij het stadhuis een bevrijdingstoespraak te houden. De Monchy (Rotterdam, 9 maart 1880 – ‘s-Gravenhage, 26 juni 1961) was een van de eerste burgemeesters die door de Duitse bezetter uit zijn ambt werd gezet. Per 1 juli 1940 kreeg hij zijn congé, waarna de hevig verontwaardigde De Monchy zich geheel uit de stad terugtrok en zich ook niet bemeoide met het verzet. Na vijf jaar ambteloos door het leven te zijn gegaan, keerde hij in mei 1945 spoorslags terug naar Den Haag om de touwtjes weer in handen te nemen. Hij zou dat doen tot 31 december 1946 toen hij aftrad. Hij bleef nog wel vier jaar Statenlid voor de VVD.

Om 12.00 uur wapperde de Nederlandse driekleur vanaf de toren van de Grote of St.Jacobskerk. Een grote menigte had zich op de Dagelijkse Groenmarkt verzameld om de bevrijdingsproclamatie te horen. Het leek erop dat de stad echt bevrijd was, maar nog steeds waren er volop Duitsers in de stad aanwezig. Dat gold vooral voor het Plein en omgeving, het voormalige bolwerk van de Duitse macht, dat nog steeds was afgezet met versperringen waarachter gewapende Duitsers, zich hadden opgesteld. Gelukkig passief, maar angstig bleef het.

Op maandag 7 mei 1945 kwamen de eerste kleine Canadezen eenheden in de stad, maar ze reden slechts met hun gevechtswagens naar het Plein, maar lieten de Duitsers die er gebouwen aan het ontruimen waren ongemoeid. Pas op 8 mei 1945 werd de stad echt vrij. “s Middags verschenen er opnieuw kleine detachementen Canadezen, die allereerst samen met de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) de afgesloten delen in het centrum (Plein en Binnenhof) vrijmaakten waarna om 18.15 uur eindelijk kon worden begonnen aan de officiële intocht van de geallieerden. Op kop liepen de in het First Canadian Corps opgenomen eenheden van de Koninklijke Nederlandse Brigade ‘Prinses Irene’. Er werd massaal feest gevierd en dat ging door tot in juni, meestal in de vorm van straatfeesten en optochten. Op 6 juli 1945 kwam koningin Wilhelmina in triomf terug naar Den Haag.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: