MAURICE RAVEL

In de muziekserie die hier elke zaterdag verschijnt, is de periode1850-1945 een wat ondergeschoven kindje en daarbinnen is er amper aandacht voor klassieke muziek. Terwijl ik toch heus een behoorlijk omvangrijke collectie LP’s en CD’s klassieke muziek heb, waaronder zo ongeveer het complete oeuvre van Mozart (wat erg omvangrijk is), Ralph Vaughan Williams (ook niet bepaald gering) en van Maurice Ravel (dat weer juist zeer beperkt is). Die Ravel kennen de meesten alleen van zijn Bolero, wat terecht is want het is een meesterwerk. Maar daarnaast heeft de Franse componist nog andere meesterwerken afgeleverd. Er zijn zelfs recensenten die beweren dat eigenlijk het complete werk van Ravel uit meesterwerken bestaan. Een mening die ik wel kan volgen. Maurice Ravel (Ciboure, 7 maart 1875 – Parijs, 28 december 1937) was een Frans componist van Zwitsers-Baskische afkomst. Hij werd in 1889 toegelaten aan het Parijse conservatorium, maar hij maakte zijn pianistenopleiding niet af. Na zijn voortijdige vertrek van het conservatorium keerde hij er in 1897 terug om bij Gabriel Fauré compositielessen te volgen. Hij begon naam te maken als componist, aanvankelijk met pianomuziek en liederen en later ook met orkestmuziek. Tot zijn vroegere werken behoren de kleine opera L’Heure espagnole (1907) en de Rhapsodie espagnole voor orkest (1907/8), die beide Ravels voorliefde voor Spanje verraden, en de beroemde Pavane pour une infante défunte (1909). Voor de Ballets Russes van Sergej Diaghilev schreef Ravel in 1912 het grootschalig opgezette ballet Daphnis et Chloé. In 1913 leerde Ravel Igor Stravinsky kennen, met wie hij samen Moessorgski’s onvoltooide opera Chovansjtsjina bewerkte. Een van zijn mooiste werken is Ma Mère l’Oye, dat tussen 1908en 1910 werd geschreven als een reeks van vijf stukken voor piano-vierhandig. Het is grotendeels gebaseerd op de Sprookjes van Moeder de Gans, een verzameling volksverhalen en sprookjes van de Franse schrijver Charles Perrault (1628–1703). In 1910 zette hij de vierhandige stukken om voor solopiano en in 1911 orkestreerde Ravel het tot de ‘Suite de Concert en in 1912 naar een “Suite de Ballet’, met twee extra delen en interludes, als verbindende stukken tussen de diverse onderdelen. Vier verschillende versies van het werk, maar hier worden alleen de oorspronkelijke vierhandige piano-versie en de orkestrale versie uit 1910 gegeven van Ma Mère l’Oye.
.

.

.

 

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: