KAREL DERKZEN VAN ANGEREN (61)

Karel Hendrik Derkzen van Angeren (Hof van Delft, 2 februari 1903 – Keulen, 25 november 1943) was de zoon van Antoon Derkzen van Angeren (Delft, 21 april 1878 – Bedford (Canada), 14 juni 1961), een Nederlands etser, graficus, kunstschilder en van 1917 tot 1943 docent aan Academie voor Beeldende Kunsten te Rotterdam. Hij wordt gezien als grondlegger en nestor van de Rotterdamse grafiek. In 1952 emigreerde hij met zijn vrouw naar Canada. Toen de oorlog uitbrak was Karel Derkzen van Angeren de procuratiehouder bij Quick Dispatch in Antwerpen, een bedrijf dat was gespecialiseerd in de overslag van bulkgoederen. Het bedrijf was eigendom van Henk van Dulken en zijn zoon Frans, die met Anna Maria Swarttouw was getrouwd. Henk van Dulken was in Antwerpen ook de voorzitter van de Nederlandsche Vereeniging. Een latere telg van de Swarttouw-dynastie was Frans Swarttouw (Den Haag, 15 december 1932 – Amsterdam, 3 februari 1997) die eind twintigste eeuw probeerde vliegtuigbouwer Fokker van de ondergang te redden en voor de Rotterdamse havens de overgang naar containervervoer stimuleerde.

Tijdens de meidagen van 1940 stelde Derkzen van Angeren zich met zijn auto ter beschikking van de Koninklijke Landmacht.
In december 1941 werd Derkzen door C.L. Kist gerekruteerd om inlichtingen in te winnen over Duitse vliegvelden en munitiedepots. Dat was binnen het spionagenetwerk van majoor J. de Mascureau, die onder de schuilnaam Roger le Saule opereerde. Die was in 1939-1940 de Franse militair attaché in Den Haag geweest en had toen Jan Somer (Assen 22 oktober 1899 – Bussum, 3 april 1979) leren kennen, een Nederlands militair die eerst bij de KNIL in Nederlands-Indië had gediend en vanaf 1928 als leraar was verbonden aan de KMA in Breda. Na 10 mei 1940 ging hij direct in het verzet en wist veel oud-leerlingen van de KMA te werven voor koeriersdiensten naar Zwitserland en Spanje. Veel van hen zijn hierbij omgekomen. In maart 1942 moest hij uitwijken, bereikte via de Van Niftrik-route Zwitserland en daarna via flinke omwegen (Suriname, Curaçao en Verenigde Staten) kwam hij in januari 1943 in Londen aan. Daar ging hij werken bij het Bureau Inlichtingen en werd belast met de opleiding van agenten en het contact met het bezette Nederland. Later onderzocht hij waarom zoveel in Nederland geparachuteerde agenten in handen van de Duitsers vielen (het Englandspiel). Via deze Somer kwam Derkzen van Angeren in dit spionagenetwerk terecht en voerde hiervoor diverse opdrachten uit, onder meer het in stand houden van de Van Niftriklijn, waarmee ook het contact met Le Saule in stand werd gehouden. Deze lijn begin in Putte aan de Belgisch-Nederlandse grens in het huis van de fabrikant J.G. van Niftrik en liep via de familie Van Dulken in Antwerpen en Brussel naar Zwitserland en Zuid-Frankrijk. Via de Van Niftrik-ontsnappingsroute konden Engelandvaarders, geallieerde piloten, Joden en spionagemateriaal Groot-Brittannië bereiken.

Voor zijn werk voor deze route trok Derkzen van Angeren enkele mannen aan, waaronder zijn voormalige Nederlandse buurman Petrus-J. Clemens, die bij Bell Telephone werkte en op zijn beurt ook een paar collegae aantrok. Zo vormde zich de ‘Antwerpse Groep’, die rapporteerde aan Charles Schepens (Moeskroen, 13 maart 1912 – Nahant, Massachusetts, 28 maart 2006), een arts die aan de Haachtse Steenweg woonde. Schepens nam bij het uitbreken van de oorlog vrijwillig dienst als medisch officier bij de Belgische luchtmacht en ging na de capitulatie in het verzet. Zijn dokterspraktijk deed dienst als onderduikadres en als ‘postkantoor’ voor het versturen van geheime informatie. In 1942 moest hij eerst onderduiken in Parijs; weer wat later vertrok hij naar Zuid-Frankrijk. Hij sloot zich aan bij het verzet in Vichy en kocht in het Pyreneeëndorpje Mendive een houtzagerij als ideale dekmantel voor een ontsnappingsroute via een kilometerslange kabelbaan naar Spanje. Hij wist zo minstens honderd mensen te redden. Nadat de route was verraden moest hij en zijn gezin uitwijken naar Engeland. Na de oorlog emigreerde hij naar de Verenigde Staten, waar hij naam maakte als oogchirurg en geldt als de grondlegger van de moderne oogchirurgie.

Op 9 januari 1942 werden Louis Kist en zijn reisgenoot G. Vinkensteyn in de trein op weg naar Nancy, maar nog voor de Belgisch-Franse grens, aangehouden en overgebracht naar de gevangenis van Sint-Gillis. Kist zou later worden overgebracht naar Nederland en op 24 juni 1943 op de Leusderheide worden terechtgesteld. Derkzen van Angeren en Gijs de Jong, een vriend van Kist en diens opvolger als koerier, probeerde uit te zoeken of de arrestatie een toevalstreffer van de Duitsers was of dat misschien sprake was van verraad, maar zij en ook Charles Schepers die ze hiervoor inschakelde konden daarover zekerheid krijgen. Algemeen wordt aangenomen dat sprake moet zijn geweest van verraad door Jules Renuart, die sinds 1942 koerier voor de Franse Inlichtingendienst was geweest maar na zijn arrestatie Abwehr-agent werd.

Toen Somer in maart 1942 vluchtte had hij eerst op 14 maart 1942 een overleg met Derkzen van Angeren in de woning van de familie Van Dulken. Hij gaf Derkzen van Angeren toen de opdracht zijn werkzaamheden voort te zetten. De al genoemde Jules Renuart lijkt ook verantwoordelijk te zijn geweest voor de arrestatie op 13 en 14 april 1942 van vader en zoon Van Dulken en van Karel Derkzen van Angeren in Antwerpen. Op 14 april werden in Brussel door toedoen van Renuart vier aanhoudingen gedaan: Emile Fronville, Roger Lambrechts en het echtpaar Van Haute. Deze arrestaties waren voor Schepens het sein naar Parijs te vertrekken. Vader en zoon Van Dulken zouden in een Duits concentratiekamp worden vermoord. Derkzen van Angeren moest op 24 en 25 september 1943 voor het Volksgerichtshof in Keulen verschijnen. Het proces werd voorgezeten door dr. W. Crohne, een beruchte nazi-rechter die in februari 1945 de leiding van de gerechtshoven zou overnemen toen de nog beruchtere Roland Freisler bij een bombardement op Berlijn om het leven kwam. Op 26 april 1945 zouden Crohne en zijn gezin gezamenlijk zelfmoord plegen. In een kort proces waarvan de uitslag op voorhand al bekend stond werd Derkzen van Angeren tot de doodstraf veroordeeld. Met hem stonden de Belgen Josse Flasschoen, François Flasschoen, Armand van Haute, Frans Poot, Emile Fronville en Roger Lambrechts terecht en kregen dezelfde straf. Op 25 november 1943 werd Derkzen van Angeren in de Klingelpützgevangenis in Keulen onthoofd.

Karel Derkzen van Angeren werd begraven op het Westfriedhof in Keulen. Op 6 mei 1946 werd hij herbegraven in het erepark op de gemeentelijke begraafplaats Mortsel Dorp bij Antwerpen. Bij Koninklijk Besluit van 22 oktober 1944 werd hij onderscheiden met het Verzetskruis 1940-45.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: