006 – HUIS TE MILLINGEN,JUNI-JULI 1672

In 1672 ligt de splitsing van Rijn en Waal oostelijker, bij Fort Schenkenschans in de omgeving van Lobith. Het dorp Millingen ligt op een ruim aantal kilometer na de splitsing. Er bevinden zich bij het dorp twee kastelen, het Huis te Millingen en het Huis te Zeeland. Beide huizen hebben veel te kampen met overstromingen en met de strijd tussen Gelre en Kleef om dit grensgebied. Zo werd het Huis te Millingen in 1499 door de Kleefsen verwoest, maar in 1510 werd het toch weer herbouwd. Op een kaart van de cartograaf Isaac van Geelkercken uit 1638 werd het Huis te Millingen weergegeven in de uiterwaarden van de Waal, omgrensd door een gracht. Het huis moet bij benadering ten noordwesten van het huidige dorp hebben gelegen, buitendijks en op de splitsing van de Rijndijk en Loswal.

In juni of juli 1672 werd het Huis te Millingen, door de Fransen grotendeels vernield, één van de vele kastelen die ze in de Gelderse regio vernielden in hun streven slechts natuurlijke grenzen te hebben. De veel voorkomende overstromingen in het gebied zorgden ervoor dat steeds restanten van de ruïne door het water verdwenen. Tot 1768 stonden in het landshap nog enkele muren overeind, die vagelijk herinnerde aan de voorbije glorie. In 1930 werden die laatste restanten van de voorburcht echter afgebroken en werd in het kader van de onvermijdelijke vooruitgang het terrein afgegraven en geëgaliseerd. De afgegraven grond werd gebruikt om de laatste grenzen van de burcht, de grachten, te dempen. Over de gebeurtenissen in juni-juli 1672 zijn geen details bekend. Het meest logisch lijkt dat ze langs Millingen kwamen op weg naar Nijmegen, dat eerst vanuit het net veroverde Fort Knotsenburg werd belegerd en toen dat niet tot het gewenste resultaat leidde vanaf 2 juli 1672 vanaf de zuidelijke oever van de Waal werd belegerd.

kaart Lobith in 1672

1= Schenkenschans ; 2= Rijnoversteek, 12 juni 1672 ; 3= Pannerdensch Kanaal, 1707

Over het Huis te Millingen kwam ik slechts de volgende korte tekst tegen van A.G. Schulte: ‘Ten noordwesten van de kerk heeft het oude Huis te Millingen gestaan, waarvan geen overblijfselen meer resten. Op de kaart van Millingen vervaardigd door Isaac van Geelkercken in 1638 (R.A.G. Alg. kaartenverzameling nr. 75) is het kasteel duidelijk weergegeven. Jeurissen vermeldt, dat hem omstreeks 1930 verslag is gedaan over het afgraven van de voorburcht. Met de vrijkomende grond werden de grachten gedempt. Het huis, destijds bewoond door Frans de Ward, was het enige overblijfsel van die voorburcht. De heerlijkheid Millingen werd door huwelijk van Willem van den Bergh met Sophia, erfdochter van Bylandt, in 1348 toegevoegd aan de bezittingen van het huis Bergh. De ambtman van Bylandt vertegenwoordigde de heer in Millingen en koos daar sedert het verdwijnen van het slot Bylandt zijn vaste woonplaats. De administratie was tot 1611 in handen van de rentmeester. Van 1611 tot 1644 en van 1800 tot 1823 werd een afzonderlijk rentambt gevormd. De heerlijkheid was leenroerig aan het hertogdom Kleef, waarvan het een afsplitsing was. In 1365 was de heerlijkheid voor het eerst zelfstandig, later is deze met het graafschap Bergh verenigd. Het huis werd door Willem van den Bergh en Sophia van Bylandt in achterleen uitgegeven in de periode 1355-1417 en was leenroerig aan de heerlijkheid Ooij. Daarna is de leenband door de heer van Ooij afgekocht. In 1470 kwam het huis weer aan de heer Van den Bergh en werd het voortaan de woonplaats van de ambtman. In het leenregister wordt het huis in 1355 omschreven als ‘Dat huys to Millingen, buytendykes in den Waal, myt aller toebehoir…’. In 1499 werd het door de Kleefsen verwoest en pas in 1510 herbouwd. Over de geschiedenis van het huis is weinig bekend. In 1794 werden de goederen onder Millingen gesequestreerd. In 1813 volgde publieke verkoop voor rekening van de Caisse d’Amortissement van deze goederen en van de andere ten zuiden en ten westen van de Rijn gelegen bezittingen van de Vorst van Hohenzollern Sigmaringen. In 1837 verkocht de Vorst van Hohenzollern, graaf Van den Bergh, de heerlijkheid aan de heer F.C. Colenbrander uit Zutphen. (Uit: A.G. Schulte, Het Rijk van Nijmegen. Oostelijk gedeelte en de Duffelt. Staatsuitgeverij, Den Haag / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist 1983, pag. 98-99).

huis-te-millingen

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: