BERNARD AUBERTIN

Bernard Aubertin 1Bernard Aubertin (Fontenay-aux-Roses, 29 juli 1934 – Reutlingen, 31 augustus 2015) studeerde van 1955 tot 1957 schilderkunst in Parijs. In die periode maakte hij figuratieve kunst, vooral landschappen, stillevens en portretten, maar verdiepte hij zich ook in het kubisme en futurisme. In 1957 ontmoette hij Yves Klein (1928-1962), die al in 1946 zijn eerste Monochromes maakte, panelen in een uniforme zuivere kleur. Klein exposeerde in 1955 exposeerde in Parijs zijn Monochromes in de Galerie des Solitaires, een jaar later stelde hij zijn Propositions monochromes voor in de Galerie Colette Allendy. In de avantgardistische kunstkringen werd Klein al snel een bekende naam en vanaf 1957 had hij talloze tentoonstellingen in binnen- en buitenland met zijn ultramarijn blauw (IKB). In 1960 maakte hij zijn bekendste werk Le saut dans le vide, een spectaculaire duik in de onsterfelijkheid of eigenlijk in de leegte, zoals de iconische titel aangeeft. Geïnspireerd op de ultramarijne kunstwerken van Klein, ging Aubertin aan de slag met het maken van monochrome rode paneelschilderijen, waarin hij het beeldoppervlak structureerde met behulp van spatels, de achterkant van lepels, messen of vorken. In 1959 werden nog meer monochrome, rode structuurafbeeldingen gemaakt. Hij concentreerde zich op de kleur rood als een uitdrukking van vuur om ruimtes van kleur en licht te creëren.

Bernard Aubertin 2In 1960 van 1971 werkte Bernard Aubertin in vier fasen aan een serie roodmonochrome schilderijen met spijkers. In de eerste fase (1960-1962) maakte hij werken waarin de spijkers bijna geheel onder de rode verf verdwenen. In 1961 verliet Aubertin Parijs en sloot zich aan bij Heinz Mack, Otto Piene en Günther Uecker die aan de basis stonden van de nieuwe NUL-beweging vanuit Düsseldorf. Ook Piene werkte graag met schilderijen met spijkers en met vuur en is duidelijk een belangrijke inspirator voor hem geweest. Ook was hij bevriend met Piero Manzoni, prominent Italiaans lid van de beweging. In 1962 was hij een van de vertegenwoordigers op de expositie NUL in het Amsterdamse Stedelijk Museum. Het was de eerste tentoonstelling van zijn werken. Gedurende zijn lange carrière had hij een lange lijst van internationale exposities, waarvan ook de laatste weer plaatsvond in het Stedelijk Museum in Amsterdam in het jaar van zijn overlijden: ‘ZERO Laten we de sterren verkennen’ (2015). In de tweede fase (1962-1965) sloeg hij vanaf de achterkant lange stalen pinnen door het houten paneel, waarbij de door het hot doorgedrongen spijkerpunten en het versplinterde hout aan de voorkant werden bedekt met rode verf. De derde fase (1965-1967) bevatte zijn werk geometrisBernard Aubertin 3che, kristallijne of stervormige spijkerstructuren. De vierde en laatste fase (1967-1971) werden werken met spijkers bedekt met een fluorescerende kleur. In 1961 maakte hij ook zijn eerste brandschilderijen. Er werden bijvoorbeeld geometrisch seriële luciferreeksen op het werk aangebracht. Tussen 1962 en 1968 maakte hij zijn vuurfoto’s en vuurobjecten gemaakt. In 1965 verscheen ‘Je suis un réaliste’, een programmatisch statement van de kunstenaar over zijn werken.

In 1969 begon Aubertin te werken aan zijn lawineobjecten. Hij vulde doorzichtige plastic zakken met spijkers, water, afval, kleurpoeder of as en bevestigde ze aan een houten frame. De inhoud sijpelde vervolgens als een zandloper naar beneden. Aubertin gebruikte later alleen as uit verbrande boeken voor de vulling. Tegelijkertijd werkte de kunstenaar aan de verdere ontwikkeling van vuurafbeeldingen, monochrome rode afbeeldingen en nagelafbeeldingen op groot formaat. Toen hij in 1975 naar Brest verhuisde, begon hij met het maken van monochrome rode schilderijen die van ijzerdraad waren gemaakt. In 1983 begon hij met de ‘Serie dBernard Aubertin 5er Feuer-Zeichen’, rechthoekige, verbrande houten panelen met sporen van rode verf op de zwarte, verkoolde achtergrond. In 1984–1985 creëerde Aubertin een serie roodmonochrome spijkerschilderijen met splinters, vaak op grotere formaten, tot 100 x 100 cm.

In 1985 keerde hij terug naar Parijs en werkte daar aan schilderijen in zwarte en rode pastelkleuren in de serie ‘Glut’ en een jaar later aan de serie ‘Fumée rouge’ in monochrome rode pastelkleuren. In 1987 vervaardigde hij een roterende vuurschijf met een diameter van 60 cm. Daarnaast creëerde Aubertin monochrome rode afbeeldingen met vuurroosters, geperforeerde rood geschilderde dozen met schuine randen. Vanaf 1989 maakte hij zwarte ‘pyrografieschilderijen’, waarbij honderden lucifertjes met behulp van een steekvlam werden aangestoken op de definitieve vorm van het schilderij te creëren. Van 1988 tot 1993 begon Aubertin met de ‘Deuzième mur d’Allemagne’, 27 geperforeerde roodgeverfde aluminium panelen en 27 geperforeerde en gebrande houten panelen.

In 1991 verhuisde de kunstenaar naar Reutlingen, waar hij onverdroten verder ging met een grote serie roodmonochrome werken. Sommige werken bestonden uit meerdere dikke lagen van verschillende tinten rood, waarvan sommige dikke verflagen duidelijk buiten het doek uitstaken. Bernard Aubertin droeg zijn archief over aan de Stiftung für Konkrete Kunst in Reutlingen. Zijn werken bevinden zich in veel internationale musea.

Dit item was geplaatst door Muis.