Het Außenkommando Vechelde in Braunschweig, een dependance van het concentratiekamp Neuengamme, bestond van september 1944 tot februari 1945 in de voormalige jutespinnerij aan de Aue, tussen de Spiegelbergallee en de Spinnerstraße in Vechelde, die de Joodse koopman Julius Spiegelberg (1833-1897) hier in 1861 had gevestigd. Hij richtte het bedrijf, de eerste jutespinnerij op het Europese vasteland, op met Schotse experts en Engels kapitaal. Hij liet zijn werknemers opleiden door jutespinners uit het Schotse Dundee. Omdat de financiering niet uitsluitend via Duitse investeerders kon worden verkregen, wist Spiegelberg Engelse investeerders te overtuigen en richtte hij in 1866 met hen de British and Continental Jute and Flax Works Company Ltd. op, gevestigd in Londen en Braunschweig. Het bedrijf leunde echter zwaar op kinderarbeid en Spiegelberg verzette zich dan ook heftig tegen maatregelen eind negentiende eeuw om de kinderarbeid aan te pakken. Dat was uiteraard een hopeloze strijd. Vanwege een gebrek aan arbeidskrachten werd de spinnerij in 1926 gesloten en sindsdien stonden de werkplaatsen leeg. Aan de voormalige spinnerij herinnert slechts de toegangspoort, de ‘Jutepoort’, die tegenwoordig vooral een gedenkteken is voor de slachtoffers van het concentratiekamp Vechelde. (meer…)

.
Nijmegen, De Hoefkamp, een veldnaam die al in de 17e eeuw bekend was. Nu een buurt in de wijk in Neerbosch
© Frans van den Muijsenberg, april 2007.

.
Nijmegen, De Hoefkamp, een veldnaam die al in de 17e eeuw bekend was. Nu een buurt in de wijk in Neerbosch
© Frans van den Muijsenberg, april 2007.
Carla Drukker werd op 20 juni 1936 in Amsterdam geboren in de Marcusstraat 15-2, waar haar ouders die maand waren gaan wonen. Haar vader Maurits Drukker (Amsterdam, 10 juni 1907 – Amsterdam, 13 april 1986) was de zoon van de winkelier Simon Drukker (Amsterdam, 29 april 1877 – Auschwitz, 24 september 1942) en Roosje Drukker-Jacobs (Den Helder, 13 augustus 1876 – Auschwitz, 24 september 1942). Maurits Drukker had in de Marcusstraat een fotostudio. Hij maakte voor de oorlog de foto van Frieda van Hessen (Amsterdam, 1915), voor de oorlog een bekende operazangeres. Ze overleefde de oorlog in de onderduik, emigreerde na de oorlog naar de Verenigde Staten waar Frieda (Fietje) haar carrière met succes vervolgde en overleed op 106-jarige leeftijd. Maurits Drukker was op 6 maart 1930 getrouwd met Sophia Levit (Amsterdam, 20 oktober 1907 – Amsterdam, 20 januari 1981). Maurits komt voor in de militieregisters waar op 3 november 1926 wordt vastgesteld dat de 19-jarige persfotograaf Maurits Drukker vanwege ‘kniegebrek (breuk) ‘ definitief ongeschikt is voor militaire dienst. Op 22 oktober 1940 werd hij, nog steeds genoemd als persfotograaf, een keer op verzoek van de Nijmeegse politie samen met Abraham Blitz gearresteerd vanwege overtreding van de Distributiewet en enkele dagen vastgehouden. (meer…)

.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.

.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
De Gelderse Poort is een natuurgebied dat in Nederland en Duitsland ligt. Het ligt tussen Nijmegen, Kleve, Arnhem en Emmerik, langs de oevers van de Waal, het Bijlandsch Kanaal, het Pannerdens Kanaal, de Nederrijn en Rijn. De Gelderse Poort dankt haar naam naar de plek (de poort) waar de Rijn zich door een stuwwal werkte die tijdens de ijstijd was gevormd. Het is daarmee het beginpunt van de omvangrijke Rijndelta. De Gelderse Poort bevindt zich tussen de stuwwallen Montferland (met de Elterberg) en het Rijk van Nijmegen met het Reichswald, die vroeger met elkaar verbonden waren. Tot het moment van de doorbraak stroomde Rijn ten zuiden van de stuwwallen, ongeveer daar waar tegenwoordig het dal van de Niers is gelegen.
De Rijnstrangen maken onderdeel uit van het natuurgebied De Gelderse Poort, namelijk in het gebied waar de Rijn zich splitst in de Waal en het Pannerdens Kanaal. De strangen waren lang een gewoon onderdeel van de rivier en waren belangrijk voor de waterverdeling naar de verschillende Rijntakken. Vanaf omstreeks 1965 werden de Rijnstrangen van de rivier afgekoppeld. Het strangengebied ziet er nog wel uit als een riviergebied, maar zijn langzaam een binnendijks moerasgebied geworden dat gevoed wordt door kwelwater uit het Montferland. (meer…)

.
Nijmegen, St. Stevenskerk, gotische kooromgang met bijzondere straalkapellen, eeuwenoude muurschilderingen en predikantenborden.
© Frans van den Muijsenberg
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Natuurgebied De Geuzenwaard in de uiterwaarden van de Rijn bij Lobith, september 2012, © Frans van den Muijsenberg.

.
Nijmegen, St. Stevenskerk, gotische kooromgang met bijzondere straalkapellen, eeuwenoude muurschilderingen en predikantenborden.
© Frans van den Muijsenberg
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Natuurgebied De Geuzenwaard in de uiterwaarden van de Rijn bij Lobith, september 2012, © Frans van den Muijsenberg.

.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

.
Nijmegen, Kitty de Wijzeplaats, © Frans van den Muijsenberg, december 2007.

.
Nijmegen, Kitty de Wijzeplaats, © Frans van den Muijsenberg, december 2007.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Zicht op Elten (Duitsland) en haar Sint-Martinuskerk, september 2009, © Frans van den Muijsenberg.

.
Nijmegen, Kitty de Wijzeplaats, © Frans van den Muijsenberg, december 2007.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.
.
Zicht op Elten (Duitsland) en haar Sint-Vituskerk, september 2009, © Frans van den Muijsenberg.
De plaats waar in Nijmegen de Ganzenheuvel, Priemstraat, Nonnenstraat en Smidstraat samenkomen, is met een raadsbesluit van 29 maart 1995 omgedoopt in de Kitty de Wijzeplaats. Het is een van de kleinste openbare ruimten in Nijmegen. Op 4 mei 1995 werd hier een Joods monument geplaatst, een bronzen beeld van een treurende persoon van de beeldhouwer Paul de Swaaf. De Stichting Joods Gedenkteken had op 20 februari 1995 laten weten de plaats te willen vernoemen naar één persoon als eerbetoon aan meer dan vierhonderd Joodse Nijmegenaren die gedurende de oorlog waren gearresteerd en in de Duitse vernietigingskampen waren vermoord. De keuze daarvoor viel op Kitty de Wijze, een van de jongste Nijmegenaren die in Auschwitz werden vermoord. In het midden van de kruising ligt een rond perkje met het twee meter hoge beeld en een boom. Het perkje is omheind met een hek waar twee davidsterren op staan. Achter het beeld ligt een gedenksteen waarop de bekende laatste regels uit het gedicht Vrede van Leo Vroman staan: ‘Kom vanavond met verhalen; hoe de oorlog is verdwenen, en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen.’ In de buurt van de Kitty de Wijzeplaats, in de Nonnenstraat, ligt de oudste Nijmeegse synagoge. Kitty de Wijze vertegenwoordigd alle Joodse slachtoffers uit Nijmegen. In maart 1941 telde Nijmegen op een bevolking van bijna 100.000 personen 522 geregistreerde ‘voljoden’. Van hen overleefden 433 de Shoah niet. Op de Kitty de Wijzeplaats worden jaarlijks op 4 mei alle namen van Nijmegenaren opgelezen die in de kampen zijn vermoord. In 2014 werd de Kitty de Wijze Stichting in het leven geroepen met als doelstelling: het behoud van het pand van de voormalige synagoge aan de Nijmeegse Gerard Noodtstraat en het cultiveren van het joodse erfgoed in Nijmegen. Daartoe is ook het Kitty de Wijze Centrum opgericht. Na vier jaar werd de stichting echter opgeheven omdat men de plannen financieel niet rond kreeg. (meer…)
22 juni 2007 – Sauerland 4
De eerste dag in Sauerland was voorbijgevlogen. Begin van de middag waren we aangekomen, hadden eerst een wedstrijdje kersenpitspuwen gedaan, daarna snel ingeboekt en de kapel bij het hotel bekeken en vervolgens een kort bezoekje gebracht aan Olsberg en haar Pfarrkirche St. Nikolaus. Het werd tijd om terug te gaan naar Hotel Schinkenwirt, tijd voor een stevige maaltijd. We bleken echter nog net iets te vroeg te zijn voor het diner. De kok was blijkbaar nog maar net gearriveerd en inderdaad, het was nog opvallend rustig in het restaurant, terwijl we zeker wisten dat het hotel volgeboekt was. Dus zat er niets anders op dan eerst maar wat te drinken. In dit geval een glas rode wijn. Gudrun, de bediende die de rest van de week overal opdook, bij de receptie, bij het opmaken van de bedden en dus ook in het restaurant, kwam met haar gebruikelijke glimlach de bestelling opnemen. Het was trouwens een behoorlijk stevige tante, die Gudrun. Je hoorde haar van verre over de houten vloer aankomen. We hadden er daarom direct omgedoopt in ‘Gedreun’, wat we ook rustig tegen haar konden gebruiken. Ze bleef onverstoord mooi glimlachen en zal ongetwijfeld hebben gedacht dat ‘die blöde Holländer’ niet eens haar naam keurig konden uitspreken. Wist zij veel van ons binnenpretje. (meer…)
.
Gedicht ‘Kans’ van Openbaar Geheim, 14 november 2018, © Frans van den Muijsenberg

.
Huis Aerdt te Herwen, oktober 2015 © Frans van den Muijsenberg.

.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.
22 juni 2007 – Sauerland 3
Nadat we in Hotel Schinkenwirt waren ingecheckt, was er nog volop tijd om iets te ondernemen. Het was immers nog maar amper half drie. Om nu al direct in het hotel aan de bar te gaan hangen? Een uur op de slaapkamer gaan zitten kijken naar de klok tot het eindelijk tijd is om een hapje te gaan eten, is ook geen aanlokkende gedachte. Dus togen we snel naar Olsberg, een paar kilometer verderop. Op het oog een slaperig stadje, dat wat meeprofiteert van het toerisme verderop in het Sauerland. Nu werden we een beetje misleid doordat het mooie weer wat was omgeslagen. Stond bij het kersenpitspuwen eerder die middag het zonnetje nog lekker te schijnen, in de tussentijd was het echt weer geworden iets warmers aan te trekken. Het verklaarde ook dat er weinig volk op straat was. (meer…)



Rond 1300 werd op de locatie waar nu Huis Aerdt staat het middeleeuwse slot Ter Cluse gebouwd. Het was eigendom van Sophia van Bylant, vrouwe van kasteel Doornenburg en kasteel Doorwerth. Zij gaf het kasteel in leen aan de broers Ricolt en Gadert van Herwen, Door een huwelijk in 1348 kwamen de bezittingen van de familie Van Bylant terecht bij de leden van Huis Bergh en werd Willem van Rees leenman van het kasteel. Ter Cluse bleef tot 1474 in het bezit van de familie Van Rees, toen Johan van der Horst, een neef van de laatste Van Rees, het kasteel verwierf. Het was op dat moment geen Berghs leen meer, aangezien de Kleefse hertog een jaar eerder alle Bylantse goederen had veroverd. Het kasteel was daarna bijna anderhalve eeuw van de familie Van der Horst. Kort voor 1600 werd het kasteel verwoest door Spaanse troepen tijdens de Tachtigjarige Oorlog, maar daarna door de familie Van der Horst enigszins gerestaureerd. In 1646 verkocht Erasmus van der Horst het kasteel aan Walraven van Steenhuys, de landdrost van het graafschap Bergh. Die besloot het bestaande en waarschijnlijk in verval geraakte kasteel Ter Cluse te slopen en op de locatie een geheel nieuw kasteel te bouwen, Huis Aerdt. In 1657 was dat kasteel gereed. De katholieke Walraven van Steenhuys liet op de bovenverdieping een schuilkerk inrichten, de zogenoemde ‘Altaarkamer’. Het nieuwe kasteel was kleiner dan zijn voorganger, was rechthoekig en had een hoog schilddak. Een galerij verbond het huis met de toren en werd ook een koetshuis gebouwd. (meer…)

.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.
22 juni 2007 – Sauerland 2
Nadat het wedstrijdje kersenpitspuwen was afgelopen bleven we nog even op het bankje zitten. De ene zachtjes balend, de andere nagenietend. Iets minder stilzwijgend. Op een gegeven moment hadden we het landschap echter voldoende gezien. Het was mooi glooiend, met fel groen jong gras, een smal weggetje dat daar kronkelend en op- en afgaand doorheen liep en hier en daar wat bomen, maar na een kwartier vonden we dat we toch maar eens tijd richting hotel moesten gaan. Misschien was daar toch nog iets te beleven wat niet op de kaart stond? En inderdaad, want pakweg honderd meter verder op de Eisenberg na Hotel Schinkenwirt stond de Kapelle der Heilige Familie. Die ‘Hauskapelle’ werd er in 1996 gebouwd door de toenmalige eigenaren van Schinkenwirt, het echtpaar Karl en Anneliese Schmücker. Bij de deur stond een stichtelijke tekst voor de bezoekers: ‘Rasten muss der Mensch zuweilen. Nicht nu durch die Landschaft eilen; nach dem heulen der Motoren öffnen wieder Aug‘ und Ohren, sehen wieder Gottes Spur in die Schönheit der Natur, plaudern auch und scherzen -, zu vergessen Alltagsschmerzen. Wer Gottfrieden hat gefunden kann an Leib und Seel‘ gesunden. So meint es auch die Kapelle, die uns grüßt an diese Stelle‘. Dat kwam mooi uit, want dat waren we precies van plan, het een beetje rustig aan doen en genieten van de natuur. Onder anderen. (meer…)
Al in de dertiende eeuw stond er in Haaften, een dorp in de gemeente West Betuwe (Gelderland), het kasteel Goudenstein dat werd gebouwd door het geslacht (De Cocq) van Haeften. Na bijna drie eeuwen bezit verkocht de familie Goudenstein in 1609 aan de familie Van Brederode, een (hoog)adellijke familie uit Holland, die vanaf de tweede helft van de dertiende eeuw tot omstreeks 1600 een grote rol in de Nederlandse geschiedenis speelde. De wettelijke lijn van deze familie stierf uit in 1679 toen Wolfert van Brederode (Den Haag, 18 november 1649 – Vianen, 15 juni 1679) op 29-jarige leeftijd ongehuwd en kinderloos overleed. De bezittingen werden daarna verdeeld over familieleden. Ook heerlijkheid en kasteel Goudenstein kwam toen in andere handen. Althans wat er nog van resteerde, want in het Rampjaar (1672) werd het kasteel door de Franse troepen van koning Lodewijk XIV bijna geheel verwoest. Tot dat moment bestond het kasteel uit een vierkant omgracht huis met op elk van de voer hoeken een grote toren. Het gebouw bestond uit een overwelfde kelder, drie verdiepingen en een zolder met zadeldak. De toren kenden geen wenteltrap, maar per verdieping konden vanuit het hoofdvertrek de torenvertrekken worden bereikt. Na het bezoek van de Franse troepen stonden nog maar wat muren en één hoektoren fier overeind staan. De toren is bijna 19 meter hoog en heeft een doorsnede van 3,5 meter. Halverwege zijn in het muurwerk nog de sporen van kantelen zichtbaar. De weergang was oorspronkelijk op deze hoogte, de muur eronder heeft een dikte van 1,10 meter, terwijl daarboven de muur slechts 25 centimeter is. De muur werd vermoedelijk in de 16e eeuw verhoogd. (meer…)

.
Uitspanning ’t Peeske te Beek, mei 2015 © Frans van den Muijsenberg.

.
Nijmegen, De Wellemkamp, een veldnaam die al in de 17e eeuw bekend was. Nu een buurt in de wijk in Neerbosch
© Frans van den Muijsenberg, juli 2006.
22 juni 2007 – Sauerland 1
We waren ruim op tijd in Olsberg, waar ik voor onze eerste, korte vakantie een leuk hotelletje had geboekt. We moesten dus even wachten voor we konden inchecken. Dat deden we toen nog keurig. Bij latere vakanties stapten we gewoon naar binnen, deden alsof we van niks wisten en konden altijd gewoon de koffers en andere spullen naar onze kamer brengen. Maar toen dus nog niet. Dus eerst maar eens een klein extra rondje door de omgeving gereden. Een schitterende omgeving, want het hotel lag tegen de helling van de Eisenberg, met vlak in de buurt de oude ingang van een lang geleden gesloten kolenmijn. Niet toegankelijk helaas, dus daar konden we de tijd niet even overbruggen. Vlakbij ook de uitgebreide bossen, want de houtindustrie is sterk vertegenwoordigd in Sauerland. Overal waren de sporen te zien van de vreselijke Kyrill-storm die het gebied kort daarvoor had geteisterd. Complete delen van het immense bos waren tegen de vlakte geslagen. Als gebroken lucifers lagen nog steeds duizenden bomen over elkaar heen. En dan te bedenken dat men al maandenlang bezig moet zijn geweest om alle gesneuvelde sparren keurig te verslepen en in keurige stammen te zagen, klaar voor verdere verwerking. Pas later die dag, na onze keurige melding bij de receptie en wegzetten van de spullen in de kamer, konden we een kleine boswandeling maken en een eerste voorzichtige inschatting maken van de ramp die zich in februari had voltrokken. (meer…)
Michel Goldsteen werd op 5 mei 1933 geboren in Meppel. Zijn vader Nathan Goldsteen (Meppel, 31 december 1900 – Auschwitz, 19 november 1943) had een groothandel in grondstoffen. Zijn moeder Truida Goldsteen-Staal (Zutphen, 1 juni 1909 – Auschwitz, 19 november 1943) had van 1928 tot en met 1931 rechten gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. In het gezin was verder een dochtertje Hansje, die een jaar jonger was dan Michel. Het gezin had zich eind twintiger jaren gevestigd in Amsterdam, waar ze woonde aan de Joh. Verhulststraat 87 h. Bij het gezin woonde ook de vader van Truida in. Deze Levie Staal (Sneek, 26 februari 1874 – Sobibor, 4 juni 1943) was een Israëlitisch godsdienstleraar, die het geschiedenisboek ‘Israël onder de volkeren’ schreef, dat decennialang het standaardwerk was voor Joods Nederland. Levie Staal was ook lange tijd hoofdredacteur van het Nieuw Israëlitisch Nieuwsblad (NIW), dat zeer lang het populairste Joodse weekblad was. Op 24 april 1897 had Levie Staal zich gevestigd in Zutphen, waar zich op 1 september 1900 ook zijn echtgenote Annaatje Vroman (Rotterdam, 2 februari 1873-Amsterdam, 27 november 1927) vestigde. In Zutphen werden in de jaren daarna hun twee kinderen ingeschreven: de al genoemde Truida en haar oudere broer David Leonard Staal (Zutphen, 1 maart 1902 – Auschwitz, 24 januari 1944) die advocaat werd en trouwde met Betsy Fresco (Amsterdam, 20 februari 1901 – Auschwitz, 10 oktober 1943). Er werd in november 1904 nog een derde kind geboren, dat echter na enkele maanden al overleed. Het echtpaar had zich op de vlucht voor de Duitsers eerst in Dordrecht gevestigd en wilden daarna via Frankrijk de vrije wereld bereiken. Ze werden echter in Dijon gearresteerd en via het beruchte kamp Drancy op 7 oktober 1943 op transport gezet naar Auschwitz. In Dordrecht is voor het echtpaar een Stolperstein aangebracht bij de voormalige tandartsenpraktijk. (meer…)

.
Uitspanning ’t Peeske te Beek, mei 2015 © Frans van den Muijsenberg.

.
Nijmegen, De Hoefkamp, een veldnaam die al in de 17e eeuw bekend was. Nu een buurt in de wijk in Neerbosch
© Frans van den Muijsenberg, juli 2006.
Zodra het avondeten naar binnen was gewerkt, gingen de twee dochters bijna altijd linea recta naar boven. Daar stond op hun slaapkamers de computer en konden ze een tijdje ongestuurd facebooken. Er zijn natuurlijk altijd wat uitzonderingen te bedenken en deze avond in november 2015 moet een van die zeldzame avonden zijn geweest. De reden waarom ze ‘gezellig’ beneden bleven is na een decennium niet meer achterhalen. In elk geval is duidelijk dat de oudste dochter mijn fototoestel had gepakt waarmee ik panoramafoto’s kon nemen. Pas aangeschaft, een nieuwtje in huis. Eigenlijk heb ik dat ding al die jaren maar zeldzaam gebruikt. Ook bij de vakanties werd het nooit meegenomen. Maar toen was het dus een nieuwtje en wilde dochter A., die wel belangstelling voor fotografie had, dat toestel ook wel eens proberen. (meer…)
Tijdens de Franse Revolutie werd Pasquale Paoli (Morosaglia, 6 april 1725 – Londen, 5 februari 1807) uitgenodigd om terug te keren uit Groot-Brittannië. Omdat hij na de nederlaag bij de Slag om Ponte Nuvo in 1769 en de ondergang van de Republiek Corsica (1755-1769) door de monarchisten van het eiland was verbannen, werd hij door de revolutionairen gezien als een voorbeeldig strijder voor vrijheid en democratie. Hij werd in 1789 door de Nationale Grondwetgevende Vergadering gevraagd naar Parijs te komen waar hij door de revolutionairen als een held werd ontvangen. Hij werd door hen in 1790 teruggestuurd naar het Franse departement Corsica met de rang van luitenant-generaal om er de leiding van het plaatselijke bestuur op zich te nemen. Tot zijn medewerkers van die tijd behoorde de jonge Corsicaanse officier Napoleon Bonaparte. Maar Paoli kreeg het moeilijk met de revolutie toen die steeds radicaler werd. Paoli scheidde zich uiteindelijk af van de revolutionaire beweging vanwege de executie van koning Lodewijk XVI en sloot zich aan bij de royalistische partij. Toen hij vervolgens door de Franse Nationale Conventie van verraad werd beschuldigd, riep hij in 1793 in Corte een consulta (vergadering) bijeen met zichzelf als voorzitter. Daar riep hij Corsica’s formele afscheiding van Frankrijk uit en vroeg de Britse regering om bescherming. Op dat moment was Groot-Brittannië in oorlog met het revolutionaire Frankrijk. Paoli stelde voor Corsica als autonoom koninkrijk net als het koninkrijk Ierland onder de Britse monarch te plaatsen. Voor Groot-Brittannië zou dit een goede kans geven om op Corsica een basis in de Middellandse Zee veilig te stellen. (meer…)
In september 1768 begon de Franse verovering van Corsica toen een Frans expeditieleger landinwaarts marcheerde om elke Corsicaanse tegenstand te overwinnen en de Republiek Corsica te vernietigen, maar leden op 8 oktober 1768 een onverwachte nederlaag in de Slag bij Borgo. De Corsicaanse aanvoerder Pasquale Paoli probeerde toen de stad Borgo te heroveren en beschikte hiervoor over drie grote korpsen. Het eerste korps van vijfhonderd man stond onder bevel van de kapiteins Colle, Giocante Grimaldi, Charles Raffaelli en Ferdinand Agostini en had de opdracht de Franse positie vanuit het westen aan te vallen. Het tweede korps, dat ook uit vijfhonderd man bestond en onder bevel stond van Serpentini en de kapiteins François Gaffori en Pierre Gavini, kreeg de opdracht de loopgraven ten oosten van het dorp aan te vallen. Het derde korps van vierhonderd man onder bevel van Clément Paoli moest de weg naar Nebbio verdedigen en de Fransen onder bevel van generaal Thomas Auguste Le Roy de Grandmaison, die Oletta hadden bezet. Daarna beschikte de Corsicanen over enkele kleine korpsen die in de achterhoede waren geplaatst om de wegen tussen Bastia en Borgo te bewaken. Een vierde korps van ongeveer tweehonderd man onder bevel van Jean-Charles Saliceti nam positie in bij Serra, een vijfde korps, eveneens van ongeveer tweehonderd man onder bevel van Achille Murati verdedigde de hoogten van Luciana en een zesde korps, een reserve van vijfhonderd tot zeshonderd man, stond onder bevel van Pasquale Paoli zelf, bijgestaan door Antoine Gentili en Charles Bonaparte, de vader van Napoleon Bonaparte. Zij moesten kunnen oprukken naar de punten waar versterking nodig zou zijn. (meer…)
De dynastie stamde oorspronkelijk uit Genua, waar ze een vooraanstaande adellijke familie waren. Later vestigde de familie zich op Corsica, dat sinds 1284 tot de Republiek Genua behoorde. Vanaf het begin van de achttiende eeuw ging het economisch steeds slechter met de republiek en al snel was er van de overzeese handelsposten en bezittingen alleen nog het eiland Corsica over. Die kwam in 1729 ook in opstand, nadat de Duitse avonturier Theodor von Neuhoff (Keulen, 25 augustus 1694 – Londen, 11 december 1756) een aantal rebellen en bannelingen ervan had overtuigd dat ze hun land konden bevrijden van de Genuese tirannie als zij hem koning van het eiland zouden maken. De Corsicaanse opstandelingen werden aangevoerd door Gian Pietro Gaffori (Corte, 1704 – Corte 3 oktober 1753) en Giacinto Paoli (Morosaglia, 1690 – Napels, 1764), die in januari 1935 de onafhankelijkheid van Corsica uitriepen. Ze deden dit na belofte van steun van Nederland en Engeland, dat in de Middellandse Zee al Minorca en Gibraltar bezat. Met militaire hulp van de bey van Tunis landde Von Neuhoff op 12 maart 1736 met een groep geestverwanten bij Aléria op Corsica, met een scheepslading wapens en munitie voor de Corsicaanse vrijheidsstrijders. Daarmee won hij de sympathie van de bevolking en omdat de pogingen van Gaffori en Paoli niet erg succesrijk waren geweest werd Von Neuhoff op 15 april 1736 uitgeroepen tot koning van Corsica. Als koning Theodoor I vaardigde edicten uit, stelde een ridderorde in en voerde oorlog tegen de Republiek Genua, aanvankelijk met enig succes. Tijdens zijn bewind had hij geprobeerd de onder Genuees bestuur staande steden Porto-Vecchio en Sartène te veroveren, maar de Fransen kwamen Genua te hulp door de havens en de vestingen in te nemen, de opstandige bevolking te controleren en daarmee te verhinderen dat het eiland onder Britse controle kon komen. (meer…)

.
Uitspanning ’t Peeske te Beek, mei 2015 © Frans van den Muijsenberg.

.
Nijmegen, De Hoefkamp, een veldnaam die al in de 17e eeuw bekend was. Nu een buurt in de wijk in Neerbosch
© Frans van den Muijsenberg, juli 2006.
27 september 2020
Het was voor ons altijd een bijzondere dag, 27 september. Op een druilerige donderdag 27 september 2012 waren Dinie en ik getrouwd en elk jaar werd die dag gevierd, soms met een bezoekje aan de sauna maar meestal met een etentje ergens. Maar dit jaar was dat toch wel een probleem. Een klein weekje eerder was ik met de ambulance vanuit Denemarken terug naar Nederland gebracht. In afwachting van een plaats in het revalidatiecentrum, was ik een weekje ondergebracht in een verpleeghuis in Terborg. Een weekje verplichte quarantaine, een gebruikelijke gang van zaken om te verhinderen dat ik vanuit een buitenlands ziekenhuis het MRSA-bacterie zou importeren. Het gevreesde ‘ziekenhuisbacterie’, hoewel het me altijd onduidelijk is gebleven waarom het zo gevreesd is. Maar goed, ik mocht een weekje verblijven tussen de hoogbejaarden, die vooral het dagelijkse weerbericht als belangrijkste onderwerp hadden. Aangezien het al wekenlang stralend weer was, beloofde dat weinig interessante gesprekken te gaan opleveren. Bovendien zaten we in deze periode nog in de uitloopfase van de vreselijke covid 19-periode. Dat betekent zoveel mogelijk op de kamer blijven en zodra je je neus buiten de deur stak, moest daaronder een mondkapje zichtbaar zijn. De restaurants waren nog gesloten. Als die al de deuren mochten sluiten, zou ik er weinig aan hebben gehad. Ik was nog helemaal aan de rolstoel overgeleverd om me een beetje te kunnen verplaatsen. Ergens een restaurantje bezoeken was om allerlei redenen geen reële optie. (meer…)
deel 3: november 1520 – ’t Tolhuys in Lobith?
In het Musée Condé in Chantilly bevindt zich een zilverstift-tekening (127 bij 189 mm) van de Duitse schilder Albrecht Dürer (Neurenberg, 21 mei 1471-Neurenberg, 6 april 1528). Die zilverstift is de voorloper van het potlood die vanaf de vijftiende eeuw werd gebruikt voor het maken van schetsen. De zilverstift had een punt van bijna 100% zilver, wat heel zacht is en een lijn afgeeft op een met krijt of marmerstof geprepareerde ondergrond. Heel kleine metaaldeeltjes worden door de grondlaag afgeschuurd. Doordat het zilver een beetje gaat oxideren, wordt de dunne, zilvergrijze lijn, die niet kan worden uitgegumd, na verloop van tijd iets donkerder. Deze zilverstifttekening uit het schetsboek van Dürer toont ene Kaspar Sturm, een man met blijkbaar wat ruige maar toch geen on sympathieke trekken. Zijn hoofd is bedekt met een leren kap en een deel van zijn bovenkleding is zichtbaar. Bovenaan de tekening staat de tekst ‘1520 Caspar Sturm alt 45 Jor zw ach gemacht’. In het dagboek van zijn reis naar de Lage Landen noemde Dürer de tekening en zette erbij: ‘Ich hob den Sturm conterfet’, ofwel ‘Ik heb een tekening van Sturm gemaakt’. Kaspar Sturm moet dus voor Albrecht Dürer al een bekende, indrukwekkende en eerbiedige persoonlijkheid zijn geweest. Het portret diende overigens ook om het geboortejaar van Sturm vast te stellen, wat uit andere bronnen nooit duidelijk naar voren was gekomen. (meer…)
Over Bram Deen is slechts summiere informatie te vinden. In de overzichtslijst van kinderen die zijn geholpen door Hanna van der Voort staat bij hem slechts de summiere vermelding: ‘Bram Deen (Klaas Hunter en Piet van Gemen), geboren op 23 juli 1933 te Amsterdam, verbleef bij weduwnaar Drikus van Berlo – Thijssen, Swolgenseweg 24 (B 118) in Broekhuizenvorst. Hij was ook bij weduwnaar Sef Vervuurt – Wijnhoven in Melderslo (A 56)’.
Zijn vader was de koopman Hartog Deen, die op 4 september 1908 in Amsterdam werd geboren, die op 5 september 1942, en dag na zijn 34e verjaardag werd vervoerd naar Kamp Westerbork. Hij had geluk dat hij lange tijd in het kamp mocht blijven en nog meer geluk dat hert hem op 11 december 1943 lukte uit het kamp te ontsnappen. Blijkbaar heeft hij daarna een goed onderduikadres kunnen vinden, want hij overleefde de oorlog en overleed op 63-jarige leeftijd op 1 augustus 1973 in Amsterdam. Hartog Deen was op 22 juni 1932 getrouwd met Berta Velleman uit Groningen, die ook de oorlog wist te overleven en op 1 februari 1974 in Amsterdam zou overlijden, 66 jaar jong. Veel anderen binnen de beider families hadden vinden geluk, zoals blijkt uit de lijsten van Kamp Westerbork. (meer…)

.
Uitspanning ’t Peeske te Beek, mei 2015 © Frans van den Muijsenberg.
.
Wijkgebouw in het Waterkwartier; zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen, juli 2006, © Frans van den Muijsenberg.
Achter in de hoek zorgde een tweetal voor de muzikale omlijsting van de bruidsshow. Hij op gitaar en zij zorgde voor de zang. Ik meende in het eerste nummer ‘Sweet child of mine’ van Guns N’Roses te herkennen, maar dan in een rustige, akoestische versie. De aanwezigen leken er niet erg op te letten. Terwijl de eerste voorzichtige akkoorden werden aangeslagen, werd door iedereen vrolijk verder geouwehoerd. Dat ging nog een tijdje door nadat de zangeres al begonnen was. ‘She’s got a smile that it seems to me. Reminds me of childhood memories. Where everything was as fresh as the bright blue sky’, klonk het, maar te zachtjes om mensen al direct het zwijgen op te leggen. Het dappere duo ging onverstoord verder. Blijkbaar was men er aan gewend dat het een paar nummers duurde voordat men in de gaten had dat er livemuziek was en dat het eigenlijk heel mooi was. De eerste minuten was ik eigenlijk de enige die echt stond te luisteren en te genieten. (meer…)
Concentratiekamp Neuengamme had een paar uiterst minieme buitenkampen. Een van hen was het Truppenwirtschaftslager dat van 25 maart tot 5 juni 1944 in Braunschweig actief was. In opdracht van de SS-Ergänzungsstelle Mitte moesten daar acht tot tien gevangenen uit Neuengamme zorgen door de bouw van een kantoorbarak voor een Truppenwirtschaftslager van de SS. Dat was Amt B onder leiding van SS-Gruppenführer Georg Lörner (München, 1899 – Rastatt, 1959), dat onderdeel was van het SS-Wirtschafts-Verwaltungshauptamt (SS-WVHA) dat in maart 1942 door SS-Obergruppenführer Oswald Pohl (Duisberg, 30 juni 1892 – Landsberg, 7 juni 1951) was opgericht. Doel van de SS-WVHA, het economische en administratieve hoofdkantoor van de SS, was te zorgen voor de genadeloze uitbuiting van gevangenen en dwangarbeiders in de concentratiekampen. De SS-WVHA was verantwoordelijk voor het beheer van de financiën, bevoorradingssystemen en zakelijke projecten voor de Allgemeine-SS. Als mede-bestuurder van de concentratiekampen speelde het een belangrijke rol bij de uitvoering van de vernietiging van de Joden. De SS-WVHA beheerde de industrieën, ambachten en bedrijven van de SS in de concentratiekampen en voegde deze samen in hun eigen bedrijven. Vanaf 1942-1943 stond het hele concentratiekampsysteem onder de exclusieve controle van Pohls SS-WVHA. Over het kleine kampBraunschweig – Truppenwirtschaftslager, dat gedurende het korte bestaan werd geleid door SS-Hauptsturmführer Schöckel, is verder niets bekend. Er is ook geen monument voor het buitenkamp. (meer…)
In de vier nummers in juni 1945 – De Zwerver 47 (3 juni 1945) tot De Zwerver 50 (29 juni 1945) – stonden in totaal 71 oproepen (er is genummerd tot 72, maar nr. 39 is per ongeluk overgeslagen) over personen waarvan nog steeds niet bekend was of zij nog leefden en zo ja, waar ze dan verbleven. De oproepen waren steeds voorzien van de toevoeging met spoed te berichten aan het Centraal Bureau van de LO-LKP indien men nuttige informatie kon verstrekken. Zie hier voor het overzicht van de 71 oproepen.
In De Zwerver De Zwerver nummer 50 van 29 juni 1945 verscheen de volgende summiere oproep: ‘Elst, Josephus Leopoldus, geb. 9-6-1897. Juni 1944 via Rotterdam en Amersfoort naar Duitschland gevoerd. Voormalig adres was: Lindenlaan 5, Sassenheim.’
Josephus Leopoldus Elst (Zandvliet, 9 juni 1897 – Neustadt, 3 mei 1945) werd geboren in het Belgische Zandvliet (dat op oude kaarten staat aangeduid als Santvliet), dat iets ten zuiden van het Nederlandse Ossendrecht ligt. Na de oorlog is het vanwege de havenuitbreidingen van Antwerpen opgegaan in het Antwerpse district Berendrecht-Zandvliet-Lillo. Zijn vader Adriaan Elst en moeder Joanna Tilburghs werden beiden in 1870 in Wouw. Adriaan Elst, was daar oorspronkelijk landbouwarbeider van beroep maar had zich al op jonge leeftijd in Zandvliet gevestigd, waarschijnlijk om daar als havenarbeider te gaan werken. In 1903 werd Joseph Elst uit het bevolkingsregister van Zandvliet geschreven. Hij is 6 jaar oud, dus waarschijnlijk vertrokken zijn ouders met hun twee kinderen weer naar Wouw. (meer…)
.
Tiergarten Kleve, juli 2008, © Frans van den Muijsenberg.

.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.
Het voormalige grenskantoor op de weg van Babberich naar Elten was jarenlang een restaurant, met verschillende eigenaren die het steeds om verschillende redenen niet konden bolwerken. Op donderdag 1 augustus 2019 werd Bregje Hoek de nieuwe trotse eigenaar van de zaak, die toen al hoofdzakelijk heerlijke pannenkoeken en diverse soorten hamburgers serveerden. De zaak werd omgedoopt tot De Stempel en Dinie en ik bleven trouwe gasten, net als bij de twee voorgangers. Bregje trof het niet. Eind maart 2020 werd de wereld geteisterd door de covid-epidemie, waarna de tent met kust en vliegwerk open kon blijven. Maar juist toen de rust leek teruggekeerd, kwam de Belastingdienst de uitgestelde belastingverplichtingen opeisen. Ook de stijgende inkoopsprijzen en een gekrompen clientèle vanwege de gedwongen langdurige sluiting gingen parten spelen. Op 1 mei 2023 sloot De Stempel definitief de deuren. Na ruim anderhalf jaar leegstand zit er weer een nieuwe pannenkoekenboer, het heet nu De Lande, en ook nu weer ben ik er regelmatig, toch nog wel een beetje onwennig. Zeker omdat ze geen Karmeliet op de bierkaart hebben staan. (meer…)
Vanaf het strandje aan de Waal en nadat we een groepje roodbonte koeien waren gepasseerd, leidde een smal, met gras begroeid pad naar het dorp Lent. Daar stond ongetwijfeld een lekker pilsje voor ons te wachten. In 2007 was café de Zon waar we ons neerzette een rustige bedoening. Momenteel is het er een stuk drukker nu de Spiegelwaal is gegraven. In mooi ambtelijk jargon: ‘De Waal maakt bij Nijmegen niet alleen een scherpe bocht, maar vernauwt zich daar ook. In 1993 en 1995 was duidelijk dat de rivier daardoor bij hoog water kan overstromen. Om de bewoners te beschermen tegen de kracht van het water is de dijk bij Nijmegen- Lent 350 meter landinwaarts gelegd. Zo kwam er ruimte om een nevengeul voor de Waal aan te leggen. Die geul, de Spiegelwaal, biedt bij hoog water extra capaciteit voor waterafvoer, zodat er minder opstuwing is. Voor Nijmegen is het ook een grote ruimtelijke ingreep in het hart van de stad. Door de dijkverlegging en het graven van de geul is een langgerekt eiland in de Waal ontstaan. Dit ligt tussen de historische binnenstad en het nieuwe stadsdeel Nijmegen-Noord. Het eiland en de Spiegelwaal vormen samen een uniek rivierpark, met een mix van water en natuur, recreatie en stedelijke activiteiten.’ Inderdaad, dit deel van Lent ligt sinds een jaar of vijftien op een eiland, dat met de nodige toeristische ambitie Rivierpark Nijmegen wordt genoemd. (meer…)
Kerst is zogenaamd een tijd om samen te komen, om je familie te zien, voor knipperende lichtjes, Mariah Carey oneindig op repeat en een oneindige hoeveelheid voedsel dat vaag naar kruidnagels en cranberry’s smaakt. De hele novembermaand werd je al getrakteerd op goedkope eurohousevarianten van sinterklaasliederen en zodra die goedheiligman terug naar Spanje gesodemieterd is, zit jij met Wham opgescheept. In het winkelcentrum, op kantoor, op het centraal station… Er is geen plek meer veilig. Als je de reclames mag geloven is niemand alleen met de kerst. Sterker nog, niemand mág alleen zijn met kerst, ook niet als je helemaal geen zin hebt in mensen. Dus wordt je verplicht om naar je familie te gaan, krijg je als je niet oppast een kriebeltrui over je hoofd heen gewrongen en moet je tegen heug en meug met een kerstmuts op meegourmetten. Er zijn genoeg redenen om kerst te haten. Een beetje kerst-hater herkent onderstaand lijstje meteen. Er zijn meer dan genoeg mensen die totaal geen behoefte hebben aan al die geforceerde gezelligheid en alle knipperende glitterende blokkerballen en actionkitsch, die wekenlang een kleine kortsluiting in die kop veroorzaken. Toch proberen sommigen tegen beter weten in toch om kerstmis een vrolijk feest te maken. Dat mislukt vaak jammerlijk, maar kan een mooi verhaal opleveren, zoals dit verhaal van Flor VandeKerckhove die onder de naam De Laatste Vuurtorenwachter een interessant blog bijhoudt. (meer…)
Op de tekening van Jan van Borssom staat naast Elsje een paal met daarbovenop een horizontaal rad of wagenwiel, waarop een gebogen man zit, die zo te zien net als Elsje al en tijdje dood is. Zo te zien is hij terechtgesteld door hem te radbraken. Boven hem hangt een pistool, een aanduiding wat voor soort moord hij had gepleegd. Rembrandt had voor hem geen oog, terwijl deze moordenaar in april-mei 1664 juist heel veel aandacht kreeg. De schrijver Frans Thuijs dood, net als Van Eeghen decennia eerder, in de archieven. Niet alleen in de Amsterdamse Confessieboeken, maar ook in de kroniek van Daniel de Barrios, de geschiedschrijver van de Portugees-Joodse gemeenschap in Amsterdam, en van Casparus Commelin, ook een schrijver over de Amsterdamse stadsgeschiedenis.
Thuijs achterhaalde dat het ging om Jan Nieuwkerk, die net als Elsje uit Denemarken kwam. In processtukken werden buitenlandse namen veelvuldig verhollandst, zodat zijn echte naam verloren is gegaan. Hij was in Denemarken soldaat gewest, maar in Amsterdam een arme sjouwer zonder vaste betrekking. Op zondag 9 maart 1664 vroeg de Portugese koopman Jacob Nabarro (50) aan zijn schoonmaakster Trijntje Paulus (40) of hij haar man Jan Nieuwkerk (36) even kon spreken. Nabarro woonde aan de oostelijke stadsrand in de Jodenbreestraat ‘achter het Leprozenhuis’. Trijntje en Jan woonden dichtbij, op de Verversgracht (nu Zwanenburgwal). Uit geldnood deelden Jan en Trijntje hun huurkamer met ene Engeltje, een ‘vrouwmens’ (hoer?). Nabarro vroeg Jan of hij in één klap tweehonderd guldens wilde verdienen. Dat was voor Jan twee complete jaarlonen, dus zo goed als ‘an offer you can’t refuse’. Hij hoefde alleen maar Benjamin Dias Pato, een vijand van Nabarro, dood te schieten. Pato was een van oorsprong Spaanse leraar in het jongensweeshuis en de godsdienstschool van het in 1648 opgerichte genootschap Aby Jethomim in de Jodenbreestraat, tegenover Nabarro. Pato was een prominent lid van de Portugees-Joodse gemeente. Met motief voor Nabarro is altijd onduidelijk gebleven. Nieuwkerk verklaarde later dat Nabarro vond dat Pato hem diep had beledigd (‘een groot affront hadde gedaan’. Dat kan een opmerking zijn geweest op de extravagante levensstijl van Nabarro. (meer…)

.
Uitspanning ’t Peeske te Beek, mei 2015 © Frans van den Muijsenberg.
De Snelbinder gaat honderden meters over de Waal. Een enkele keer passeert een trein met donderend lawaai over de brug die er pal naast ligt. Meestal echter is het stil, soms komt, amper hoorbaar, een fietser voorbij. Steeds weer bleef Dinie vanaf de Snelbinder kijken naar de stad en naar de langsvarende boten. Vanuit Duitsland kwam de Poseidon met grote snelheid aan. De tanker was zo te zien erg leeg en dan gaat het stroomafwaarts met een flinke vaart. Vanaf het moment dat het schip onder de Waalbrug in zicht kwam tot het moment dat ook het laatste stukje van de boot onder ons uit het zicht verdween, bleven we hem volgen. En net op dat moment kwam tergend langzaam het Duitse schip Renus-Schub 1 tevoorschijn, die twee duwbakken stroomopwaarts vervoerde. De ene grotendeels leeg, maar de andere bak tot de nok gevuld met steenkool, die wel ergens in het Ruhrgebied moest worden afgeleverd. Het duurde vrij lang voor het schip een beetje uit het zicht geraakte. (meer…)
Elsje Christiaans (Jutland, ca. 1646 – Amsterdam, circa 3 mei 1664), afkomstig uit het Deens eilandje Sprouwen dat midden in de Grote Belt lag, de zeestraat die de twee grote Deens eilanden Funen en Seeland van elkaar scheidt. Het heet heden Sprogø en maakt vanaf 1998 deel uit van het Grote Beltbrug, die Funen met weg- en spoorverkeer verbindt met Seeland. Tijdens de bouw groeide het eiland door landwinning van 38 naar 154 hectare, maar vanaf dat moment is het eiland onbewoond. De bewoning moet in 1664 al beperkt zijn geweest en het bestaan karig. Reden voor Elsje haar heil elders te gaan zoeken, naar de rijke handelsstad Amsterdam.
Rond 14 april 1664 kwam Elsje Christiaens aan in Amsterdam en hoopte er snel een betrekking te vinden als dienstbode. Ze huurde een kamer bij een ‘slaapvrouw’. Aan het einde van de maand wilde de hospita de afgesproken daalder slaapgeld hebben, maar omdat Elsje nog steeds geen betrekking had kunnen vinden kon ze de huur niet betalen. De hospita dreigde toen haar bezittingen, een kistje met wat spulletjes, in beslag te nemen. Er volgde een flinke woordenwisseling en daarna een gevecht, waarbij de hospita Elsje sloeg met een bezemstok. Het eindigde ermee dat Elsje de vrouw met een bijl sloeg. De vrouw viel van de keldertrap en bleef daar voor dood liggen. De buren waren intussen op het lawaai uitgekomen en stonden bij de voordeur toen Elsje met bebloede handen de deur opendeed. Zij vroegen haar waarom haar handen onder het bloed zaten, ‘waerop sij seyde dat haar neus hadden gebloet’. Elsje rende daarna de straat op en nam op haar vlucht een mantel van een andere gast mee. De buren hadden al snel in de kelder het levenloze lichaam van de ‘slaapvrouw’ aangetroffen en gingen haar achterna. In een wanhoopspoging te ontsnappen sprong ze in het Damrak, waarna ze opgepakt kon worden. (meer…)
Charlotte Uhrig (Berlijn, 26 februari 1907 – Berlijn, 17 oktober 1992) werd geboren als Charlotte Kirst. Na de lagere school en een handelsschool te hebben doorlopen, voltooide Charlotte Kirst een commerciële opleiding en werkte daarna als kantoorbediende. Ze werd lid van het Zentralverband der Angestellten. Over haar jeugdjaren is verder weinig meer bekend dan dat ze al op jonge leeftijd lid was van de Sozialistischen Arbeiterjugend (SAJ), de socialistische jongerenvereniging die banden had met alle sociaaldemocratische partijen in Duitsland en Oostenrijk. In de Weimarrepubliek werd de SAJ op 29 oktober 1922 opgericht uit de jongerenverenigingen van de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) en de Unabhängige Sozialdemokratische Partei Deutschlands (USPD), toen deze partijen fuseerden. De SAJ had na de fusie ongeveer 110.00 leden. Charlotte Kirst, ongetwijfeld afkomstig uit een ‘rood nest’, zal er vanaf het begin bij aangesloten zijn geweest. In 1926 stapte ze over naar de SPD. Van 1928 tot 1933 werkte ze als secretaris in de SPD Reichstag-fractie, onder meer voor Rudolf Breitscheid (2 November 1874 – 28 August 1944). Dat voor de SPD de woordvoerder over buitenlandse zaken en was ook lid van de Duitse delegatie bij de Verenigde Staten. Toen de nazi’s in januari 1933 aan de macht kwamen, was hij een van de leden van de Rijksdag die tegen de invoering van de Machtigingswet stemde. Ze werkte daarna nog een tijdlang als stenograaf binnen de Rijksdag. Hij vluchtte daarna naar Frankrijk, waar hij in 1941 door de Gestapo werd gearresteerd. Hij stierf uiteindelijk in augustus 1944 op zeventigjarige leeftijd in concentratiekamp Buchenwald. (meer…)
deel 2: november 1520 – juli 1521
Een maand later was hij in Aken om de kroning bij te wonen van koning Karel V. Hij trok nog voor een paar dagen naar Keulen en op 14 november begon hij via een flinke omweg de terugreis naar Antwerpen. De tocht voerde over Düsseldorf, Wesel, Emmerik, Nijmegen, Tiel, ’s Hertogenbosch (‘ein hübsche Stadt, hat ein ausbündige schöne Kircke’), Bommel, Oosterwijk (‘übergrosz schön Dorf’) en Tilburg. Toen hij op 22 november zijn vrouw in Antwerpen weer terugzag, liet die weten dat in de Onzer Lieve Vrouwekerk een zakkenroller haar beurs had gejat.
Op 3 december gaat hij opnieuw op pad. Eerst naar Bergen op Zoom, ‘ein lustig Ort im Sommer’, waar hij vooral onder de indruk was van het latere Markiezenhof. Op 7 december reisde hij met zijn metgezellen Sebastian en Alexander Imhoff, Georg Kötzler en Bernhart von Reesen naar Goes en vandaar naar Arnemuiden. Het scheepje voer langs plekken waar torenspitsen en daken van door de zee verzwolgen gehuchten nog net boven het water uitstaken. In Arnemuiden verkeerde de kunstenaar in groot gevaar. Omdat er een enorme menigte was bij het afstappen van het schip, hield Dürer zich in en was een van de laatste passagiers aan boord toen het touw plotseling brak en het voertuig door een naderende storm de zee op werd gedreven. Dürer, Kötzler, twee oude vrouwen en een kleine jongen waren nog de enige aan boord, maar slaagden er na de overreding van Dürer om met behulp van een klein zeil om het schip weer in de goede richting te brengen. De reddingsoperatie was succesvol en Dürer kon doorreizen naar Middelburg, ‘eine gute Stadt, hat ein überschön Rathhaus mit einem köstlichen Thurm’, en naar Veere, ‘da aus allen Landen die Schiff anländen, is ein fast feines Städtlein’. Van dit deel van de reis zijn geen tekeningen bewaard gebleven. (meer…)
deel 1: juli 1520 – oktober 1520
Toen Albrecht Dürer in 1520 zijn reis naar de Nederlanden ondernam, was hij 49 jaar oud, dus in de volle kracht van zijn leven en in de volle glorie van zijn kunst. Hij heeft van die reis een dagboek nagelaten, dat voort het grootste deel bestaat uit de opsomming tot in de kleinste bijzonderheden van zijn dagelijkse uitgaven, waardoor het wel toch wel een beetje lijkt op het huishoudboek van een zorgzame huismoeder. Hij maakte aantekeningen van alle uitgaven: kousen, schoenen, handschoenen, drinkgeld, herberg, spijs en drank, dokter en apotheker, enzovoort en ook is er een uitgebreide opsomming van alle kleinere of grotere wederzijdse geschenken. Het is daardoor ook een getrouw beeld van het maatschappelijk leven in de eerste jaren van de zestiende eeuw en ook geeft het een goed beeld van het gemoedsleven van Albrecht Dürer. Er staat echter geen mooie teksten in, geen beschouwingen over kunst, geen levenslessen. Een voorbeeld van de stijl en inhoud van de ‘gebeurtenissen’ waarop Dürer zijn dagen beschreef: ‘Und bin von Mechelen früh am Montag [3 Sept.] gen Antorff (Antwerpen) gefahren. Und ich asz frühe mit dem Portugaleser, der schenket mir drei Porcolona, und der Ruderigs schenket mich etlich Feedern, calecutisch Ding. Ich hab 1 fl. verzehrt. 2 Stüber hab ick dem Boten gegeben. Ich hab der Susanna (zijn dienstmaagd) kauft ein Höcken pre 2 fl. 1 Ort. Mein Weib hat geben für ein Waschschaff, für ein Blasbalg und für ein Schüsselnapf, mein Weib vor Pantöffel und für Holz zu kochen und Kniehosen, auch für ein Sittichhaus und für zween Krüg und zu Trinkgeld 4 fl. rheinisch. So hat sonst mein Weib ausgeben um Essen, Trinken und allerlei Notdurft 21 Stüber. Nun bin ich am Montag nach Aegidi [3 Sept.] wieder zu Jobst Planckfelter eingezogen und hab diese eingezeichnete Mal gessen: jjjjjjjjjjjjjjjjj. Item dem Niclas des Tomasins Knecht, geben 1 Stüber. Ich hab 5 Stüber für das Leistlein geben, mehr ein Stüber. Mein Wirt hat mir geschenkt ein Indianische Nusz, mehr ein alt türkische Geisel.‘ (meer…)

Uiterwaarden van de Waal te Nijmegen, juni 2007, © Frans van den Muijsenberg.

Uiterwaarden van de Waal te Nijmegen, vanaf de Snelbinder, juni 2007, © Frans van den Muijsenberg.

De Waal te Nijmegen, vanaf de Snelbinder, juni 2007, © Frans van den Muijsenberg.
.
De Moezel, september 2015, © Frans van den Muijsenberg
.
De Moezel, september 2015, © Frans van den Muijsenberg
Aan de stadskant van de spoorbrug werd in de periode 1875-1879 een zogenaamd landhoofd gebouwd. Het zuidelijke landhoofd van de brug met zijn middeleeuws aandoende torens werd ontworpen door Pierre Cuypers. De torens hebben elk vier verdiepingen hoog. Een ondergrondse tunnel (meer een gang onder de rails) verbindt de beide torens. In 2004 werd naast de Spoorbrug een fietsbrug gebouwd, de Snelbinder. Deze fietsbrug gaat dwars door het oostelijke deel van het landhoofd. De brug zorgt voor een snelle fietsverbinding tussen het centrum van Nijmegen en de nieuwbouwwijken in de Waalsprong, met een tijdwinst van ruim tien minuten ten opzichte van omfietsen via de Waalbrug. (meer…)
.
De Hoefkamp, Nijmegem, oktober 2006, © Frans van den Muijsenberg
.
De Hoefkamp, Nijmegem, oktober 2006, © Frans van den Muijsenberg
Duiven, 17 maart 2018
De oudste dochter werd in de loop van 2017 haar woning in Tolkamer helemaal beu. Constant was er wel wat gezeur met andere bewoners en in de zomer was het er altijd bloedheet. Woonstichting Vryleve deed namelijk haar naam geen eer aan door te besluiten dat de ramen slechts op een kiertje geopend mochten worden en aangezien haar ramen op het zuiden waren gericht, hield dat in dat de godganse dag de zon op haar kamer was gericht. Haar woning was bovendien op de derde verdieping en de only way out was de trap naar beneden. De stichting was zo slim geweest niet te zorgen voor een nooduitgang als er brand uit zou breken. Dat zou maar extra kosten met zich meebrengen. Niet bepaald ‘vrij leven’. Dat de bewoners van de bovenste etage dan wel eens als ratten in de val zouden zitten, deerde hen niet. Voor dochter A., die toch een beetje claustrofobische neigingen had, een alarmerend gegeven. Vanaf het moment dat ze haar appartement in de oude marechausseekazerne betrok, voelde ze zich nooit echt op haar gemak, maar alle berichten hierover waren bij Vryleve aan dovemansoren gericht. Daar kwam in 2017 bij dat ze haar opleiding had afgemaakt en dat het voor het vinden van een leuke baan aantrekkelijk was te kijken naar een plaats met goede aansluitingen op het openbaar vervoer. Dan kwamen in wezen slechts twee plaatsen in aanmerking: Zevenaar en Duiven. (meer…)
David Van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971) is cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver. Zijn oeuvre beslaat toneelstukken, poëzie, proza en veel non-fictie. Zijn boeken over het kolonialisme. Congo (2010) en Revolusi (2020) werden internationale bestsellers en terecht want het zijn magistrale werken over een periode in de Belgische en Nederlandse geschiedenis waarin in beide landen decennialang krampachtig is gezwegen. Hij kreeg verder prijzen voor zijn geschriften over democratie Pleidooi voor populisme (2008) en Tegen verkiezingen (2013). In 2022 verscheen De kolonisatie van de toekomst, de tekst van de vijftigste Huizinga-lezing die hij op 12 december 2021 uitsprak in de Pieterskerk te Leiden. De strekking van de lezing is: ‘Zelfs als we met het kolonialisme uit het verleden ooit helemaal in het reine zijn gekomen, hebben we nog steeds niets gedaan aan de dramatische manier waarop we nu de toekomst koloniseren. De mensheid palmt de komende eeuw in met dezelfde meedogenloosheid, dezelfde hebzucht en dezelfde kortzichtigheid waarmee in vroeger tijden werelddelen werden toegeëigend’.
Op 31 oktober jl. liet Van Reybrouck op zijn Facebookpagina weten dat hij opnieuw onderweg is naar Congo, als passagier van de Manitoba, een vrachtschip van het Nederlandse bedrijf Universal Africa Lines uit Capelle aan de IJssel. Het bedrijf vaart al meer dan 51 jaar naar verschillende Afrikaanse bestemmingen. Het schip vaart vanuit Antwerpen eerst naar Noorwegen en Schotland en na het noordelijke omweggetje gaat de reis verder naar Angola, Gabon, Congo-Brazzaville en uiteindelijk de Democratische Republiek Congo. De reis, met twaalf bemanningsleden uit de Filipijnen en Oekraïne, zal meer dan een maand duren. De reis staat uiteraard in het teken van onderzoek van een nieuw boek, wat me op voorhand nieuwsgierig maakt. Zal toch wel een jaartje of twee duren verwacht ik voordat ik het resultaat onder ogen zal krijgen. Op donderdag 7 november jl. plaatste hij onderstaand artikel met de toevoeging ‘gisterenmiddag geschreven op vraag van De Standaard, ondanks grote vermoeidheid en herrie aan boord’.) Het is een formidabele verklaring hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat dubieuze figuren als Trump, Wilders, Le Pen, Meloni en andere gelijkgestemden aan de macht kunnen komen. (meer…)
.
De Hoefkamp, Nijmegem, oktober 2006, © Frans van den Muijsenberg
.
Beeldentuin Mariënheem, juni 2021, © Frans van den Muijsenberg
.
Beeldentuin Mariënheem, juni 2021, © Frans van den Muijsenberg
.
Beeldentuin Mariënheem, juni 2021, © Frans van den Muijsenberg
Harlingen, 4 november 2021
Op donderdag 4 november 2021 vond in Harlingen de presentatie plaats van het boek ‘London/Ardens’ van Jan Bommerson. Een schrijver waarvan ik al twee schitterende boeken had uitgegeven. Het ene een lang reisverhaal naar het hoge noorden van Noorwegen (‘Noors’) om daar het noorderlicht met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Wat uiteindelijk een grote teleurstelling zou worden omdat hij op het laatste moment geconfronteerd werd met hordes Japanse toeristen, die met busladingen aankwamen op het geweldige uitzichtpunt dat de eenzame Nederlandse toerist voor zichzelf had uitgezegd. Het tweede reisverhaal ging over zijn solitaire tocht naar de barre Shetlandeilanden (‘De ontdekking van Shetland’), waarover de bewoners zelf de auteur bij zijn bezoek meedeelde dat er hier helemaal niets te beleven was. Dat bleek uiteindelijk behoorlijk mee te vallen, flink in de hand gewerkt trouwens doordat Jan indertijd, het zijn allemaal opgetekende jeugdherinneringen, de onbedwingbare neiging zich in wat roekeloze uitstapjes te storten. Het derde boek had twee titels en een unieke uitvoering in keerdruk. Dat betekent dat het boek twee omslagen heeft. Aan de ene kant’ Londons’ over een kort verblijf in een naargeestig Londen gedurende de week van Kerst en oud-en-nieuw in 1973. Oorlog in het Midden-Oosten, een olieboycot en crisis in het westen, bomaanslagen door de IRA, beestenweer in de duistere wereldstad, een wanhopige zoektocht naar een slaapplaats en wonderlijke ontmoetingen met de meest uiteenlopende figuren. Aan de andere kant ‘Ardens’, met anekdotes over tien verschillende reizen naar de Ardennen in de jaren tachtig, altijd in de paasvakantie. Op jacht naar goedkope kitsch en twijfelachtig antiek in de talloze antiekschuren en brics-a-bracs. Welnu, dat nieuwe boek werd in de plaatselijke boekenwinkel gepresenteerd en natuurlijk trokken Dinie en ik op uit om daar aanwezig te zijn. (meer…)
.
Beeldentuin Mariënheem, juni 2021, © Frans van den Muijsenberg
.
Beeldentuin Mariënheem, juni 2021, © Frans van den Muijsenberg
.
Beeldentuin Mariënheem, juni 2021, © Frans van den Muijsenberg
.
Beeldentuin Mariënheem, juni 2021, © Frans van den Muijsenberg
.
De Hessenberg tijdens de renovatie, oktober 2009, © Frans van den Muijsenberg.

.
Het speel- en oogstbos te Lobith, Elten, september 2024, © Frans van den Muijsenberg.
Orvelte, 4 november 2007
Op een kille en regenachtige zaterdag struinden we rond in het Drentse brinkdorp. Dat is één groot open monument, maar bij deze temperaturen en de constant miezerige regen heb je daar toch weinig oog voor. Dinie en ik hadden elkaar pas een half jaartje eerder voor het eerst ontmoet, maar al behoorlijk wat uitstapjes gemaakt. Gezamenlijk naar Alanya, de eerste keer dat Dinie een reis maakte die verder ging dan Luxenburg, de eerste keer dat ze met het vliegtuig op vakantie ging en de eerste keer dat ze van huis ging zonder de kinderen aan haar rok te hebben hangen. Of met een hele bende naar Virton in de Belgische Ardennen, waar we de twee kinderen van Dinie en mijn vijf kleinkinderen mee naartoe namen. Gezellig, maar of ik nu anderen snel zal aanraden zeven kinderen mee op sleeptouw te nemen? Pfff .. nou, eerlijk gezegd Ja. Het was superleuk en de zware vermoeidheid na zo’n lang weekend ben je weer snel vergeten. En ook de paar negatieve zaken, en die zijn er altijd als je met zijn negenen in een huisje zit. Het blijkt dat degenen met een gelukkige jeugd negatieve gebeurtenissen minder goed onthouden en vooral de positieve en leuke dingen des levens in het beperkte geheugen opslaan. Het geheugen is weliswaar groot maar niet oneindig, er moeten keuzes worden gemaakt en dat doet dat geheugen helemaal zelfstandig voor ons. Dank geheugen daarvoor en dank ook aan beider ouders om te zorgen dat ons geheugen vooral positieve content bewaard heeft. (meer…)
Deel 3 – Felix Dzerzjinski
Feliks Edmoendovitsj Dzerzjinski (Kojdanów, 11 september 1877 – Moskou 20 juli 1926), met de alleszeggende bijnaam ‘IJzeren Felix’ was een van de leiders van het Revolutionaire Militaire Comité van Petrograd (RMCP), dat in 1917 slechts 53 dagen actief was, maar wel de grondslag legde voor de vervolging van iedereen die werd geclassificeerd als ‘vijand van het volk’. Uit deze kwam op 20 december 1917 de Tsjeka, de eerste bolsjewistische geheime dienst, voort. Felix Dzerzjinski was tot zijn dood in 1926 de leider van de eerste twee Sovjet-geheime politieorganisaties, de Tsjeka en de OGPU. Hij was daarmee een belangrijke architect van de Rode Terreur en de-Kossackisering.
Zijn afkomst en jeugdjaren deden niet vermoeden, dat hij in de jaren twintig in een brief aan zijn zus zou schrijven: ‘Voor velen is er geen vreselijkere naam dan de mijne.’. Hij werd geboren uit etnisch Poolse ouders van adellijke afkomst, op het landgoed van de familie Dzerzhinovo, ongeveer 15 kilometer van het stadje Ivyanets in het gouvernement Minsk in het huidige Wit-Rusland. In het Russische Rijk behoorde zijn familie tot de oeradel, maar ze hadden niet de privileges die de nieuwe adel zich had toegeëigend. Zijn zus Wanda stierf op twaalfjarige leeftijd op het landgoed toen ze per ongeluk met een jachtgeweer werd neergeschoten door een van haar broers, waarvoor of Felix of zijn broer Stanislaw verantwoordelijk werd gehouden. Nog meer tragedie op het landgoed: ook twee broers van Felix zouden er een gewelddadige dood sterven. Stanislaw werd in juli 1917 door Russische soldaten neergeschoten, waarschijnlijk omdat hij van het front was gedeserteerd. Kazimierz werd in augustus 1943 door de Duitsers geëxecuteerd vanwege zijn deelname aan het verzet. Als vergelding voor dat verzetswerk werd bovendien het woonhuis in brand gestoken. (meer…)
Deel 2 – De dictatuur van het proletariaat
De ellende zat al in de theorie ingebakken en wel in de theorie van de dictatuur van het proletariaat. In de oorspronkelijke Romeinse interpretatie van de term dictatuur werd ermee een aan strikte regels gebonden noodtoestand bedoeld waarbij één persoon tijdelijk alle macht had. Karl Marx breidde de term uit naar de heerschappij van één klasse, de proletarische meerderheid. In de overgangsfase moest de kapitalistische maatschappij ofwel de dictatuur van de burgerij (waarin de rijke klassen alle productiemiddelen bezit en de werkende klasse misbruikt voor eigen winst) worden vervangen door een geheel klasseloze, staatloze maatschappijvorm, het communisme. Volgens de marxistische leer zou er eerst een overgangsperiode zijn van het kapitalisme naar het communisme, de proletarische democratie of dictatuur van het proletariaat. Lenin deed dar nog een schepje bovenop en zei dat dan tegelijkertijd sprake moest zijn van de dictatuur van de bolsjewistische partij.
Volgens Marx moest het kapitalistisch systeem door een revolutie van georganiseerde arbeiders worden afgeschaft, waarna de arbeiders na deze proletarische revolutie’ een socialistisch economisch systeem zouden moeten vestigen, dat ze met alle macht moesten verdedigen tegen reactionaire krachten. In hoofdstuk 2 van het Communistisch Manifest beschrijven Marx en Engels de volgende kenmerken van de heerschappij van het proletariaat: (meer…)
Dr. Sylvester Andral Kilmer (1840-1924) werd geboren in Cobleskill, New York. Op zijn achttiende begon hij homeopathische geneeskunde te studeren onder een gerenommeerde dokter in Schoharie County, New York. Nadat hij jarenlang in het hele land allerlei medische kennis had opgedaan, keerde Dr. Kilmer rond 1878 terug naar New York en zette een praktijk op in Binghamton. Daar ging hij aan de slag met het ontwikkelen en verkopen van homeopathische middelen. In de loop der jaren bedacht hij in zijn laboratorium in Binghamton veel remedies bedacht, waaronder Dr. Kilmer’s Ocean Weed Heart Remedy, Female Remedy, Indian Cough and Consumption Cure, Autumn Leaf Extract, Prompt Parilla Pills en zijn bekendste remedie: Dr. Kilmer’s Swamp Root Kidney Liver and Bladder Cure. Zijn Dr. Kilmer’s Female Remedy werd beschreven als ‘de grote bloedzuiveraar en systeemregulator’ of als ‘het enige alternatieve en zuiverende kruidengeneesmiddel ooit ontdekt, specifiek aangepast aan de vrouwelijke constitutie…’). De ondernemingen van Kilmer waren zo succesvol dat hij navolgers inspireerde, misschien zelfs vervalsers die producten produceerden die in geen enkele officiële reclame van het bedrijf te vinden zijn, zoals: Dr. Kilmer’s Wild Indian Female Cancer Injection en Dr. Kilmer’s Wild Indian Female Secret. (meer…)
.
De Hessenberg tijdens de renovatie, oktober 2009, © Frans van den Muijsenberg.

.
Het speel- en oogstbos te Lobith, Elten, september 2024, © Frans van den Muijsenberg.
Deventer/Arnhem, Schokland, zaterdag 25 mei en donderdag 31 oktober 2024
‘Kent één van jullie Alex Roeka?’, vroeg vriendin C. plotseling op oudejaarsavond. Echtgenoot M. keek een beetje nors en ongeïnteresseerd op van de schaal met oliebollen en schudde amper zichtbaar dat ie deze zanger niet kende. Zijn hele lichaam straalde uit dat hij ook geen enkele interesse had daar verandering in te brengen. Ook mijn Dinie bleek nooit van Roeka te hebben gehoord. Verwonderlijk, want hij was de afgelopen jaren door muziekjournalisten en collega-muzikanten bij herhaling de hemel in geprezen. ‘De beste tekstschrijver van Nederland’, meende Huub van der Lubbe van De Dijk. ‘De schrijver van het allermooiste lied over het wielrennen’, vond sportjournalist Bert Wagendorp, verwijzend naar het inderdaad magistrale Het Rode Vod. Vriendin C. keek verrast op dat ik Roeka wel kende. Natuurlijk kende ik die, liet ik triomfantelijk weten. Ik heb immers in kleine kring een reputatie op te houden als muziekkenner. Als bewijs noemde ik ‘Gestreeld en gekrast door de liefde’, ‘Noem het geen liefde’ en ‘Vader’, een paar van de nummers die ik met regelmaat van hem draaide. Nadat we wat nummers van hem op een mobieltje hadden afgespeeld, liet Dinie weten dat dit toch niet het soort liedjes was waar ze van hield. Echtgenoot M. vond het niet eens nodig te reageren, hij bleef onverstoorbaar nors voor zich uitkijken. Maar goed, zijn mening was op voorhand al duidelijk. Spontaan kwam het idee op dat vriendin C. en ik eens een concert van Alex Roeka zouden gaan bijwonen. We kregen de zege de beide echtgenoten. (meer…)
Op 11 september 1907 werd Emily Elizabeth Dimmock (bekend als Phyllis), een parttime prostituee in haar huis in 29 St Paul’s Road in Camden vermoord. Emily werd op 20 oktober 1884 in het dorp Stanford (Hertfordshire) geboren, waar haar vader café The Red Lion runde. Toen ze 21 jaar oud was in 1905 woonde Emily in een huis vlak bij de stations Kings Cross, St Pancras en Euston. Het huis was eigendom van een John William Crabtree, die in de twee jaar daarna af en toe werd gearresteerd op beschuldiging van het runnen van een bordeel. Vanaf 1906 leefde ze in Camden Town samen met de pas negentienjarige spoorwegarbeider Bertram Shaw, eerst op kamers in Great College Street en vanaf begin 1907 in St Pauls Road. Overdag was Emily een plichtsgetrouwe huisvrouw, maar zodra Bert naar zijn werk vertrok, vertrok Emily naar de plaatsen van haar vorige beroep. Blijkbaar miste ze het entertainment dat de vele openbare huizen in Euston Road boden, met name de Rising Sun. Wellicht had ze ook simpelweg het geld nodig.
Op vrijdag 6 september 1907 ontmoette Emily in de Eagle in Royal College Street de kunstenaar Robert Wood. Die schreef daarna op een ansichtkaart die hij had meegenomen van een vakantie in Brugge: ‘Phyllis lieverd. Als het u behaagt mij om 8.15 uur te ontmoeten in de (en hier tekende hij een kunstenaarsimpressie van een opkomende zon). De jouwe tot ik slechts as ben.’ Hij signeerde het met Alice om Berts argwaan niet te wekken. Deze ansichtkaart zou later centraal staan in de rechtszaak tegen Wood. Hij werd pas in de vroege uurtjes van zondagochtend gepost. Toen de kaart op maandag 9 september arriveerde, werkte Bert Shaw nog steeds aan zijn nachtdienst in de treinen. Emily had echter eerst nog een man voor drie nachten mee naar huis genomen, de scheepskok Robert Percival Roberts. Op de avond van woensdag 11 september was deze Robert Roberts met zijn vriend Frank Clarke opnieuw in The Rising Sun, in de verwachting daar Emily weer te ontmoeten. Zij was inderdaad in de Eagle, opnieuw met Robert Wood. Het was de laatste keer dat Emily levend werd gezien. (meer…)
De moordzaken die in verband werden gebracht met Jack the Ripper spraken vanaf het begin tot de verbeelding. In de tweede helft van 1888 werden in Londen vijf vrouwen (de zgn. ‘canonical five’ Mary Ann Nichols, Annie Chapman, Elizabeth Stride, Catherine Eddowes, and Mary Jane Kelly) gruwelijk verminkt en vermoord. De vijf moorden werden op loopafstand van elkaar gepleegd en toegeschreven aan een seriemoordenaar waarvan de identiteit nooit is achterhaald. Daarnaast werden in Whitechapel van 1888 tot 1891 nog vijf, mogelijk zelfs zes vrouwen vermoord van wie werd vermoed dat ze door dezelfde dader werden vermoord. Over het motief van de moorden bestaan allerlei theorieën en de lijst met verdachten is in der loop der jaren steeds langer geworden. De mythe die de moorden omringt is omgeven door een combinatie van geschiedkundig onderzoek, samenzweringstheorieën en folkloristische verzinsels. Door de beperkte feitenkennis over de moordenaar werd de verbeelding in de loop der tijd zodanig gestimuleerd, dat naar tal van mensen met een beschuldigende vinger werd gewezen. Een van de verdachten was de kunstschilder Walter Sickert.
Walter Richard Sickert (München, 31 mei 1860 – Bath, 22 januari 1942) was een in Duitsland geboren kunstenaar van Britse en Deense afkomst, die voor het eerst werd genoemd als mogelijke Ripper-verdachte in Donald McCormicks boek The Identity of Jack the Ripper (1959). Hij geldt echter als een weinig betrouwbaar schrijver, omdat hij geheel afhankelijk was van een informeel netwerk van mondelinge informanten en sterk lette op een goed lopend en verkoopbaar verhaal. Algemeen zijn McCormicks controversiële beweringen onmogelijk op betrouwbaarheid te controleren. Bij baseerde zich onder meer sterk op het feit dat Sickert erg gefascineerd was door de Ripper-moorden en zelfs zo ver ging dat hij in een kamer verbleef waarvan werd gezegd dat Jack the Ripper zelf er ooit als huurder had geleefd. Hij beeldde soortgelijke scènes af in veel van zijn schilderijen. (meer…)
Tarrare (circa 1772 – 1798) was een Franse entertainer, soldaat en spion, maar hij stond vooral bekend om zijn ongewone eetlust en eetgewoonten. Al als een kind had hij altijd honger en kon hij enorme hoeveelheden eten verstouwen. Zoveel dat zijn ouders niet langer voor hem konden zorgen en hem als tiener op straat zette. De jongeman belande toen in het gezelschap van dieven en hoeren, die door Frankrijk toerden en de zakken van het publiek rolden terwijl ze hun acts opvoerden. Tarrare was al snel een van hun hoofdattracties: de ongelooflijke man die alles kon eten. Tijdens deze act kon hij zijn enorme, misvormde kaak zo wijd openzwaaien dat hij een hele mand vol appels in zijn mond kon gooien en er een dozijn in zijn wangen kon houden als een eekhoorn. Hij slikte kurken, stenen en levende dieren in zijn geheel door, tot vreugde en afschuw van de menigte. Volgens degenen die zijn daad zagen: ‘Hij greep een levende kat met zijn tanden, haalde er eerst de ingewanden uit, zoog het bloed eruit en at het op, waarbij alleen het kale skelet overbleef. Hij at ook honden op dezelfde manier. Op een keer werd gezegd dat hij een levende paling doorslikte zonder hem te kauwen.’ Ook deze circusmensen waren echter niet lang in staat de veelvraat van voldoende etenswaren te voorzien. Deze act voerde hij kort daarna op in Parijs als straatartiest. (meer…)
Nijmegen is gebouwd op zeven heuvels, die ontstonden in de voorlaatste ijstijd, die ongeveer 10.000 jaar geleden eindigde. Vanuit Scandinavië schoof het landijs toen honderden meters hoge bergen zand en grind voor zich uit. Daaruit ontstond een enorme stuwwal die later door de grote rivieren werd uitgesleten. De heuvels die daardoor ontstonden werden later bebouwd, de dalen werden straten. De zeven heuvels van de Nijmeegse Benedenstad, elk bebouwd met een of meerdere belangrijke beschermde monumenten zijn de Hessenberg (Heezeberg), de Hundisburg (waarop de Sint-Stevenskerk is gebouwd), de St. Jansberg, de Klokkenberg, de St. Anthoniusberg (of Geitenberg, Lindenberg), de Hofberg en de St. Geertruidsberg (die een deel is van de Hunnerberg, Hoenderberg).
De Hessenberg is het stadscentrum is het gebied met de Pijkestraat, Hessenberg, Jodenberg, Achter de Carmel en Kroonstraat. Op 7 mei 2008 besloot de gemeenteraad om de openbare ruimten op het voormalige Gelderlanderterrein namen te geven. Na een tweetal wijzingen op een later tijdstip weerden dat: Arnold van Akenplein, Gebroeders Van Lymborchplein, Groot Bethlehem, Hertog van Berryplein, Johan Maelwaelplein, Klein Bethlehem, Op het Spinhuis, Weeshuistrappen. In die periode werd de Hessenberg flink verbouwd. Het terrein waarop eerst de drukkerij van De Gelderlander had gestaan kwam braak te liggen en werd ingrijpend verbouwd. De monumentale voorgevel van het dagblad kon gelukkig worden behouden. (meer…)

.
Het speel- en oogstbos te Lobith, Elten, september 2024, © Frans van den Muijsenberg.
Delft, zaterdag 6 januari 2019
De eerste dagen van 2019 werden gebruikt voor een kort bezoekje aan Delft. Daar werden de gebruikelijke monumenten bezocht, zoals de Nieuwe Kerk aan de Markt met het praalgraf van Willem de Zwijger en de Prinsenhof waar dezelfde zwijger op 10 juli 1584 door Balthasar Gerards werd vermoord. Veel oud leed, wat in onze jeugdjaren de geschiedenislessen behoorlijk domineerde. Het Oranjegevoel en een behoorlijke dosis nationalisme werd er bijna ingeramd. Dat viel in het katholieke zuiden nog niet mee, want daar was van oudsher de prins van Oranje niet echt geliefd. Van generatie op generatie werd doorgegeven dat diezelfde Vader des Vaderlands vanaf 1759 in bijvoorbeeld de rooms-katholieke Meierij van ’s-Hertogenbosch opdracht had gegeven alle dorpen plat te branden en de oogsten stelselmatig te verwoesten. De uithongeringstactiek slaagde niet, pas in 1629 werd ’s-Hertogenbosch uiteindelijk veroverd, maar in de periode 1759-1588 daalde door Willems meedogenloze optreden de bevolking in de Meierij met maar liefst zeventig procent. Geen wonder dat twee weken na de moord op Willem van Oranje in de Sint-Janskathedraal van ‘s-Hertogenbosch door kanunniken het Te Deum werd gezongen, uit dankbaarheid en blijdschap om de dood van de gehate prins. In andere delen van Brabant zal het sentiment niet veel anders zijn geweest. Maar al dat grote leed uit het verleden leeft nog slechts in de geschiedenisboeken. Nu loopt iedereen in diepe eerbied langs zijn praalgraf, bestudeerd de details van de enorme tombe en het interieur van de kerk. Met terugwerkende kracht toch wel een geschikte peer, die Willem. (meer…)

.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.

.
Het speel- en oogstbos te Lobith, Elten, september 2024, © Frans van den Muijsenberg.
Borculo, zondag 5 september 2021
‘Nou, zijn we weer met ons tweeën,’ zei Dinie en keek er een beetje beteuterd bij. ‘En vinden we dat erg?,’ bracht ik er een beetje aarzelend tegenin. Ze keek een paar seconden wat aarzelend voor zich en haalde een keer diep adem, maar daar kwam alweer een voorzichtige glimlach. ‘Nou, eigenlijk niet hé. Maar wat gaan we nu doen?’
De planning was inderdaad behoorlijk overhoop gegooid. Het moest een driedaags gezinsuitje worden. Het werd echter zoals De Dijk in hun nimmer ‘Ietsje Later’ al zong: ‘Ik kom waarschijnlijk ietsje later en moet ook wat eerder weg.’ In plaats van vroeg in de vrijdagmiddag kwamen de vier anderen pas net voor het avondeten binnenwaaien en op zondag vertrok de ene helft daarvan direct na het ontbijt en de andere helft rond het middaguur. Was allemaal reuze gezellig hoor, maar toch flink korter dan we ons hadden voorgesteld. Gelukkig lag er in het huisje een stapel folders met al wat er aan leuks voor toeristen in Holten en wijde omgeving te doen is. Dat was niet weinig. Het was inmiddels al september, maar het toeristenseizoen was nog lang niet afgelopen en het was bovendien stralend weer. Maar toch, de ene na de andere ‘attractie’ werd niet goed bevonden. (meer…)
Quassie van Timotibo (Ghana, 1692 – Paramaribo, 12 maart 1787) werd geboren in West-Afrika en als jonge slaaf overgebracht naar Suriname, waar terecht kwam op de suikerplantage Nieuw-Timotibo aan de rivier de Perica. De omstandigheden op de suikerplantage waren verschrikkelijk. De Nederlands-Schotse militair John Gabriel Stedman, die tegen de Marrons vocht, schreef over een van de plantages: ‘Op de Plantagie Alia, ‘(…) morgens, onder het ontbyt, wierden zeven Negers strengelyk gegeeseld.’ De plantage Nieuw-Timotibo was eigendom van Willem Bedloo, de stamvader van een van de oudste kolonistenfamilies in Suriname. Hij behoorde tot de groep Frans Hugenoten en was vanuit Middelburg met Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck (1637-1688) naar Suriname gekomen. Deze Van Aerssen van Sommelsdijck had ervoor gezorgd dat hij werd gekozen tot onbezoldigd gouverneur van Suriname. Hij en zijn reisgenoten kwamen op 24 november 1683 te Paramaribo aan. Er woonden toen in Suriname ongeveer 1.200 blanken; in Paramaribo stonden niet meer dan zestig huizen, waaronder veel kroegen en herbergen. Het garnizoen soldaten bedroeg driehonderd man. Een van de eerste daden van de gouverneur was het platbranden van dorpen van de inheemse bevolking van Suriname. De volwassen mannen die de gewelddadige overval overleefden liet hij doodknuppelen. Drie jaar later kwam een verdrag tussen de kolonisten en inheemsen tot stand, waarin onder meer werd vastgelegd dat zij niet meer tot slavernij zouden worden gebracht. Van Aerssen vroeg in 1683 ook aan de regenten van het aalmoezeniersweeshuis om tientallen kinderen, die onder de gereformeerde planters zouden worden verdeeld. Bij zijn Amsterdamse opdrachtgevers vroeg hij om goede ambachtslieden, vooral metselaars en timmerlieden naar de kolonie te sturen. (meer…)
Joan Winters (Seattle, 8 december 1909 – Jerusalem, oktober 1933) was een Broadway-danseres die in 1933 werd vermoord in de tuin van Getsemane, ook wel bekend als de Hof van Olijven. Tussen Jerusalem en de Olijfberg ten oosten van de stad ligt het Kidrondal, met daarin aan de voet van de Olijfberg de tuin of hof Getsemane. De tuin is beroemd omdat Jezus daar bad in de nacht voor zijn kruisiging. Het Evangelie volgens Johannes zegt dat Jezus de tuin inging met elf van zijn discipelen. Judas Iskariot, de twaalfde apostel, was tijdens het eraan voorafgaande Laatste Avondmaal al vertrokken en betrad de hof van Getsemane later met een groep die Jezus in hechtenis nam. Om deze reden was de hof van Getsemane werd al vroeg populair bij christelijke pelgrims. Sinds de zeventiende eeuw is de Hof van Getsemane in handen van de Franciscanen. In de vierde eeuw bevond zich in Getsemane een Byzantijnse eeuw die echter in 746 door een aardbeving werd vernietigd. In de twaalfde eeuw werd op dezelfde plaats door de kruisvaarders een kapel gebouwd, die in 1345 werd verlaten. Daarna bouwde de Sassaniden er een kerk die in 1919 door de Franciscanen werd vernield om de bouw mogelijk te maken van de Kerk van Alle Naties, ook wel de Bassilica van de Doodangst genoemd, die in 1924 gereed was. In deze kerk bevindt zich een rots die wordt aangewezen als de plek waar Jezus alleen bad in de Hof van Olijven in de nacht dat hij werd gearresteerd. (meer…)
Deel 1 – Inleiding
Laten we beginnen met een anekdote, die leuk zou zijn als de achterliggende geschiedenis niet zo dieptreurig is. Van augustus 1936 tot maart 1938 werd de Russische bevolking geterroriseerd door wat nu de Grote Zuivering wordt genoemd, maar voorheen de veel toepasselijkere naam De Grote Terreur had. Tijdens die anderhalf jaar zouden volgens de officiële cijfers in de jaren 1937 en 1938 681.692 officiële executies hebben plaatsgevonden. Daarnaast waren er 116.000 doden in de Goelag, 2.000 onofficieel gedood bij schietpartijen. De totale schatting van het aantal doden als gevolg van de Grote Zuivering varieert van 950.000 tot 1,2 miljoen, vanwege executies, doden in gevangenschap en degenen die kort na hun vrijlating uit de Goelag stierven als gevolg van hun behandeling. Er waren ook nog 16.500 tot 50.000 doden bij de deportatie van Sovjet-Koreanen tijdens de Zuivering. Honderdduizenden burgers verdwenen in werkkampen of belandden voor het vuurpeloton. Dat alles vanwege de ziekelijke achterdocht van Jozef Stalin en scrupuleuze partijbonzen. (meer…)

.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.

.
Het speel- en oogstbos te Lobith, Elten, september 2024, © Frans van den Muijsenberg.
Millingerwaard, zondag 7 juni 2017
De Millingerwaard is een schitterend natuurgebied in de Ooijpolder en in het midden ervan ligt de Millinger Theetuin, een paradijs in de polder. In de jaren negentig werd hier vanuit het niets pal langs de uiterwaarden aan de Waal een betoverende tuin aangelegd, vol exotische planten en met bijzondere beelden. Bananenplanten, palmen, vijgen en andere mediterrane planten staan er in potten. Verder een verzameling vaste planten, waaronder vele soorten delphiniums, hosta’s, daglelies en phloxen. De oude, krakkemikkelige gebouwen kregen een oriëntaals-mediterraan aanzien. Er kwam ook een Marokkaans uitziend theehuis, een waranda met een bijpassend pleintje en waterpartij en verder zijn er in de tuin verschillende waterbassins. In het theehuis kon een afternoon tea worden besteld, een lichte maaltijd met thee, volgens de Engelse traditie tussen vier en vijf uur in de middag. De traditie zou rond 1840 zijn ontstaan toen hertogin Anna, echtgenote van de zevende hertog van Bedford, telkens tussen de lunch en het diner honger kreeg. Halverwege de negentiende eeuw nam de Engelse upperclass namelijk de gewoonte aan om steeds later de avondmaaltijd te gebruiken, terwijl de lunch onveranderd om twaalf uur werd opgediend. Niet onlogisch dus dat bij de hertogin zo rond vier uur de maag wat begon te rammelen. Traditioneel kwam bij mevrouw de hertogin bij haar high tea het volgende op tafel: cucumber sandwiches, zeer dun gesneden wittebrood met dito komkommer, sandwiches met dun gesneden zalm, sandwiches met waterkers, peper en citroensap, vispastei, ham, eieren, scones (een zoet pasteideeg, met clotted cream, fruitcurd en jam), victoria sponge, Battenberg-cake, fruitcake, Dundee-cake, koekjes en nog wat plaatselijke delicatessen. (meer…)
Oto Iskandar di Nata (31 maart 1897 – 20 december 1945) was een Indonesische politicus en nationale held, die in Nederland totaal vergeten is. Voor de onafhankelijkheid van Indonesië was hij in de periode 1921-1924 vicevoorzitter van de afdeling Bandung en na 1924 als vicevoorzitter van de afdeling Pekalongan van Budi Utomo, de eerste inheemse georganiseerde beweging in Nederlands-Indië. Hij zou er ook lid van de gemeenteraad van Pekalongan zijn geweest. Over die periode werd de volgende anekdote opgetekend: ‘Otto Iskandar di Nata en de Nederlandse spion. Er is iets fascinerends aan het lidmaatschap van de gemeenteraad in Pekalongan. Oto Iskandar di Nata staat bekend als iemand die de waarheid durft te verdedigen. Daarom behoorden hij en twee van zijn vrienden van BU, Darmosoegito en Kartosoebroto, samen met Fadhol van de Indonesische Islamitische Uniepartij, tot degenen die werden geblokkeerd door de Nederlands-Indische regering. Dat wil zeggen, als er op een dag iets gebeurt in Pekalongan, dan moeten ze ter verantwoording worden geroepen. De vier mensen werden als gevaarlijk beschouwd, dus wanneer ze een vergadering hielden, werden ze constant bespioneerd door de PID (Politieke Inlichtingen Dienst) of de toenmalige Nederlands-Indische geheime politie. Ooit hadden Oto Iskandar di Nata en zijn drie vrienden een vergadering onder toezicht van een PID-lid. Vervolgens werden alle PID-leden uitgenodigd om deel te nemen. Zoals bleek, had hij net gerealiseerd dat de bijeenkomst die Oto Iskandar in Nata en zijn vrienden hielden, de belangen van de gemeenschap besprak, geen persoonlijke belangen, laat staan het volk ophitsen zoals gewoonlijk wordt beweerd. En sindsdien heeft het PID-lid zijn baan opgezegd en is hij bij BU gaan werken’. (meer…)

.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.
Iets buiten Lobith aan de Batavenweg ligt het zogenaamde ‘Gat van de Mus’, waarvan de oorsprong van de naam me volstrekt onbekend is. Het is in elk geval een mooi verscholen juweeltje voor sportvissers. In 2017 is er in opdracht van Stichting Landschap Rijnwaarden door de lokale hengelsportvereniging Ons Eiland een mooie vissteiger aangelegd die vooral bedoeld is voor sportvissers niet meer goed aan de natuurlijke waterkant kunnen zitten. Er zou voor degenen die niet goed ter been zijn vanaf de Batavenweg een verhard toegangspad naartoe moeten lopen, maar sinds de aanleg is dat pad behoorlijk overwoekerd. De vissteiger is dus niet meer zo makkelijk te bereiken als indertijd de bedoeling was. De vissteiger is ook een veilige plek aan het viswater voor de jeugd die net met vissen begin. Direct na deze vissteiger komt men terecht in het Speel- en Oogstbos voor de jeugd. Honden zijn hier uitdrukkelijk niet toegestaan. Daar kunnen kinderen door de struiken rondstruinen, in de bomen klimmen, in het bos hutten bouwen, met een trekvlotje op het water varen, op een touwbrug balanceren of aan een touw over het water slingeren. Bovendien kunnen ze daar in de zomermaanden zelf fruit plukken. Afhankelijk van het seizoen zijn er appels, peren, kersen, hazelnoten en bramen te vinden. (meer…)
Schokland, zaterdag 7 maart 2009
Wie in hemelsnaam op het idee was gekomen in de eerste dagen van maart een wandeling te gaan maken, is niet meer te achterhalen. Dinie zal het niet zijn geweest. Die had nog maar goed een jaar eerder haar intrede in de familie gemaakt en was toen nog een erg bescheiden meid. Ongetwijfeld zullen we bij een van de familiedagen wel enthousiast hebben verteld over onze eerste wandelingen van de Rothaarsteig. Heb ik de anderen enthousiast gemaakt over de schoonheid van het ‘eiland’? Ik was er immers met Thea in de zomer van 2003 al eens geweest? Voldoende reden voor andere wandelfanaten in de familie om voor te stellen eens wat gemeenschappelijks te ondernemen. Maar waarom al begin maart? De winter is dan nog bezig aan haar laatste weken en trouwens, al zou de lente al net zijn aangebroken, een garantie voor lekker wandelweer is het allerminst. En waarom helemaal naar Schokland? Niet bepaald naast de deur voor de twee wandelaars uit het West-Brabantse Roosendaal en evenmin voor het tweetal uit Lobith in de uithoek van Gelderland. Waarschijnlijk heeft het derde stel uit Dronten de doorslag gegeven. Voor hen is Schokland zo’n beetje om de hoek. Het juiste antwoord is echter verdwenen in de mist der tijd. (meer…)
Het voormalige eiland Schokland is ontstaan op een grijze, zandige vuursteenrijke keilemen ondergrond, een overblijfsel van een minstens 150.000 jaar ouden stuwwal die zich uitstrekte van Texel en Wieringen naar Urk en Vollenhoven. Die stuwwal werd tijdens de laatste ijstijd bedekt met een dikke laag stuifzand, waar in het zuiden en noorden de rivieren de IJssel en Vecht stroomden. Een kleine twaalfduizend jaar geleden begon in een groot gebied rond dat gebied de zeespiegel te stijgen. Dat was het gevolg van een van de vele klimaatveranderingen die onze planeet te verduren heeft gekregen. Deze ingrijpende gebeurtenis was echter niet het gevolg van menselijk ingrijpen. Het zou nog de nodige duizenden jaren duren voordat in deze contreien de eerste mensen hun voeten in de drassige grond planten. Van enige invloed op de leefomstandigheden kon al helemaal geen sprake zijn. Maar door die stijging van de zeespiegel ontstond een veenlaag van twee tot vijf meter. Dat proces van veenvorming ging verder tot ongeveer de dertiende eeuw. Twee eeuwen later werd de smalle strook land die het schiereiland Schokland nog met het vasteland verbond, definitief door het water van de Zuiderzee overstroomd. Schokland werd een eiland en zou dat ruim viereneenhalve eeuw blijven. (meer…)
.
Rozenpad, een zijpad van de Floraweg, september 2006, © Frans van den Muijsenberg.

.
Elten in de avondzon, januari 2011, © Frans van den Muijsenberg.
Een geisha is in Japan traditioneel een muze voor artiesten. In het algemeen wordt er een gezelschapsdame mee aangeduid die gekleed is in de typische, streng gestileerde kledij en die met klassieke Japanse muziek, zang en dans de avond van een gezelschap aangenaam opluistert. Letterlijk betekent geisha ‘kunstpersoon’. In de achttiende en negentiende eeuw waren geisha’s de gebruikelijke entourage bij zulke gelegenheden. Kenmerkend voor de geisha zijn de kunstige pruik van donkerzwart haar, het witgemaakte gezicht met de rode lippen en een opvallend versierde kimono of zijden kleed dat op een bepaalde manier om het lichaam geknoopt is. Geisha’s werden beschouwd als toonbeelden van schoonheid en verfijnde cultuur. In de westerse wereld werden geisha’s echter vaak, en bijna altijd ten onrechte, gezien als prostitués. Naast de wereld van de geisha’s was er ook een wereld van courtisanes, waar wel prostitutie (tayu of oiran) in voorkwam.
De oorspronkelijke geisha’s waren mannen, die in het begin van de achttiende eeuw als entertainers in bordelen verschenen. Ze speelden muziek en zongen om mannen bezig te houden die wachtten op de diensten van een oiran. Na verloop van tijd werd het steeds gebruikelijker dat vrouwen geisha werden, maar deze waren absoluut niet betrokken bij de seksbusiness van het bordeel. Het was hen zelfs ten strengste verboden daaraan deel te nemen omdat het de zaken van de oiran zou benadelen. Later ontstond wel een stelsel waarbij tegen grof geld het recht kon worden verkregen om de maagdelijkheid van een geisha te ontnemen, maar ze waren nooit verplicht om seks te hebben met klanten, ook niet met degene die betaalde voor een maagdelijke geisha. (meer…)
In die tijd nam de carrière van beide dames een verrassende wending. Eind 1869 huurden Victoria Woodhull en Tennessee Claflin twee kamers in het chique Hoffman House in New York City. In januari 1870 stuurden ze visitekaartjes uit waarin ze de oprichting van hun makelaarskantoor aankondigden, Woodhull, Claflin & Company. Ze werden daarbij financieel ondersteund door Cornelius Vanderbilt. Ze rekenden $ 25 voor een consult, vooraf te voldoen. Het elegant ingerichte kantoor werd op 14 februari 1870 geopend, waardoor Woodhull en Claflin de eerste vrouwen waren die een makelaarskantoor op Wall Street openden. De zussen werden bij de opening belegerd door zoveel nieuwsgierige bezoekers dat honderd politieagenten moesten worden ingezet om de orde te handhaven. The New York Times stelde in het artikel ‘Wall-Street Aroused’ de competentie van de beide dames ter discussie, niet verwonderlijk gezien hun uitermate karige opleidingsniveau. Overigens niet om die reden en ook niet vanwege het simpele feit dat ze vrouwen waren, maar vanwege hun bedenkelijke reputatie vanwege hun activiteiten binnen het spiritualisme en enkele onorthodoxe standpunten. Harper’s Weekly noemde hen in een cartoon ‘Bewitching Brokers’, terwijl een ander artikel in het tijdschrift in twijfel trok of er wel genoeg vrouwelijke investeerders waren om het bedrijf tot een succes te maken. Nou dat lukte wonderwel, want Victoria en Tennessee hadden een ongebruikte bron van investeringskapitaal gevonden: vrouwen en weduwen, leraren, eigenaren van kleine bedrijven, actrices, dure prostituees en hun madams. Ze vonden hun weg naar Woodhull, Claflin & Company, dat meteen een financieel succes was. De zussen huurden al snel een duur appartement op 38th Street in het exclusieve Murray Hill-gedeelte van Manhattan. (meer…)
Reuben Buckman Claflin, bekend als ‘Buck Claflin, (Sandisfield, Massachusetts, 1796 – Kensington, United Kingdom, 19 november 1885) was een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Hij was onderwijzer, boer, winkelier, herbergier, wapenhandelaar, houthandelaar, vlotter, fokker van renpaarden, hotelhouder, graan- en zagerij-operator, advocaat, speculant in Chicago en kruidendokter. Van december 1833 tot mei 1835 was hij postmeester in Sinnemahoning in Lycoming County, Pennsylvania. Hert postkantoor was gevestigd in ‘Claflin’s’, dus mogelijk gevestigd in zijn winkel daar. Later was hij ruim een jaar (1843-1844) postmeester van Homer, Ohio. Buck verwierf echter vooral bekendheid als slangenolieverkoper die zich voordeed als een dokter. Hij had enige juridische opleiding en presenteerde zichzelf soms als advocaat. Zijn werkervaringen omvatten echter vooral het vervoeren van hout over de Susquehanna-rivier en het werken in een saloon. Hij kwam uit een verarmde tak van de in Massachusetts wonende Schots-Amerikaanse familie Claflin, en was een verre neef van gouverneur William Claflin van Massachusetts. In december 1825 trouwde Buck Claflin met Roxanna Hummel, die meestal Roxy of Annie werd genoemd. Het stel had elkaar ontmoet in Selinsgrove, Pennsylvania, toen Buck te gast was in het huis waar Roxanna als dienstmeisje werkte. Roxanna zou de nicht zijn geweest van een welvarende salooneigenaar en/of de buitenechtelijke dochter van een dienstmeisje. Zoals haar naam al aangaf, was ze van Duitse afkomst. Ze sprak met een duidelijk Duits accent, dus was waarschijnlijk pas op (bijna) volwassen leeftijd naar de Verenigde Staten gekomen. Roxanna zou mogelijk hebben opgereden als een spiritualiste, wat later een belangrijke bron van inspiratie zou worden voor Buck Claflin en hun elf kinderen: drie zonen en acht dochters. Het gezin leefden lange tijd in grote armoede. Hun buren herinnerden de kinderen als wild, vuil en hongerig en Buck als een gewelddadige vader, die zijn kinderen regelmatig zonder enige aanleiding sloeg. (meer…)
.
Rozenpad, een zijpad van de Floraweg, september 2006, © Frans van den Muijsenberg.

.
Elten in de avondzon, januari 2011, © Frans van den Muijsenberg.
Donderdag 27 september 2012 was een druilerige dag. Er stond ook een behoorlijke wind. Nog maar de eerste prille dagen van de herfst, maar het was al duidelijk dat dit jaar niet al te veel hoefde te worden gerekend op een indian summer. Iets na half acht was de zon heel voorzichtig verschenen, maar het betekende niets meer dan dat het niet langer donker was. Het bleef miezeren en dat zou de rest van de dag ook niet meer ophouden. De dagen werden vanaf nu weer snel korter, minder dan twaalf uur per etmaal. Thuis zaten Alies en Paula wat verveeld voor zich uit te kijken, wachtend op het tijdstip dat eindelijk kon worden vertrokken. Het wachten was even op het moment dat ook ik en Dinie klaar waren voor vertrek. En daarna moesten Claudi en Joep nog arriveren. Rond kwart voor acht kon dat selecte gezelschap van zes personen vertrekken naar het stadhuis in Lobith. Een min of meer geheime trouwdag, wat later in de uitgebreide familie enige verbazing en ook wat ongemak met zich meebracht. Maar goed, het was onze uitdrukkelijke keuze het zo te doen. Eigenlijk hadden we op vakantie willen gaan en daar in het geheim trouwen. Dat vonden we toch ietsje te gewaagd. Bovendien leek ons het organiseren van een trouwplechtigheid in een of ander ver buitenland toch ook wel wat lastig. Dus toch maar een ‘kleine’ concessie: gewoon in Lobith trouwen, de beide dochters erbij en dan zijn twee getuigen ook noodzakelijk. De trouwplechtigheid verliep keurig en snel. Zo rond half tien stonden we met zijn zessen bij het stadhuis weer voor de deur, de paraplus paraat. Snel op weg naar een locatie voor een feestelijk hapje en drankje en daarna door naar Schiphol. Op weg naar Egypte, naar het mooie weer en vooral naar een lange en zonnige toekomst. (meer…)