KOLONIËN ITALIË 3

Italië was net als Duitsland pas laat in de 19e eeuw een eenheidstaat geworden, dus veel te laat om op koloniaal gebied nog echt een rol van betekenis te spelen. Wat beide landen er overigens niet van weerhield grote dromen te hebben. Bij de Koloniale Conferentie van Berlijn (november 1884-februari 1885) werd door veertien Europese landen en de Verenigde Staten onbeschaamd het Afrikaanse continent verdeeld. Groot-Brittannië en Frankrijk pikten het grootste deel van Afrika in, Duitsland kreeg Duits-Oost-Afrika, Namibië, Kameroen en Togo, België kreeg de begeerde vette kluif Congo, Portugal voegde Angola en Mozambique toe aan het koloniale rijk toe en Spanje bezette het zuiden van Marokko. En de Italianen mochten Libië, Somalië en Eritrea bezetten. Vanaf 1886 werden Somalië en Eritrea onmiddellijk door de Italianen bezet.

De bezetting van Libië liet aanmerkelijk langer op zich wachten. In 1882 had Italië met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije een verdrag gesloten (de Triple Alliantie) met de afspraak dat ze elkaar zouden steunen indien een van hen door twee of meer grootmachten zou worden aangevallen. Het verdrag was vooral gericht tegen Frankrijk, dat in 1881 Tunesië had bezet. In haar expansiedromen naar de overkant van de Middellandse Zee hadden de Italianen nu juist Tunesië als eerste op het oog. De gespannen relatie met het militair aanzienlijk sterkere Frankrijk, plus de inspanningen vanwege de kolonisatie van Somalië en Eritrea zorgden ervoor dat de bezetting van Libië niet de hoogste prioriteit had. En verder was Libië natuurlijk nog steeds deel van het Ottomaanse Rijk, dat weliswaar in verval was maar nog altijd een geduchte tegenstander.

Kort na het vernieuwen van de Triple Alliantie in juni 1902 sloot Italië in het geheim een soortgelijk verdrag met Frankrijk, dat in ruil voor Italiaanse steun voor een Frans protectoraat in Marokko, de Italiaanse aanspraken steunden op de in Noord-Afrika gelegen Ottomaanse provincie Tripolitanië. Toen Marokko in de zomer van 1911 daadwerkelijk een Frans protectoraat was geworden, verklaarde Italië op 25 september 1911 prompt het Ottomaanse Rijk de oorlog. De Ottomanen waren nog volop bezig met de modernisering van hun leger om de steeds snellere aftakeling van het rijk het hoofd te bieden. De Italianen waren nu sterker en bovendien hadden ze een sterke meerderheid aan mankrachten. In oktober 1911 landden ze bij Tripoli, Benghazi en Homs en lijfden het gebied op 5 november 1911 in. Begin 1912 veroverde Italië ook Ghadames, Djebel, Fezzan en Muzruk. Niet makkelijk overigens want Ottomaanse officieren als Enver Pasja en Mustafa Kemal wisten met de hulp van Libische stammen onverwacht veel weerstand te organiseren. Omdat de Italiaans-Turkse Oorlog (1911-1912) moeizamer verliep dan verwacht, zochten de Italianen naar steun op de Balkan, waar Bulgarije, Griekenland, Servië en Montenegro bereid waren de wapens tegen de Ottomanen op te nemen, wat leidde tot de Eerste Balkanoorlog. Op 18 oktober 1912 sloten Italië en het Ottomaanse Rijk de Vrede van Lausanne (ook wel de Vrede van Ouchy genaamd, om deze vrede te onderscheiden van de Vrede van Lausanne in 1923), waarbij beide landen overeenkwamen: (a) het Ottomaanse leger moet al zijn troepen terugtrekken uit de Libische provincies Tripolitanië, Cyrenaica en Fezzan. Italië zou Rodos en de Dodekanesos in de Egeïsche Zee teruggeven aan het Ottomaanse Rijk; (b) in de Libische provincies worden kadı’s (rechters) en naibs (regenten) benoemd die de sultan vertegenwoordigen; (c) de Ottomaanse regering raadpleegt de Italiaanse regering voordat de kadı’s en naibs worden benoemd; (d) de Ottomaanse regering is verantwoordelijk voor de kosten van de kadı’s en naibs.

Door de Italiaans-Turkse Oorlog en de Eerste Balkanoorlog raakte het Ottomaanse Rijk nog verder verzwakt. Door de slechte afloop van de oorlogen pleegde een groep binnen de Jong Turken op 23januari 1913 een staatsgreep, de ervoor zorgde dat een dictatuur van het driemanschap Enver Pasja, Djemal Pasja en Talaat Pasja de macht greep. Aan de teloorgang van het rijk veranderde dat overigens niets. De door de Italianen op de Balkan aangewakkerde onrust en rebellie was enkele jaren later een belangrijke factor in het ontstaan va de Eerste Wereldoorlog. De Italianen zelf waren nu voor de centrale mogendheden door de geheime overstap in 1902 naar Frankrijk onbetrouwbare bondgenoten gebleken. Een reputatie die ze later eer zouden aandoen, want toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, verleende Italië zijn noordelijke bondgenoten inderdaad geen steun en sloot zich na een periode van neutraliteit aan bij de Triple Entente.

In de Italiaans-Turkse Oorlog waren er een drietal nieuwigheden. Voor het eerst werd een vliegtuig ingezet voor Italiaanse luchtverkenning boven Tripoli, voor het eerst voerde een vliegtuig een bombardement vanuit de lucht uit en voor het eerst nam een als zodanig gebouwde pantserwagen deel aan de oorlog, de Automitragliatrice Josta Fraschini.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: