DE BEVRIJDING VAN NEDERLAND EN BELGIË 13

3 juni 1945 – Ameland

Binnen een paar uur nadat de Duitse troepen in 1940 op Ameland kwamen hadden ze het eiland onder controle. Wel moesten in juli-augustus ongeveer zestig lijken worden geborgen ddie op het Noordzeestrand waren aangespoeld, slachtoffers van de strijd tussen Duitsers en Britten bij Dunkerken. Op Ameland probeerden men ook zoveel mogelijk de identiteit van de kijken te achterhalen. Er bleek onder meer een Nederlandse 2e luitenant bij te zijn. In de daarop volgende periode werden door de Wehrmacht een paar bunkers aangelegd die deel uitmaakte van hun Atlantikwall. Langs de kust verscheen prikkeldraad, bunkers, radarposten, kust- en luchtafweerbatterijen. Dat werken aan de Atlantikwall had voor de eilanders het voordeel dat ze niet werden opgeroepen voor tewerkstelling in Duitsland. De lichte bunkers aan de kust waren hoofdzakelijk schuilplaatsen en bergplaatsen. De bunkers ten zuidwesten van Hollum dienden als kustbescherming voor de verdediging van het Borndiep, ook wel het Amelander Gat genoemd, die de Noordzee met de Waddenzee verbond. Zowel de Duitsers als de geallieerden kenden Ameland weinig strategische waarde toe. De Duitse militaire hadden een zeer rustige oorlogsvoering en ook voor de Amelanders ging eigenlijk het gewone leven verder. In de beginjaren van de oorlog waren wel vier Amelanders omgekomen doordat hun schepen, die deel uitmaakte van geallieerde konvooien, door Duitse onderzeeërs werden getorpedeerd.

Op het eiland verliep de oorlog in een betrekkelijke rust. Het was dan ook gedaan met het toerisme op Ameland. Wel werden er soms kinderen uit de grote steden op het eiland ondergebracht. Diverse instanties en particulieren organiseerden kindertransporten vanuit het westen naar Groningen en Friesland gingen. Op Ameland vonden tal van kinderen uit het westen een plekje; ook doken er Joodse kinderen onder bij eilander-gezinnen. Ook was zo’n onderduikadres voor een aantal volwassenen hun redding tijdens de oorlog. Op 7 mei 1941 werd onder meer het verblijf van niet-eilanders op Ameland verboden. Een jaar later, op 1 juli 1942, werd Johan Bolomeij (Gorinchem, 31 maart 1877 – Haarlem, 24 november 1954) ontslagen en op 1 augustus 1942 vervangen door de NSB’er Bouk Bakker, die tot het eind van de oorlog de eerste burger van Ameland zou blijven. Bolomeij  was hier burgemeester van 1906 tot 1942 en onder zijn leiding veranderde het eiland van een sterk geïsoleerde gemeenschap in een eiland met veel toeristische activiteit. Hij en zijn vrouw zijn begraven op de algemene begraafplaats te Nes. Bouk Bakker was een pensionhouder uit Texel, die met vrouw en gezin naar Ameland was verhuisd om het burgemeesterschap op zich te nemen. Bakker was bij zijn komst de eerste aanhanger van de NSB op het eiland; later sloot zich een tweede man aan bij de partij. De eilanders oordeelden later mild over Bakker, ook diegenen die bij het verzet waren aangesloten, omdat hij er steeds goed in slaagden zoveel mogelijk mannen vrij te krijgen van de Arbeitseinsatz en voor het eiland te behouden. Veel Amelanders leefden ondanks de overheersende aanwezigheid van de Duitsers op ongedwongen voet met de Duitse soldaten. De soldaten die op Ameland zaten waren over het algemeen wat ouder en gematigder. Dat gold niet voor iedereen, want toen een van de kinderen aan een soldaat vroeg of hij ooit zijn wapen zou gebruiken, antwoordde die: ‘Als de Führer het wil, schiet ik zelfs mijn eigen vrouw dood’. Maar dat was een uitzondering.Met Sint-Maarten deelden de soldaten aan kinderen snoepjes uit en een van de soldaten knipten gratis het haar van de eilanderkinderen. Op Ameland woonden geen Joden, dus er werd niemand gedeporteerd en ook bijna alle mannen konden gewoon op het eiland blijven werken. Kortom, de onderlinge omgang was prima. De gemoedelijke soldaten gingen met respect met de bevolking om.

Voor zover bekend heeft de batterij van Hollum nooit een geallieerd vliegtuig neergeschoten. Wel heeft ooit een Amerikaanse bomenwerper, op de weg terug van Duitsland, op Ameland een niet erg goed gelukte noodlanding moeten maken en op 4 april 1943 moest een Duitse Nachtjager op het strand een noodlanding maken. Waarna al weer snel de rust terugkeerde. De batterij zelf is wel door geallieerde vliegtuigen beschoten, maar er is niks bekend over mogelijke slachtoffers die daarbij zouden zijn gevallen. De echte bevrijding op Ameland kwam op 3 juni 1945. Toen zaten er ongeveer 600 Duitse soldaten op Ameland, die al vanaf 5 mei zaten te wachten tot ze konden worden ingescheept. De volle maand mei zuchtte Ameland nog onder het juk van zwaarbewapende Duitsers. De situatie op het eiland stond op scherp: de Duitsers waren geagiteerd, namen met moeite afscheid van hun macht en spoelden hun frustratie en heimwee weg met alcohol. Het was voor de Amelanders nog oppassen, die laatste dagen van het verblijf van de Duitse militairen. De duinen en het strand gaven ze nog steeds niet vrij. Mijnenvelden maken betreden van de duinen levensgevaarlijk. De spertijd bleef gehandhaafd. Ook riepen ze om het minste of geringste ‘Ausweis bitte!’ Op 4 op 5 mei werden bij beschietingen vanaf de vaste wal vier Duitse militairen gedood. Het maakte de Duitsers nog gespannener. Tot echte confrontaties kwam het niet, vervelend was het wel. Ameland mocht van geluk spreken dat er toen geen represailles tegen de Amelanders werden genomen. De gewapende Duitsers bleven nog wekenlang het straatbeeld bepalen. Ze verlieten steeds meer hun posten aan de zuidkust van het eiland; de meesten bivakkeerden in de bunkers of in gebouw Excelsior bij Nes. Op zondag 3 juni 1945 was het eindelijk zover. De Duitsers konden zich eindelijk overgeven aan twee Engelse en drie Canadese militairen en werden op twee beurtschepen ingescheept om naar het vasteland te worden gebracht. Kapitein Teun Matroos nam op de terugreis de nieuwe burgemeester Roel Walda en diens gezin mee naar het eiland. Ameland weer van de eilanders en dat werd op gepaste wijze gevierd.
.

Dit item was geplaatst door Muis.
<span>%d</span> bloggers liken dit: